Database Rolboeken
Arrondissementsrechtbanken van Heerenveen, Leeuwarden of Sneek.
URL: Rolboeken
Andere Dossiers Naar het digitale dossier
Hogerhuiszaak Brieven van de gebroeders
Hogerhuis (inv.nr.346) Brieven van de gebroeders
Hogerhuis (inv.nr.405) Naar het digitale dossier
Eye Wijkstra
Naar het digitale dossier
Kneppelfreed
Op zoek naar gevangenen in gevangenisarchieven
Waar werden mensen vroeger gevangen gezet?
Vóór 1811 Van een landelijk centraal georganiseerd gevangeniswezen was vóór 1811 nog geen
sprake. Per provincie waren er grote verschillen in het aantal en de aard van de
strafinstellingen.
Er werden vrijwel geen vrijheidsstraffen opgelegd. Men gaf de voorkeur aan lijf-
en doodstraffen, onterende straffen en verbanningen. In de dorpen waren geen
echte gevangenissen. Verdachten werden opgesloten in de plaatselijke raadhuizen,
stadspoorten of kastelen, voordat ze op transport werden gesteld naar de
tuchthuizen in de steden. Voor Holland waren dat Alkmaar, Amsterdam, Brielle,
Dordrecht, Gouda, ’s-Gravenhage, Rotterdam en Woerden.
1811 - 1821 In 1811 werd het Franse model voor het gevangeniswezen ingevoerd. (In Limburg
gebeurde dit al in 1796.) In het Arrêté sur l’Organisation des Prisons werd een
onderscheid gemaakt tussen personen die nog niet waren veroordeeld of een korte
straf hadden gekregen en personen die veroordeeld waren tot lange en zware
straffen. De onveroordeelden of kortgestraften verbleven in huizen van politie,
huizen van arrest en huizen van justitie. De langer gestraften zaten in de
verbeter- en tuchthuizen. In garnizoenssteden was het gebruikelijk dat er voor
militairen aparte gevangenissen werden ingericht, de zogenaamde provoosthuizen.
Deze indeling hield ook verband met het ingevoerde Franse model van de
rechterlijke macht: vredegerechten, rechtbanken van eerste aanleg en Hoven van
Assisen. Deze kunnen beschouwd worden als voorgangers van de kantongerechten,
arrondissementsrechtbanken en de provinciale hoven/gerechtshoven.
Schematisch kan een en ander als volgt worden weergegeven:
1811-1821: Onveroordeeld of kort gestraft
Instelling Bestemd voor Politiehuis (Maison de Police) · Personen die door de vrederechter c.q. politierechter veroordeeld zijn
· Personen tegen wie een bevel tot inhechtenisneming is uitgevaardigd · Passanten met een tijdelijke verblijfplaats
Huis van Arrest (Maison d’Arrêt) Personen die aangeklaagd zijn voor de rechtbank van eerste aanleg of Hof van
Assisen
Huis van Justitie (Maison de Justice) Personen die aangeklaagd zijn bij een Hof van Assisen en tegen wie een ‘arrest
van terecht-stelling’ is uitgevaardigd
1811-1821: Langer gestraft
Instelling Bestemd voor Verbeterhuis (Maison de Correction) · Personen die door de rechtbank van eerste aanleg tot een gevangenisstraf van
maximaal één jaar zijn veroordeeld · Personen die wegens schulden gegijzeld zijn · Personen die op last van de ‘police administrative’ ingesloten zijn · Kinderen die op verzoek van familieleden gevangen zijn gezet · Publieke vrouwen die leden aan een venerische ziekte
Tuchthuis (Maison de Détention) Personen die door het Hof van Assisen of door een rechtbank van eerste aanleg
zijn veroordeeld tot een straf van meer dan één jaar
1821 - 1886
In 1821 werd het gevangeniswezen gereorganiseerd. De voornaamste verandering
bestond uit het feit dat er een striktere scheiding werd gehanteerd tussen de
langer ge-straften en de overige gedetineerden. De naamgeving werd ook aangepast
en er kwamen meer uniforme regels voor voeding en kleding van gedetineerden.
