Brief van IJje Wijkstra aan Pieter Veenstra
Groningen 1929. De wroeging omtrent het goed en kwaad kwam al gauw na IJje's
arrest. IJje kreeg al gauw vele brieven ook schreef IJje zelf veel brieven, een
daarvan staat op deze site, het is die aan zijn kameraad Pieter Veenstra
landarbeider uit Marum en 3 jaar ouder. Tijdens het schrijven aan Pieter
Veenstra verkeerde Wijkstra nog maar net in de gevangenis, het was tijdens zijn
voorarrest te Groningen na zijn berechting kwam IJje terecht in de 'blokhuispoort',
de strafgevangenis te leeuwarden waar hij thans 11 jaar verbleef.
De tekst van de brief staat onder de
afbeelding van de brief.


Waarde vriend en Huisgenoten.
ik heb uw brief ontvangen en nu dacht ik even terug te
schrijven, ja ik schrijf nog al vaak want ik ontvang veel
brieven ook van onbekenden. de meeste bevatten christelijke
vermaningen tot bidden en bekeringen enz, wel oprecht bedoeld,
het geen ik waardeer, maar zij vergeten het verblijf waarin ik
ben aangeland, ik behoef hier niets van te zeggen. jullie kunt
het begrijpen nietwaar? maar kan het anders want wat de mensch
immers zaait dat zal hij maaien ,een vaste wet door alle eeuwen
heen.
nimmer zal een mens het geluk vinden als hij
zijne naasten niet als broeders en zusters erkend een
onverklaarbaar iets verbind elkander, en ik heb dien schakel
verbroken, maar nu ben ik zelf uitgeschakeld,wel degene die de
heilige levenswet schend zoals ik, zijn lijden is niet te
overzien, ik bedoel hier met alleen het tijdelijke leven. maar
volgens de wetten van oorzaak en gevolg welker keten eeuwig is,
dan kan zo'n rampzalige daad ook eeuwige noodlottige gevolgen
hebben. wat ons leven betreft is mij nu de waarheid geopenbaard
maar te laat, de vreselijke eenzaamheid was hier wel geschikt
tot zelfinkering en tot onderscheiding van goed tot kwaad, maar
(2. achter zijde brief) nu werkt het verder
verderfelijk en vermoord het alle redelijk gehalte,want een
mensch, hij moge recht hebben op het leven of niet, zoals ik,
het leven is er en wil zich handhaven, wat is natuurlijker? dan
dat een diep gevallene, die eruit ziet dat hij gewandeld heeft
in een kracht der dwaling zich wil oprichten, goed maken wat
goed te maken is, redden wat er te redden valt ,den oudere
mensch met zijne fouten afleggen, den nieuwe aankleden met de
ware eigenschappen van naastenliefde, waakzaamheid in volharding
tot de voleinding., ja dit alles werkt als vuur in mijn
binnenste, mijn gedachten gaan veel te diep, het zwak gestel is
daar helemaal niet tegen bestand, dat zal spoedig blijken, mijn
eigen ziel trekt mij steeds dieper de duisternis in, men kan in
eenzaamheid en werkeloosheid zijn eigen gedachten niet
ontvluchten, en deze moet men juist ontwijken, maar daar is toe
nodig de vrijheid van handelen en geliefkoosde werkzaamheden en
allerlei afleiding, nu wij zullen zien wat het onverbiddelijke
noodlot verder zal beschikken, iedere morgen om een uur of 5
krast er een raaf enige malen naast mijn venster, een heel
slecht voorteken, nu ik moet een eindigen ,maar je begrijpt ik
had je anders nog oneindig veel te vertellen, want hoe weinig
kan een brief bevatten de diepten van ons gemoed even diep als
het heelal zelf hartelijk
Je schrijft D dat je mij wel wat lectuur wou
zenden maar dat word niet toegestaan, bovendien zelfs het lesen
is mij hier een kwelling want wij weten ook daartoe is noodig de
onbezorgde gezellige huiskamer nu … het verheugd mij dat jullie
nog steeds vorderingen maken in de muziek hou vol en dan word je
van zelf een kunstenaar in die schoonste kunst ook dit is voor
mij verwoest, jullie zijt werelden boven mij verheven die sta
…toe dat hij niet valle daar ligt alle in opgesloten de
verzoeking der vrouw is de oorzaak van alle kwaad een veld met
rosen onder….. bladerende monsters der hel.
Hartelijk gegroet u allen Y.W
IJe IJes Wijkstra (ook: IJje) (Doezum, 4 juli 1895 – Eindhoven, 6 juni 1941)
werd bekend door een viervoudige moord die hij pleegde in 1929 in Doezum.
►Lees meer
over IJje Wijkstra
Boek "teken van het beest"
►Te
Koop