|
HUIS VAN BEWARING LEEUWARDEN
1970- 2008 [Tekst]
DE CIPIER De verhalen die nooit naar buiten zijn gekomen van oud
personeel uit de voormalige gevangenis te Leeuwarden. Ruim 50 verhalen
van oud personeel uit de voormalige Bijzondere Strafgevangenis en Huis van
Bewaring te Leeuwarden, zij vertellen indrukwekkende gebeurtenissen die zij
hebben ervaren tijdens de dienst. De verhalen zijn
ingezonden door oud medewerkers. Er worden nog steeds nieuwe verhalen aangeleverd.
Namen van de cipiers zijn bekend bij de redactie vanwege privacy worden deze
namen niet bekend gemaakt .
Inhoud:
Cipier op reis Tijdelijk ontsnapt
De Pil Open huis
De waterstraal Schaapjes tellen
Verlof Groot alarm
De Ideaalzwachtel Harddrugs
Vloeitje blazen Koken op cel
Vissen Drama
Transseksueel De Toga
Grote Pillen Ies Atom Bom Peter R de Vries
Gerechtigheid Een overdenking
Een makkie De Bel Winterstop
De eerste vrouwelijke cipiers
De trouwfoto’s Ouderwets ontsnappen
Verdachte Vreemde gasten
Vreemde kwast Soep ala pot
Niet een dag is hetzelfde Ontsnappingen
De mooiste ontsnapping
Burgerkleding Pepernoten
Brandende sleutels(1)
Brandende sleutels(2)
Brandende sleutels (3)
Wat kan mie dat vrekken Broederliefde(1)
Broederliefde(2) De verpleegster
Boef Bertje
Overwerk met de schoonmaakster Het draadje
Nasi rames Ministeck
Levensverhaal De karbonade Sjoerd
Belevenissen in de Blokhuispoort-gevangenis
Gijzeling Wil je met me trouwen Geboeid publiek
De Weaze Open monumenten dag
Ontsnappen op een al oude wijze Uitslag
Zonder benen Lekkage
Havermout Snijders De
laatste keer Morge Syl
Monumentendag
Genoeg
Op verhaal komen Opendag Vrijdag
Vis
Uw verhaal er ook bij? ►redactie
Printversie
Lees ook:
►Verhalen van ex gevangenen
Cipier op reis
▲
Er werd aan mij gevraagd of ik iemand wilde begeleiden naar zijn familie. Dit
was iets anders dan de dagelijkse handelingen van het beroep Cipier. Deze man
woont op een woonwagenkamp. Dit wilde ik meemaken temeer ook omdat mijn
interesse naar andere culturen uitgaat.
Zo gezegd, zo gedaan. Op een mooie zonnige dag in Maart ging ik samen met de man
op reis naar zijn familie die op een woonwagenkamp stond. Om negen uur werden
wij met een grote zwarte Mercedes afgehaald en reden richting Amstelveen. Op het
kamp aangekomen werden wij begroet door de familie en ik werd uitgenodigd om in
de wagen van zijn ouders een kopje koffie te drinken.
Ik ging de wagen binnen en stelde mij voor aan de familie. De wagen was sfeervol
ingericht. Precies wat ik mij er van voorgesteld had. Mooie sierlijke rode
gordijnen en lamp bestaande uit wel honderden kristallen en een rood bankstel.
In het midden sierde een grote tafel die bewerkt was met houtsnijwerk. Een grote
eettafel en prachtige kasten waarin het porselein werd tentoongesteld. In de
wagen waren grootouders, ouders, familie uit Frankrijk en drie broers en een
zusje van de man die ik moest begeleiden. Er werd gevraagd of ik koffie of
zigeunerthee wilde hebben. De smaak van koffie is mij wel bekent dus gaf ik de
voorkeur aan zigeunerthee. Een delicatesse, thee met stukjes aardbei, meloen en
citroen.
De moeder van (...) had cake, appelgebak en een soort koek gebakken en deze
waren uitgestald op de tafel waaraan wij zaten. Na het eerste gebakje werd al
gauw het tweede stuk cake op mijn bord neergelegd en dit stuk ging met moeite
naar binnen. Niet om de smaak maar om de grote van het gebak.
Na een uurtje
hebben gepraat werd ik het kamp rondgeleid. Het kamp bestaat uit zo'n tien
wagens en er woont alleen familie.
Het is een nieuwe locatie, de familie heeft de locatie nu vier jaar. Het terrein
werd gesierd door grote auto's van Mercedes tot ja zelfs twee Rolls-Royce, een
witte en een goud kleurige. Op het terrein staat ook een schooltje voor de
kinderen. Maar deze was tijdelijk dicht wegens afwezigheid van een leerkracht.