Nieuw was de bepaling dat naast burgers ook militairen in de gevangenissen
konden worden ondergebracht.
De kleinere instellingen werden geleidelijk opgeheven om plaats te maken voor
gestichten met een grote capaciteit zoals de tuchthuizen voor mannelijke
zwaargestraften te Leeuwarden en ’s-Hertogenbosch en de vrouwengevangenis te
Gouda. In de gevangenissen moest nu ook worden gewerkt (uitgezonderd werden
degenen die een speciaal bedrag voor hun detentie betaalden; dit werd ‘pistole’
genoemd).
In 1851 vond een belangrijke wijziging in het gevangeniswezen plaats. Het
stelsel van eenzame opsluiting werd ingevoerd. Gevangenissen met aparte cellen
waren echter niet voorhanden. Er moesten dientengevolge veel nieuwe
gevangenissen worden gebouwd en bestaande verbouwd voor cellulaire opvang. De
eerste cellulaire gevangenis was die aan de Weteringschans te Amsterdam (1850),
daarna volgden die te Utrecht (1856) en te Rotterdam (1872).
1821 - 1886: Onveroordeeld of kort gestraft
Instelling Bestemd voor Huis van Bewaring · Personen veroordeeld tot een gevangenisstraf van maximaal vijf dagen · Personen veroordeeld wegens het plegen van een wanbedrijf tot een
gevangenisstraf van maximaal één maand · Personen die wegens schulden gegijzeld zijn · Passanten met een tijdelijke verblijfplaats · Personen die op verzoek en op kosten van de familie wegens verkwisting of
wangedrag zijn opgesloten
Huis van Arrest Personen die voor een rechtbank terecht moeten staan en voor degenen die zijn
veroordeeld wegens een wanbedrijf tot een gevangenisstraf van maximaal zes
maanden
Huis van Justitie Personen die veroordeeld zijn wegens het plegen van een misdrijf of wanbedrijf
tot een gevangenisstraf van maximaal zes maanden
Provoosthuis Militairen die voor een krijgsraad terecht moeten staan of zijn veroordeeld
wegens het plegen van een wanbedrijf of misdrijf tot een gevangenisstraf van
maximaal zes maanden
1821 – 1886: Langer gestraft
Instelling Bestemd voor Huis van correctie Personen die veroordeeld zijn wegens wanbedrijven met straffen tussen de vier en
zes maanden
Huis van reclusie en tuchtiging Personen die veroordeeld zijn wegens misdrijven en voor militairen veroordeeld
tot een straf
Huis van militaire detentie Militairen die zijn veroordeeld tot straffen van meer dan vier à zes maanden
Vanaf 1886: Onveroordeeld en kort/lang gestraft
Instelling Bestemd voor Huis van Bewaring · Personen met een hechtenisstraf (burgers en militairen) · Passanten · Personen die nog terecht moeten staan en wier vastzetting, aanhouding of
gevangenneming is gelast · Personen die wegens schulden gegijzeld zijn
Passantenhuis Gedetineerden in afwachting van hun definitieve bestemming
Strafgevangenis Personen (burgers en militairen) die tot een gevangenisstraf zijn veroordeeld
Bijzondere strafgevangenis Personen die jonger waren dan achttien of ouder dan zestig, alsmede zieken, die
veroordeeld waren tot een gevangenisstraf maar hun detentie niet in eenzaamheid
mochten ondergaan
Rijkswerkinrichtingen (RWI) Bestemd voor personen die naast een hechtenisstraf tot bijkomende straf van
plaatsing in een RWI zijn veroordeeld. Vaak in geval van bedelarij, landloperij, souteneurschap en
openbare dronkenschap.
In het nieuwe Wetboek van Strafrecht (1886) werd het gedachtengoed inzake het
cellulaire systeem vastgelegd. Er werd een onderscheid gemaakt tussen misdrijven
en overtredingen.
Overtredingen moesten bestraft worden met geldboetes, hechtenis of
gevangenisstraf. Veroordeelden voor het plegen van een misdrijf werden,
afhankelijk van de opgelegde straf, voor de duur van minimaal 1 dag en maximaal
20 jaar opgesloten in een strafgevangenis. Een deel van de straf (maximaal 5
jaar) moest in afzondering (in een cel) worden doorgebracht.
Huizen van bewaring waren bestemd voor degenen, die wegens overtreding tot
hechtenis waren veroordeeld. De straf duurde ten minste één dag en maximaal één
jaar. De gevangeniscapaciteit werd flink uitgebreid. In Haarlem, Arnhem, Breda,
Groningen, Zutphen, Alkmaar en ’s-Gravenhage werden nieuwe gevangenissen gebouwd.
In Gorinchem (1887) werd een speciale vrouwengevangenis ingericht. Pas na de
Tweede Wereldoorlog werd het principe dat straf cellulair moest worden ondergaan
losgelaten. Naast gevangenissen kwamen er Rijkswerkinrichtingen voor bedelaars,
landlopers en souteneurs in de plaatsen Hoorn, Veenhuizen en Leiden (voor
vrouwen).
Hoe kunt u zoeken in de archieven van strafinstellingen ?
Vaak is er een aanleiding voor nodig om te zoeken in gevangenisarchieven. Er
wordt bijvoorbeeld een overlijden aangegeven door een cipier van een gevangenis.
Of in de familie doet het verhaal de ronde, dat een voorouder een misdaad heeft
begaan. Wellicht treft u een cryptische omschrijving in het bevolkingsregister
aan.
Het grootste probleem bij het zoeken in gevangenisarchieven is de vraag in welke
gevangenis de gedetineerde zijn of haar tijd heeft doorgebracht. Een
veroordeelde gedetineerde kan in principe in het gehele land worden geplaatst,
een nog niet veroordeelde echter niet. U vindt een verdachte nog dicht bij huis:
afhankelijk van de aard van het strafbare feit in de strafinrichting bij het
kantongerecht, bij de rechtbank of bij het provinciale hof/gerechtshof,
waaronder zijn of haar woonplaats of de plaats waar het strafbare feit werd
begaan ressorteerde. Daarom zijn de inschrijvingsregisters van de huizen van
bewaring, arrest en justitie en politiehuizen zo van belang. Hierin wordt vaak
aantekening gehouden van de veroordeling door een rechtbank en het eventuele
transport naar de (straf)gevangenis. In een inschrijvingsregister moet u op
datum zoeken. Er is niet altijd een naamindex voorhanden.
Als uw onderzoek in de inschrijvingsregisters niet succesvol is kan met behulp
van de volgende bronnen verder gezocht worden:
1. Strafvonnissen van vredegerechten, kantongerechten, rechtbanken van eerste
aanleg, arrondissementsrechtbanken, Hoven van Assisen, provinciale hoven/
gerechtshoven. Deze vonnissen berusten in de archieven van al deze colleges, die
bij de (voormalige) Rijksarchieven in de Provincie zijn te vinden. U kunt het
door u gezochte vonnis vinden met behulp van eigentijdse toegangen, de
zogenaamde ‘rolboeken ‘. Bij het Nationaal Archief vindt u de archieven van de
rechterlijke colleges in Zuid-Holland. het archief van het gerechtshof is niet
bewaard gebleven.
2. Het Algemeen Nederlandsch Politieblad 1852-1946 en Geheim Register van
ontslagen gevangenen 1882-1897. Deze bronnen zijn te bestuderen bij het Centraal
Bureau voor Genealogie. Verder kunt u ook in lokale kranten zoeken.