Het laatste jaar kregen de kinderen les van een vrijwilliger die een aantal
uurtjes per week zijn kennis aan de kinderen overbracht.
Toen kwamen wij aan bij
een zeer oude auto. Het was de eerste Benz (rond 1900) die in nieuw staat in de
zon stond te blinken. Met deze auto werd gereden op bijeenkomsten van
oldmobile's. En ja hoor de auto werd gestart en de zigeunerkoning zat als een
koning achter het stuur. De auto kwam al hoestend op gang en reed een aantal
rondjes op het terrein. Het leek of de tijd honderd jaar terug werd gezet.
De zon stond hoog aan de hemel en ik bemerkte dat het rond twaalven werd, gezien
aan de stand van de zon. Opeens zag ik een grote rookwolk achter een van de
wagens vandaan komen en zei: "volgens mij staat de boel in de brand. Er werd
gelachen en ik werd gerustgesteld met de woorden: “Schrik maar niet het is de
barbecue die aangezet wordt". Al snel had ik het eerste stuk vlees, omvouwen
door een stukje witte brood, geserveerd met een glaasje fris.
Dat was een klein
uurtje nadat ik de koffietafel had verlaten en ik kon nog de vulling merken van
het gebak. Na een klein half uurtje werden wij weer in de wagen verwacht voor
het eten. Ik mocht plaatsnemen aan het hoofd van de tafel en mijn ogen vielen
van verbazing bijna in mijn bord.
Een tafel die wel vier meter lang was en twee meter breed stond vol met
verschillende soorten geroosterd vlees, salades, harde broodjes en rundvlees in
een speciale saus, sla en aardappelen en vele soorten drankjes van water tot
cola en thee. Op mijn bord werden vier soorten geroosterd vlees gelegd aangevuld
met sla, aardappel, brood de rundvlees in een voortreffelijke saus.
Het geheel
werd aangevuld met een hard broodje die in de saus met rundvlees werd gestipt.
Om de tafel zaten alleen de mannen en toen wij begonnen te eten werd er een
tweede tafel gedekt.
Aan deze tafel gingen de vrouwen zitten waar ook het zelfde gerecht werd
neergezet als op de tafel waar wij aanzaten. Het was een delicatesse, de vrouwen
hadden een heerlijke maaltijd klaargemaakt en na een uurtje raakte ik vol. Ik
had het gevoel dat ik uit mijn vel barstte er kon niets meer bij.
Na de maal tijd werd weer de overheerlijk thee geserveerd. Na dit te hebben
genuttigd zijn we naar buiten gegaan en hebben ons in een stoel laten zakken en
wij werden gekoesterd door de zon.
Na een drie kwartier geluierd te hebben
werden wij weer in de wagen geroepen voor JA een bakje thee. Ik kon moeizaam uit
de stoel komen, ik had het gevoel dat ik twintig kilo was aangekomen. Maar ja
een bakje zigeunerthee kon er nog wel bij in. Ik liep de wagen binnen en weer
raakte ik in verbazing. Op die zelfde grote tafel stonden wel tien verschillende
soorten taarten, van appeltaart tot slagroomtaart, cake en vlaaien. Versiert met
vers fruit, van kersen, aardbeien, druiven en noem maar op. Het leek wel een
banketbakkerij.
Ik mocht weer aan het hoofd van de tafel zitten en er werd een
bord voor mij neergezet met een vork. Het eerste stuk gebak werd op mijn bord
neergelegd en toegevoegd met de thee. Er werd druk gepraat en in de zigeunertaal.
Een taal die ik nog nooit heb gehoord. Deze taal is niet te volgen ik kon er
niets uithalen wat voor mij bekend was. Maar er werd regelmatig vertaald en als
ze met mij wilde praten ging het over in het Nederlands. Na het overheerlijk
stuk gebak genuttigd te hebben werd er een nieuw stuk gebak op mijn bord
neergelegd. Ik had het gevoel dat ik uit elkaar plofte. Maar zo ben ik ook wel
weer "niet laten kennen, opeten".
Later kwam ik erachter dat als je een leeg bord hebt het een teken voor de
zigeuner is dat de gast meer wil hebben. Dus bij het tweede stuk gebak liet ik
een gedeelte liggen.
Als gast werd ik behandeld als een koning. De gastvrijheid
die ik kreeg was onvoorstelbaar.
Maar aan elk sprookje komt een einde. De klok sloeg half vier en het was tijd om
weer richting Leeuwarden te vertrekken. De grote zwarte Mercedes werd voor
gereden en wij namen afscheid van de familie. Ik bedankte de familie voor de
grote gastvrijheid en liepen naar de auto om de terugreis te ondernemen. Wij
kregen voor onderweg nog een grote doos met gebak mee, voor het geval dat wij
nog trek in iets zouden krijgen. Zo kwamen wij om half zes weer aan bij het huis
van bewaring in Leeuwarden met een hele ervaring rijker.