3. Stukken die betrekking hebben op verzoeken tot gratie of strafvermindering.
Deze worden o.a. bewaard in de archieven van de Staatssecretarie en het Kabinet
des Konings / der Koningin, het Departement van Justitie en zijn te raadplegen
bij het Nationaal Archief te Den Haag (zie infoblad 26 Op zoek naar verzoeken om
gratie). Vooral in de tijd voor de invoering van het nieuwe Wetboek van
Strafrecht in 1886 vroegen veel veroordeelden of hun verwanten tijdens de
gevangenschap strafvermindering aan.
Signalementen of: hoe zagen gevangenen eruit ?
In de inschrijvingsregisters treft u vaak prachtige beschrijvingen van de
gevangenen aan zoals de kleur van de ogen, de haren en de vorm van de neus.
Vooral voor 1886 zijn er ook aparte signalementsregisters bewaard gebleven.
Bijzonder zijn foto’s van gevangenen. Voordat gevaarlijk geachte gevangenen uit
de strafgevangenissen te Amsterdam, ’s-Hertogenbosch, Hoorn, Leeuwarden, Leiden,
’s-Hertogenbosch, Rotterdam en Utrecht werden ontslagen, stelde het ministerie
van Justitie signalementen op en liet de vrij te komen gedetineerden
fotograferen. Dit zogeheten Geheim register van ontslagen gevangenen begint in
1882 en loopt door tot 1897. Dit register is te raadplegen bij het Rijksarchief
in Noord-Brabant en het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) te Den Haag. Het
CBG beheert ook het Algemeen Nederlandsch Politieblad 1852-1946, waarin in de
rubriek ‘gesignaleerde misdadigers’ de aanhouding wordt gevraagd van verdachten,
bij verstek veroordeelden en ontsnapte gevangenen. Het Rijksarchief in Drenthe
beheert een bijzondere collectie van zo’n 5.000 signalementskaarten van personen
uit de rijkswerkinrichting te Veenhuizen 1896-1901. Het betreft zogenoemde ‘verpleegden’,
duizenden landlopers en kleine criminelen uit het hele land. De Groningse,
Friese en Drentse ‘verpleegden’ zijn al gepubliceerd in genealogische jaarboeken.
Bedelarij en landloperij Van bepaalde delicten is het gemakkelijk na te gaan waar de straf is uitgezeten.
Personen die veroordeeld waren wegens bedelarij en landloperij werden tot 1827
naar gevangenissen te Veere of Hoorn gestuurd en vanaf 1827 naar de
bedelaarskoloniën te Ommerschans of Veenhuizen. Archieven van laatstgenoemde
‘koloniën’ worden bewaard bij het Rijksarchief in Drenthe te Assen. In de
inschrijvingsregisters vindt u dan vaak de aantekening ‘naar de Schans’. Na
1886, het jaar van de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, werden er
speciale rijkswerkinrichtingen ingericht voor dronkaards, landlopers en
bedelaars. Deze inrichtingen waren gevestigd te Veenhuizen, Hoorn en Leiden (vrouwen).
Tweede Wereldoorlog In de Tweede Wereldoorlog bleef de bevoegdheid van de Nederlandse strafrechter
ongewijzigd. Daarnaast kwamen er Duitse rechtbanken in bezet Nederland, m.n.
voor berechting van verzetsdaden tegen de Duitse overheid in de ruimste zin van
het woord en in geval van delicten, die het algemeen belang, m.n. de
voedselvoorziening schade toe brachten. Nederlanders, die door een Duitse
rechtbank een tuchthuisstraf kregen opgelegd werden naar tuchthuizen in
Duitsland ondergebracht. Wie door een Duitse rechtbank tot gevangenisstraf was
veroordeeld, werd ondergebracht in Duitse afdelingen van Nederlandse
gevangenissen waaronder die te Rotterdam en Scheveningen (het beruchte
‘Oranjehotel’ ). Voor persoonsgegevens uit de archieven van deze gevangenissen
en de concentratiekampen kan informatie worden gevraagd bij het Nederlands
Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) te Amsterdam en het Informatie Centrum
van het Rode Kruis te ’s-Gravenhage.
Na de Tweede Wereldoorlog werden een aantal Nederlanders veroordeeld op grond
van hun collaboratie met de vijand. Er bevinden zich archiefjes van een paar
gevangenissen, waar deze personen werden vastgehouden in het Centraal Archief
van de Bijzondere Rechtspleging., nummer toegang 2.09.09, p. 1161 – 1164.
Kamp Vught 1945 – 1948 Rijkswerkinrichting Veenhuizen 1947 – 1948
Huis van Bewaring en Bijzondere Strafgevangenis Leeuwarden 1946
Jongeren in gevangenissen In het begin van de 19de eeuw werd er geen onderscheid gemaakt tussen het
gevangen zetten van jongeren en volwassenen. In 1833 werd er een gevangenis van
jeugdige veroordeelden te Rotterdam geopend. Jeugdige mannelijke uit het hele
land, met uitzondering van Amsterdam, werden in Rotterdam gehuisvest en vanaf
1866 te Doetinchem. Daarnaast werden er voor jongeren (jongens en meisjes)
speciale rijksopvoedingsgestichten, later tuchtscholen, ingesteld zoals te
Alkmaar (1854), Amersfoort (1910), Ginneken (1906), Montfoort (1858) en
Ommerschans (1892).
Waar vindt u informatie ? Uit de archieven van gevangenissen is vaak veel vernietigd. Wat over is zijn de
series inschrijvingsregisters van gedetineerden, correspondentie en de notulen
van de besturen van de strafinstellingen. Ook de series inschrijvingsregisters
zijn vooral vóór 1842 niet compleet bewaard gebleven. U kunt de
gevangenisarchieven van na 1811 vrijwel altijd bij een Rijksarchief in de
Provincie of Regionaal Historisch Centrum raadplegen en van voor 1811 vaak bij
de plaatselijke gemeente- en streekarchiefdiensten.
Openbaarheid van de gevangenisarchieven Niet alle stukken uit gevangenisarchieven mogen worden ingezien. Ter bescherming
van de privacy houdt de Rijksarchiefdienst een beperking aan van 75 jaar.
Stukken jonger dan 75 jaar kunt u alleen inzien als u een schriftelijk bewijs
kunt tonen dat de persoon die u zoekt overleden is.
Archieven van gevangenissen bij het Nationaal Archief
Het Nationaal Archief beheert tevens de archieven van het vroegere Rijksarchief
in Zuid-Holland.
Brielle: 1843-1889, nummer toegang 3.05.27 Huis van Arrest. (Zeer onvolledig bewaard gebleven), Dordrecht 1814 – 1973 : nummer toegang 3.05.01
Huis van Arrest//Huis van bewaring1814 - 1887 Provoosthuis 1839 – 1886 Strafgevangenis 1839 – 11972
Huis van Bewaring 1888-1972
Gorinchem: 1853-1856, 1888-1933, nummer toegang 3.05.02
Inschrijvingsregisters zijn te vinden in archieven van andere strafinstellingen,
zie de inventaris.