Cipier W
Tijdelijk ontsnapt
▲
Er was een verbouwing bezig en als onderdeel daarvan was onder het voorste
hek een deel de bestrating weggehaald. De mensen van Parketpolitie ( transport
gevangenen) hadden de jongeman uit hun transport bus gehaald en stonden met hem
in de remise. ( een ruimte waar de gevangenen uit de Transport auto of bus komen
en waar alle deuren en hekken op dat moment gesloten moeten zijn) zij, de
Parketpolitie mannen waren aan het overleggen of de gevangene die zij terug
brachten eerst nog naar de administratie moest of dat hij direct door kon naar
de "badmeester".
Bij de badmeester komen alle gevangenen die worden ingesloten. Men moet zich
daar ontdoen van alle kleding ook onderkleding en krijgen dan kleding of van de
inrichting of zoals het nu gaat, mogen ze eigen kleding en ondergoed dragen.
Maar alles wordt nagekeken op contrabande. Dus met een zwembad heeft een
badmeester in een gevangenis niets te maken)
Op dat moment heeft de gevangene vermoedelijk gedacht jullie kunnen mij wat en
hup daar nam hij een duik onder de stang van het hek door en weg was hij.
Wat gebeurde er op bijna hetzelfde moment:
Twee Cipiers P en H die voor een
bepaalde tijd op de werkzaal werkten als werkmeester en dienst hadden, begeven
zich naar beneden om van hun schafttijd te gaan genieten welk vaak middels een
ommetje in de stad op het programma stond.
Bij de portier aangekomen mochten we er niet uit. Navraag aan de 2e portier
leerde dat er een gevangene van de B vleugel die met de Parketdienst op
transport was geweest naar de rechtbank was ontsnapt. Na een tijd wachten en
voldoende info te hebben gekregen mochten we naar buiten.
Collega P kende de
gevangene want, deze had op zijn etage gezeten in de B vleugel.
Bij het lopen naar de binnenstad liepen wij door een klein straatje en op de
hoek komt er ineens een knaap in training pak aan gerend. Op dat moment roep
mijn collega P “dat is hem”. Ik roep terug “pak hem”. Cipier P vliegt achter de
gevangene aan en in een reflex denk ik, niet achter hen aan maar binnendoor
lopen want hij komt vast richting Provinciehuis gelopen.
Aan het eind van het winkelstraatje kom ik weer op de grote straat / hoek
provinciehuis en zie dat daar eerst de gevangene en op een paar meter daarachter
Cipier P aan komen lopen. Ik liep meteen in de richting vanwaar zij kwamen om
hem te grijpen. Vermoedelijk dacht de gevangene naar die grote moet ik niet naar
toe en maakt rechtsomkeer richting voorkant Huis van Bewaring.
Op het moment dat hij op de hoek van de straat aldaar was aangekomen zag hij een
politie auto aankomen met sirene uit zuidelijke richting en ook uit oostelijke
richting een motor agent ook deze had de sirene op de motor aan. Gevangene
bedacht zich niet ( vermoedelijk bang geworden dat er meerderen op hen zouden
duiken ) en liep naar de voordeur bij de portier van de gevangenis. En wat deed
hij, hij belde aan om naar binnen te kunnen.
Op dat moment ging ook juist de schuifdeur open en snelde hij naar binnen
gevolgd door Cipier P en Cipier H almede een agent. Zo kreeg alles toch weer een
goede afloop en kon hij weer lekker in het Huis van Bewaring slapen die nacht.
Of hij over het voorval gedroomd heeft zal altijd onduidelijk blijven. Wel
duidelijk is dat het waar is gebeurd.
De Cipiers P en H
De Pil
▲
Tijdens mijn dienst als patrouille Gang liep ik een rondje over de B vleugel
toen ik wat commotie hoorde. Op het vlak zag ik Cipier F en een verpleegster bij
een boef zitten.
Deze was net van de trap gevallen tijdens een epileptische aanval. Omdat de
aanval nog voortduurde, had de man direct medicatie nodig, die rectaal
toegediend moest worden.
De verpleegster gaf aan zich wat bezwaard te voelen, mede omdat er al mooi wat publiek op
de midden- en bovenring stond. Of ik die pil niet even naar binnen wilde
schuiven. “Geen probleem” zei ik stoer want ik dacht: “dat voelt vast niet
anders als bij mezelf!”.
Dus snel deed ik een plastic handschoen aan en schoof die torpedo naar binnen.