Gouda 1821-1886 nummer toegang 3.05.03 (Zeer onvolledig bewaard gebleven),
’s-Gravenhage 1814-1977, nummer toegang 3.05.04
· Prinsegracht 1882 – 1902
1. Huis van Bewaring `882 - 1902 2. Huis van Arrest 1882 – 1887
3. Provoosthuis 1884 – 1887 4. Huis van Justitie 1882 – 1887 5. Strafgevangenis 1882 – 1887
· Pompstationsweg 1888 – 1942 en 1945 – 1975
1. Strafgevangenis 1882-1942 en 1945 – 1975 2. Bijzondere Strafgevangenis 1911 – 1952 3. Cellenbarak 1919 – 1940. 4. Hulpgevangenis Militairen 1921 – 1923 5. Huis van Bewaring 1935 – 1941
6. Gevangenis en Huis van Bewaring ‘De Oosthoek’ 1973 - 1974 7. Penitentiair Centrum 1974 – 1975
· Rijksasiel Kogelenbergh 1953 – 1971 · Casuariestraat , Huis van Bewaring I, 1902 – 1967 · St. Jacobsstraat, Hulphuis van Bewaring 1942 - 1950 .Van Alkemadelaan, Huis van Bewaring II en Gevangenis II 1940 – 1969
. Leiden 1826-1954 nummer toegang 3.05.05 t/m 3.05.07 · Huis van Bewaring 1826 – 1894, nummer toegang 3.05.05 · Huis van Militaire Detentie 1824 – 1889, nummer toegang 3.05.05 · Strafgevangenis 1826 – 1902, nummer toegang 3.05.05 · Rijkswerkinrichting 1889 - 1919, nummer toegang 3.05.06
Opmerking: De rijkswerkinrichting voor vrouwen is eind 1889 van Veenhuizen naar
Leiden overgeplaatst. Het gevangenenregister uit Veenhuizen is meeverhuisd naar
Leiden. Inv.nr. 1 bevat de inschrijvingen van Veenhuizen 1886 – december 1889 en
daarna die van de Rijkswerkinrichting voor vrouwen te Leiden.
· Rijksopvoedingsgesticht 1910 – 1926, nummer toegang 3.05.07
Naaldwijk Huis van Bewaring 1847-1877 nummer toegang 3.05.08 Noordwijk Huis van Bewaring 1861-1877 nummer toegang 3.05.09
Rotterdam nummer toegang 3.05.10 · Huis van Arrest 1814 – 1886
· Huis van Bewaring I 1886 – 1975 · Duitse afdeling 1943 – 1945 · Hulpgebouw Huis van Bewaring 1943 – 1955. · Hulp-Huis van Arrest 1872 – 1886, daarna Hulphuis van Bewaring 1886 - 1900 · Cellulaire Gevangenis1872 – 1886 · Strafgevangenis 1886 – 1953, daarna Gevangenis 1953 - 1960 · Bijzondere Strafgevangenis voor Vrouwen 1919 – 1953.
· Bijzondere Strafgevangenis voor Mannen 1929 – 1953. · Bijzondere Strafgevangenis voor Jonge Vrouwen 1938 – 1953.
· Gevangenis voor vrouwen 1960 - 1968 · Huis van Bewaring II 1955 - 1974 · Hulp-Huis van Bewaring 1940 – 1946 · Arrestantenhuis 1945 – 1948
Scheveningen, zie het archief van ’s-Gravenhage, nummer toegang 3.05.04 Schiedam Huis van Bewaring 1890-1901, nummer toegang 3.05.12 Schoonhoven Huis van Bewaring 1851-1888, nummer toegang 3.05.13 Sommelsdijk Huis van Bewaring 1888-1901, nummer toegang 3.05.14 Strijen Huis van Bewaring 1856-1877. nummer toegang 3.05.15
(geen inschrijvingsregisters)
Archieven van gevangenissen in de rest van Nederland
Groninger Archieven HvA/HvB/SG Appingedam 1814-1922, RWI Finster-wolde 1949-1951, TH/HvA/HvJ/HvB/PV/
SG Groningen 1670-1978, HvB Hoogezand 1864-1870, RWI Marum 1945-1951, HvB
Veendam 1852-1869, HvB Vlagtwedde 1851-1886, SG/RWI Westernieland 1945-1950, HvA/HB/SG
Winschoten 1824-1975, HvA/HvB Zuidbroek 1813-1886.
Historisch Centrum Leeuwarden
HvA/HvB/HvC/SG Heerenveen 1842-1923, TH/HvA/ HvC/HvJ/HvB/PV/BSG/SG Leeuwarden
1805-1973, HvA/HvB/HvC/SG Sneek 1838-1922. Voor 1805 geen gegevens tuchthuis
Leeuwarden.