Ik wilde wel zeker van mijn zaak zijn natuurlijk, dus helemaal tot het tweede
vingerkootje. Trots meldde ik dat de operatie geslaagd was.
Ik kijk op en zie Cipier F bijna omvallen van het lachen. Op het moment dat
ik wil vragen wat er zo grappig is, zie ik ineens dat ik de handschoen aan mijn
linkerhand heb zitten…….en ik ben rechts….!!!’
Cipier M
Open huis
▲
Soms hadden we in het
werkweekend op zaterdag een dienst die moest/mocht aanvangen om 14.00 uur en
eindigde om 22.00 uur. Dit was op zich een leuke dienst. Ik heb diverse malen
zo’n dienst mogen draaien in de Blokhuispoort. Ook had ik weer op een zaterdag
zo’n dienst en ik kom aan op de fiets.
Ik zie dat de voordeur aan de Keizersgracht op een kiertje staat en zet de fiets
in het fietsenhok. Duw de voordeur een stukje open en ga naar binnen. Tot mijn
verbazing zie ik geen portier en ook het hek naar de binnenpost is gesloten.
Ik
kijk snel even op het toilet, maar ook daar helemaal niemand, geen portier.
Ik zal toch naar binnen moeten, eerst maar een kijkje nemen achter het
fietsenhok, want hier kunnen wat auto’s geparkeerd staan. Plotseling zie ik op
een van de auto’s een storno (portofoon) op het dak liggen.
Ik kijk nog eens goed en zie dat de auto op een krik staat en ja hoor, daar ligt
de betreffende portier onder zijn auto te sleutelen.
Ik geef hem een tikje op zijn schouder, waarvan hij overigens behoorlijk schrikt,
en vraag hem of hij zo vriendelijk wil zijn mij naar binnen te laten.
De portier was bezig nieuwe remblokjes te plaatsen in zijn auto. Hij was in de
veronderstelling dat iedereen al binnen was en dat de voordeur van de
Blokhuispoort wel open kon blijven. Cipier
De waterstraal
▲
Het was volgens mij op een weekenddag dat ik een dienst van
14.00-22.00 uur had, deze dienst is zo mooi vanwege het lekker kunnen uitslapen.
In deze dienst is het volgende voorgevallen. Via de portier op de Keizersgracht
moest je, om op de A vleugel te komen, rechtdoor lopen en via de vlakdeur kwam
je er dan. Ook deze dag ging het zo, alleen duurde het een lange tijd voordat er
iemand opendeed. Dat zinde mij niet en ik bedacht hierop het volgende.
Voor de deur hing de brandslang, dus om de bewaarders wat tot spoed te manen,
zette ik de brandslang op het slot van de deur. De kraan open. Doordat het water
met grote kracht door het sleutelgat ging, werd de druk hoger. Echter aan de
andere kant van de deur 5 a 6 meter verderop stond een bewaarder. Een van de
twee collega’s, er liepen altijd twee bewaarders op het vlak, opende de deur en
gelijk kon ik zien wat er gebeurd was….
Mijn vaste wachtmaat was midden in het kruis geraakt met een flinke waterstraal,
het water droop er vanaf. Ook keek hij helemaal niet blij, vreemd overigens,
want hij was altijd het zonnestraaltje van de inrichting. Cipier J
Schaapjes tellen
▲
Precies weet ik het jaar niet meer maar het was in elk geval
eind 70 e jaren. In die jaren
werden er heel veel overgewerkt om de diensten draaiende te houden. Dus was de
directie blij met elk personeelslid die dienst kon en wilde draaien.
Ik liep die dag samen met Cipier H op de 3e etage A vleugel het was niet erg
druk omdat het lucht tijd was voor de gevangenen. Ik zat bij mijn bruine houten
kastje ( wat dienst deed als bureau ) op de etage en achter mij was de
cipierswacht.
Daar was Cipier H even gaan zitten om zijn diensten in zijn agenda bij te werken.
Ik was bezig om de bijzonderheden van de ochtend in het bijzonderheden boek te
noteren.
Op een gegeven moment komt Adjunct Directeur F naar boven vermoedelijk om even
een kop koffie in de wacht te halen. Vlak voor de deuropening van de wacht zag
hij Cipier H zitten aan de grootte lange tafel.
Hij zat onderuit gezakt zijn handen gevouwen op zijn uit gestrekte benen . Zijn
hoofd was helemaal achter overgevallen en de mond stond wat open. Op zijn neus,
die niet de kleinste was, stond zijn bril.
Cipier H was vertrokken naar te horen was hij met een kleine diesel motor
schaapjes aan het tellen want telkens klonk er een zacht geronk.
Adjunct Directeur F zei tegen mij wat is dit hierbij wijzende naar de “schone
slaper”.