Drents Archief RA: HvB/SG Assen 1843-1974, PH/HvB Borger 1860-1908, HvB Hoogeveen 1847-1882*,
HvB Meppel 1888-1901, RWI Veenhuizen en Ommerschans 1859-1960, SG Veenhuizen
1943-1978, Maatschappij van Welda-digheid 1818-1970. Index op bedelaars
Rijkswerk-inrichtingen 1822-1881.
Historisch Centrum Overijssel HvA/HvB/SG Almelo 1844-1975, HvB/SG Deventer 1853-1905, HvB Enschede 1857-1889,
HvB Goor 1852-1882*, HvB Kampen 1847-1867, HvB/PH Oldenzaal 1851-1887, HvB Ommen
1856-1886, HVB Raalte 1845-1877, HvB Steenwijk 1845-1886, HvB Vollenhove
1848-1877, TH/HvA/HvJ/HvB/PV/SG Zwolle 1813-1972. Voor Ommerschans zie onder RA
Drenthe.
Gelders Archief HvB Aalten 1856-1887, RWI Ampsen 1947-1951, HvB/SG Arnhem 1869-1973, HvB
Culemborg 1855-1890, ROS Doetinchem 1939-1960, HvB Elst 1872-1884, HvB/ROS
Harderwijk 1870-1922, HvB/TS Nijmegen 1849-1950, SG Tiel 1846-1936, HvB
Zaltbommel 1815-1883, HvA/HvB/BSG/SG Zutphen 1814-1955. Voor ROS Nijmegen zie
onder Utrecht.
Het Utrechts Archief PO/HvA/PV/HvB/SG/ROS Amersfoort 1811-1890, 1910-1967, ROS Den Dolder 1961-1977,
TS Hollandsche Rading 1942-1971, ROS Montfoort/ Zeist/Nijmegen 1858-1975, ROS/TS
Nieuwersluis 1941-1945, HvB Rhenen 1848-1878*, HvJ/HvA/ HvB/SG Utrecht
1814-1944, HvB Wijk bij Duurstede 1855-1888*, PV/HMD/HvB/SG Woerden 1819-1886,
TS Zeist/Montfoort 1905-1968
Rijksarchief Noord-Holland TH/HvA/HvB/SG/ROS Alkmaar 1811-1961, TH/HvC/HvJ/HvA/PV/SG/HvB Amsterdam
1815-1977, SG Beemster 1942-1950, HvB Edam 1848-1877, HvB Enkhuizen 1848-1877,
HvA/PV/HvB/ SG Haarlem 1827-1975, HvB Den Helder 1860-1902, HvA/HvC/ HvB/SG/RWI
Hoorn 1812-1965, HvB Purmerend 1845-1880, HvB Weesp 1869-1874. Van Haarlem geen
inschrijvingsregisters van voor 1873. Een naamindex op Edam, Enkhuizen, Hoorn,
Purmerend en Weesp.
Zeeuws Archief HvA/HvB/PV/SG Goes 1814-1925, HvB Hulst 1850-1886, HvB Kortgene 1814-1877, HvA/HvB/HvJ/PV/
SG/RWI Middelburg 1809-1973, HvB Oostburg 1841-1902, HvB Sluis 1841-1877, HvB
Terneuzen 1841-1901, HvB Vlissingen 1841-1877 en Zierikzee 1888-1925.
Provinciaal Werkhuis Veere 1821-1829. Voor 1809 geen gegevens tuchthuis
Middelburg. Een naamindex op alle inschrijvings- en signalements-registers
1809-1921.