Waar ik op dat moment de geest weghaalde weet ik niet maar ik kreeg een
perfecte ingeving en maakte een gebaar met mijn vinger op mijn mond en wenkte de
Adjunct Directeur F naar de stoel naast mij. Hij ging zitten en heb hem verteld
dat ik wel een kop koffie voor hem zou pakken.
Voorts voegde ik hem toe dat Cipier H een beste Migraine aanval had gekregen en
eigenlijk naar huis wilde gaan maar, dat ik hem zover had bepraat om het eerst
hier nog even te proberen met 2 tabletten tegen de hoofdpijn . Omdat ik anders
geheel alleen op de etage zou moeten door werken.
Adjunct Directeur F maakte mij een compliment en vond dat ik goed had gehandeld.
Zonder koffie vertrok hij naar beneden . Dat aan de slaap van Cipier H snel een
eind kwam hoef ik niet meer vertellen. Ik kan wel vertellen dat er vaak nog
grappen over zijn gemaakt.
Cipier H
Verlof
▲
In de 2e helft van de jaren
'90 kreeg ik directeur D omstreeks november het verzoek van gevangene R. op mijn
bureau. Gevangene verzocht verlof voor de volgende feestdagen (Kerst). Ik kende
de gevangene persoonlijk, aangezien het een jonge jongen was, die goed van de
tongriem gesneden was en gemakkelijk een praatje maakte.
Zo kwam het ook dat ik tijdens de rondes over de vleugels regelmatig door
betrokkene werd aangesproken. Ogenschijnlijk heel aardig, maar na een dergelijk
gesprekje bekroop je toch altijd het gevoel......"dit is een gladde jongen een
mooiprater" die volgens mij toch niet te vertrouwen was. Iemand die je maar
liever voor je hebt dan achter je.
De rapportage die was aangeleverd voor de verlofaanvraag leverde precies
hetzelfde beeld op.
Het advies aan mij was positief, maar daar werd wel een
opmerking bij gemaakt in de zin van: "gevoelsmatig ben ik er van overtuigd dat
de gevangene R. niet terugkeert na zijn verlof; er zijn echter in het geheel
geen objectieve zaken te vermelden, die dit verlof in de weg kunnen staan". Met
de nodige reserves heb ik ingestemd met het verlof.
Betrokkene keerde niet terug. Een paar dagen later kreeg ik persoonlijk een
kaart van betrokkene. Hierop stond een grote gorilla afgebeeld die met zijn
wijsvinger naar zijn voorhoofd wees en een gedachtewolkje erboven met de tekst:
" Je denkt toch niet dat ik iedereen een kaartje stuur? ".
Unit Directeur D
Groot alarm
▲
Groot alarm tijdens de grote renovatie 1996/ 1997.
Op een prachtige zomerdag, de 1e vakantiedag van de locatiedirecteur, werd ik
gebeld door de heer De V, 1e medewerker van de bevolkingsafdeling, met de
mededeling: "Dick er lopen hier net 2 mannen heel hard voor mijn raam langs. Het
zou best kunnen dat er 2 ontsnapt zijn ".
Deze informatie werd wel zo serieus genomen, dat ik onmiddellijk opdracht heb
gegeven om alle gevangenen terug te sturen naar hun cel en iedereen in te
sluiten. En ja, er ontbraken 2 mannen!
Op de werkzaal werd gebruik gemaakt van een compressor.
Deze compressor was in
verband met de herrie die dit apparaat veroorzaakte in een afgelegen gedeelte
van die werkzaal geplaatst. Voor de aanzuiging van lucht voor de compressor wat
er een gat in de muur gemaakt van ongeveer 40 bij 40 cm met daarvoor een stukje
roestig kippengaas.
Waarschijnlijk was dit al meer dan 40 jaar zo en het stukje gaas was dan ook al
helemaal doorgeroest. Beide gevangenen konden tijdens het koffiedrinken zonder
enig moeite het gaas verwijderen, door het gat klimmen en via de aanwezige
steiger, die op de grote binnenplaats stond, over de muur "stappen". De telling
en het onderzoek dat direct werd ingesteld, was in een mum van tijd gereed.
Gelijk toen was gebleken dat er 2 gevangenen misten en wie dat waren werd de
politie geïnformeerd. Via de fax, die voorgeprogrammeerd was, werd door het
hoofdbureau het bericht naar aanliggende korpsen gezonden. Althans dat was de
bedoeling.
Echter een politieambtenaar is ook maar een mens. In plaats van doorzending naar
de omliggende korpsen werd het bericht met 1 druk op de verkeerde knop verzonden
naar alle persbureaus ! Binnen een paar minuten stond de telefoon bij de politie
roodgloeiend. Alle persbureaus in den lande wilden informatie. En nog voor ik
tijd had om ook maar 1 telefoontje naar buiten te plegen om diverse personen te
informeren stond ook onze telefoon al roodgloeiend.
Toen ik de Algemeen Directeur informeerde, was zijn enige reactie: "ok, dan zal
ik je niet verder ophouden, dan heb jij het nu even druk genoeg!" , en zo was
het ook.
Het kan verkeren. Unit Directeur D
De Ideaalzwachtel
▲
Er is een tentoonstelling in de Openbare Bibliotheek te Leeuwarden met als thema
“Het gevangeniswezen in de loop der tijd”. Er zijn verschillende artikelen
opgesteld en er is een aantal vitrines met ‘belangrijke’ items ingericht. Zo
laat men een dwangbuis zien, maar ook een alkoof met daarin een hangmat waarin
een pop als gevangene ligt. Ik bekijk een vitrine met verschillende attributen
die gevangenen in de loop der jaren zoal hebben ingeslikt. Er liggen lepelstelen,
theelepels, een mesheft en spijkers netjes uitgestald als stille getuigen van om
aandacht vragen, van paniek of gebruikt met het doel om via het ziekenhuis een
ontsnapping te wagen.
In een volgende vitrine zijn “ontsnappings-voorwerpen” uitgestald. Pal voor mijn
neus ligt een verbandrol.
Een, zoals wij van de medische dienst die noemen,
ideaalzwachtel. In mijn gedachten ontstaat een link waarvan het zweet me
uitbreekt.
De tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met het HvB te
Leeuwarden en de ideaalzwachtel is iets van de laatste jaren, de jaren dat ik
werkte in het HvB. Al denkend vallen de puzzelstukjes in elkaar.
Ik herinner me ineens dat mijn collega een ideaalzwachtel aan een gevangene gaf,
waarvan ik dacht er ook al één gegeven te hebben. En ik herinner me ook
plotseling één van de laatste ontsnappingen….
Natuurlijk!! Een ideaalzwachtel is sterk, lang, gemakkelijk mee te nemen en
gemakkelijk te knopen tot een lengte van 2x 5m = 10 meter. Ben ik onderdeel van
een ontsnapping geworden?
Dat zal toch niet waar zijn? Deze zwachtel, de ideaalzwachtel, door mij
persoonlijk verstrekt, is een ideaal ontsnappingsmiddel gebleken!
Verpleegkundige J
Harddrugs
▲
Cipier W had een tip gekregen dat er bij een gevangene harddrugs in zijn cel
aanwezig zouden zijn. Cipier W onderneemt actie en doorzoekt de hele cel. Niets
te vinden. De tipgever geeft aan dat er niet goed is gezocht, hij weet 100%
zeker dat er drugs zijn.
Dus Cipier W gaat opnieuw de cel in. Gewapend met een schroevendraaier wordt nu
alles losgeschroefd en ja hoor, in een stoelpoot ontdekt Cipier W een wit
papiertje. Bingo! Dit moeten wel de gezochte drugs zijn!
Helaas lukt het Cipier W niet het papiertje uit de stoelpoot te verwijderen. "Morgen
neem ik een ijzerzaag mee!" zegt Cipier W en de stoel wordt veilig opgeborgen.
's Avonds weten collega’s Cipiers J en D het papiertje met een fietsspaak te
pakken te krijgen.
Het papierenpropje bevat helaas geen drugs. Morgen komt Cipier W met zijn
ijzerzaag..... de pen wordt gepakt en op het briefje komt te staan: domme Willem V.
De volgende dag komt Cipier W met zijn ijzerzaag op het werk. De stoelpoot wordt
er enthousiast afgezaagd en verwachtingsvol ontvouwt Cipier W het papiertje,
leest de tekst en de rest laat zich raden.
Die verbaasde blik van Cipier W zal ik nooit vergeten.
Cipier L
Vloeitje blazen
▲
Gevangene B loopt op de nieuwe Cipier H af en zegt, Cipier kunt u vloeitje
blazen? Een Cipier kan alles en Cipier H antwoordde “tuurlijk kan ik dat”.
Gevangene B vroeg “kunt u dat ook met een handicap” mmm dit maakte Cipier
H wel nieuwsgierig maar liet zich niet kennen en zei tuurlijk kan ik dit.
Dit speelde af op de begane grond van het cellenblok en er waren veel
toeschouwers.
Cipier H nam de uitdaging aan en zo geschiede het. Gevangene B legde nog even
uit wat de bedoeling is.
Cipier H kreeg de opdracht om een vloeitje van de hand van gevangene B te blazen.