Rijksarchief Noord-Brabant PV/HvA Bergen op Zoom 1815-1839, HvB Boxmeer 1878-1914, HvB Boxtel 1850-1876,
TH/HvA/HvB/ PV/SG Breda 1782-1940, HvA/HvB/SG Eindhoven 1814-1922, HvB/TS
Ginneken 1821-1861*, 1906-1975, HvB Grave 1845-1866, HvB Heeze 1851-1870, HvB
Helmond 1882-1886, TH/HvA/HvJ/HvB/PV/BSG/SG ’s-Hertogenbosch 1788-1940, HvB
Heusden 1855-1884, HvB Oirschot 1850-1882, HvB Oss 1847-1886*, HvB Oudenbosch
1821-1877, HvB Rucphen 1863-1868*, HvB Tilburg 1849-1886, HvB Veghel 1860-1884,
SG Vught 1945-1957, HvB Waalwijk 1866-1886, HvB Woudrichem 1853-1868*, HvB
Zevenbergen 1866-1883.
Rijksarchief Limburg
SG Eijgelshoven-Heerlen-Lindenheuvel-Terwinselen-Treebeek-Valkenburg 1946-1964,
HvA/HvJ/PV/HvB Maastricht 1842-1939, HvA/ HvB Roermond 1815-1918. Voor de
periode 1796-1814 inzake Roermond en Maastricht zie RAL, Archieven Departement
Nedermaas 1794-1796.
* Geen inschrijvingsregisters.
Verklaring van de afkortingen:
BSG = Bijzondere Strafgevangenis DA = Duitse afdeling W.O. II HMD = Huis Militaire Detentie HvA = Huis van Arrest HvB = Huis van Bewaring HvC = Huis van Correctie HvJ = Huis van Justitie JG = Jeugdgevangenis PH = Passantenhuis PO = Politiehuis PV = Provoosthuis ROS = Rijksopvoedingsgesticht RWI = Rijkswerkinrichting TH = Tuchthuis TS = Tuchtschool SG = Strafgevangenis
Woordenlijst
arrest van terechtstelling bevel tot inhechtenisneming cellulaire gevangenis gevangenis waarin de gevangenen ieder in een aparte cel
zitten geannexeerd toegevoegd gedetineerden gevangenen gratie kwijtschelding hof van assissen rechtbank die misdrijven behandelt huis van arrest voorganger van het huis van bewaring huis van bewaring voor nog niet veroordeelden en kortgestraften huis van correctie voor kortgestraften huis van justitie voor kortgestraften huis van militaire detentie voor militairen huis van reclusie en tuchtiging soort gevangenis vóór 1800
index lijst met namen in alfabetische volgorde
inschrijvingsregisters boeken waarin gevangenen worden ingeschreven kantongerecht lagere rechtbank klapper index van namen koloniën werkinrichting lijfstraf straf waarbij lichamelijk leed werd toegebracht pistole gevangenisstraf waarbij tegen betaling voorrechten worden verleend provinciale hof hogere rechtbank voor misdrijven provoosthuis gevangenis voor militairen recidivist iemand die voor de tweede keer tot een straf wordt veroordeeld rechtbank van eerste aanleg voorganger van de arrondissementsrechtbank rolboek lijst van rechtszittingen signalement beschrijving van het uiterlijk van een persoon vrederechter voorganger van de kantonrechter vrijheidsstraf gevangenisstraf
Literatuur G. Beks en H.J.Ph. Kaajan, Berecht en gestraft (Den Haag 1994);
H.A. Diederiks, S. Faber, A.H. Huussen jr., Strafrecht en criminaliteit. Cahiers
voor Lokale en Regionale Geschiedenis (Zutphen 1988);
R.J.F. van Drie, Gevangen voorouders. Onderzoek in negentiende eeuwse
gevangenisarchieven. in: Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 45 (1991)
206-248;
Herman Franke, Twee eeuwen gevangen: misdaad en straf in Nederland (Utrecht
1990).
Nuttige adressen Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) Prins Willem-Alexanderhof 22, Den Haag Postbus 11755, 2502 AT Den Haag
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), Herengracht 380, 1016 CJ Amsterdam
Nov 2002
▲
bibliotheek |
|