Dat was niet zo moeilijk dacht Cipier H, maar hij moest het geblinddoekt doen en
op zijn hurken zitten.
Een andere cipier had de theedoek al in de aanslag. Vele
ogen waren gericht op Cipier H of dat wel goed kwam.
Er viel een stilte in het cellenblok, zou Cipier H dat lukken.
Gevangene B pakte een vloeitje en vertelde tegen Cipier H, “lukt het ook met een
blinddoek om en gehurkt het vloeitje van mijn hand te blazen op een afstand van
25 cm?
Cipier H “tuurlijk makkie” en zo geschiede het. Cipier H kreeg een theedoek voor
zijn ogen en ging gehurkt zitten. De spanning was te snijden in het cellenblok,
zou Cipier H de uitdaging goed volbrengen.
Gevangene B bedacht zich geen moment trok stilletjes zijn broek naar beneden
en..
Gevangene B ging ook gehurkt voor Cipier H zitten en zei: “Cipier H nu hard
blazen” Cipier H kreeg argwaan en trok de theedoek af en werd geconfronteerd dat
de gevangene B met een bloot gat naar Cipier H toe stond met zijn hand ervoor
waar het vloeitje op lag. Het blazen ging niet door. De Stilte in het cellenblok
maakte plaats voor een oorverdovend geluid van lachende Gevangenen en Cipiers.
De Cipier
Koken op cel
▲
Creatief koken in HvB Leeuwarden.
Crime de Po [6 a 8 personen] Benodigdheden bereiding: 1 Dompelaar [waterkoker] 1
Grote pan [cel po] 1 Lepel + 1 mes + Grote lepel.
Ingrediënten: Overgebleven macaroni of witte rijst. 2 blikjes sardientjes of 2
blikjes smak 1 grote uit en 1 paprika. 5 knoflookteentjes, zout, peper en olie
Bereiding Crime de Po: Spoel je po goed om met water liefst warm water met een
beetje shampoo. Droog de po goed en zet de po op een stevige ondergrond. Doe een
klein laagje olie in de po. Snij de sardientjes of smak ik kleine stukjes. Snij
de uit of paprika in kleine stukjes. Snij de knoflook in kleine stukjes. Doe dit
in de po en roer met een lepel of je hand de ingrediënten goed door elkaar.
Pak de macaroni of rijst die je in de voorgaande dagen hebt verzameld van ander
gevangenen en uit de overschep en doe dat in de po. Zorg wel dat het deksel van
de po er op kan zodat de po afgesloten kan worden. Roer dit mengsel goed door,
pak de dompelaar en stop de stekker in het stopcontact. Zet de dompelaar in het
midden van de po, roer om de paar minuten zodat het niet aanbrand. Voeg zout en
peper naar smaak toe.
Uitserveren: Druk op de celbel en vraag of een Cipier mee wil lopen om de “Crime
de Po” uit te serveren bij je vrienden en vergeet vooral de Cipier niet een
hapje te geven.
Eet smakelijk, de crimidepokok
Cipier W
Vissen ▲
Op een vrijdagmorgen hoorde Cipier E de vleugelreiniger Leo tegenover gevangene
O zeggen "Dan moet je even bij hem zijn". en met die hem bedoelde hij Cipier E.
Vervolgens komt gevangene O die op cel 004 verbleef bij Cipier E met de vraag "
Kan ik mij bij u opgeven voor het vissen morgenvroeg".
Het antwoord was bevestigend en daarop noteerde Cipier E zijn naam op een
papiertje, waarop Cipier E zegt “wij vertrekken vroeg”, om 5.00 uur de volgende
dag( zaterdag).
Dus gevangene O moest vroeg zijn wekker zetten, maar dat was geen probleem.
Hem
tevens geadviseerd de nodige kleding mee te nemen o.a. een lange regenjas en
laarzen die hij bij de wc boy [reiniger] kon krijgen. Die speelde het spel
natuurlijk mee.
Het toeval wil dat een gevangene X die op A022 verbleef [de cel tegenover
gevangene O] die dag gelicht werd door de politie en niet eerder terugkwam dan
maandag.
Zodoende bleef het deur luikje open van gevangene X [voor ons een bevestiging
dat diegene er niet was].
Die avond had Cipier E nachtdienst met Cipier S en Cipier W.
Om 05.20 uur ging een belletje en die bleek van het vlak te komen, waarop Cipier
E tegen zijn collega's zei “ik ga wel even kijken”, want Cipier E had zo'n flauw
vermoeden wie dat kon zijn.
Aangekomen op het benedenverdieping was inderdaad het lichtje boven de celdeur
van A004 donkerrood gekleurd met andere woorden, de gevangene O had gebeld.
Vervolgens opende Cipier E het celluikje en daar stond gevangene O in vol ornaat d.w.z. in een grote zwarte jas en veel te grote groene laarzen klaar voor
vertrek om te gaan vissen.
Op mijn vraag wat gevangene O wilde kwam de volgende reactie.
"Dat weet u toch wel" zei gevangene O "wij zouden toch gaan vissen ?"
Cipier E knikte bevestigend maar daarbij vroeg ik hem "Weet je nog hoe laat we
zouden vertrekken".
Ja zei gevangene O om 5.00 uur, toen vroeg Cipier E hem hoe laat het was keek
gevangene O op zijn horloge en zei dat het reeds 5.20 uur was.
Cipier E zei daarop dan ben je te laat kijk maar naar je overbuurman op A022 die
is ook mee en ze zijn al weg.
Daarop begon gevangene O te huilen en verweet het Cipier E, die wel wist dat
gevangene O mee zou gaan. Gevangene O vond het vreselijk gemeen dat Cipier E hem
niet om 5.00 uur had geroepen.
Gevangene O was ook niet meer voor rede vatbaar en bleef huilen waarop Cipier E
hem nog vertelde voortaan op tijd zijn wekker te zetten.
Vervolgens het luikje gesloten en Cipier E ging weer naar boven en het verhaal
uit de doeken gedaan waarop lachend het laatste kopje koffie hebben genomen en
de aflos van de nachtdienst hebben ingelicht over dit voorval.
Die hebben het spel nog meegespeeld tot een uur of elf en gevangene O toen
verteld dat het visverhaal een bajesgeintje was.
Cipier E.
Drama ▲
Een gevangene A krijgt bezoek van zijn zwangere vriendin, peutertje, zus met
baby, en kleuter. Zij kwamen uit de regio Den Haag en gingen via Harlingen weer
op huis aan. Helaas zijn ze net buiten Harlingen richting afsluitdijk op een
tegemoet komende vrachtauto geknald waarbij iedereen is overleden. Toen de
betrokken gevangene hierover werd geïnformeerd heb ik nog nooit iemand zo in
elkaar zien storten, wat een drama. De andere gevangenen zamelden toen geld in
voor bloemen.
Transseksueel
Nieuwe inkomst A vleugel: man /vrouw het zag er wel uit als een
vrouw maar nog geen geslachtsoperatie had ondergaan. Officieel nog man en kwam
“zij” op de mannenvleugel. Dat was grote consternatie, het arme mens had geen
seconde rust, grote belangstelling van alle mannen.
De Toga
Een Cipier op nachtdienst en de toga van de pater had aangedaan. Ineens
voor het raam van de cipierswacht langs 'zweefde en zijn collega’s de schrik van
hun leven.
Grote Pillen
Een gevangene klaagde over de grootte van de pillen die hij moest
slikken. De Cipier deed navraag en wat bleek, het waren zetpillen.
Ies Atom Bom
▲
Ik herinner me ook een magere Aziatische jongen, die morgens met
zijn metalen po naar de toiletten liep, er naar het deksel wees en zei: “ies Atom Bom”
Peter R de Vries
Oh, en die keer dat Peter R de Vries een documentaire maakte. Die filmden 's
avonds, maar het was wel beltijd. Die gevangenen wisten niet wat ze zagen,
renden op hun slippers naar de telefooncel om het thuisfront te vertellen dat
Peter R de Vries op de ring stond. En vroegen vervolgens een handtekening.
Gerechtigheid
Een gevangene die heel lang vast gezeten had voor het vermoorden
van iemand, hij had vervolgens het huis in brand gestoken in een poging zijn
moord te verhullen. Die man durfde jaren niet naar buiten (naar de luchtplaats).
Toen hij eindelijk ging, werd er een BBQ georganiseerd. Hij keek net naar het
vlees toen iemand tegelijkertijd het vuur wilde opstoken met wasbenzine o.i.d...je
raad het al; hij had behoorlijke brandwonden. Gerechtigheid?
Een overdenking
Een gevangene die 'op de fiets' [veiligheidsbed] moest. Hij werd
uitgezet naar zijn eigen land en hij was ervan overtuigd dat hij daar vermoord
zou worden door de overheid. Ik heb me nog wel eens afgevraagd of dat echt waar
was, ik hoop van niet.
Een makkie ▲
Een Russische gevangene, die zonder een enkele wanklank zijn
jarenlange straf uitzat. Hij vond het een makkie hier in de bajes; hij had
eerder in Rusland gezeten.
Cipier M
De Bel
▲
De bel was een oude echt van koper/messing gemaakte bel en hing in een
miniaturen klokkenstoel. De bel werd geluid om aan te geven wanneer er iets
stond te gebeuren bv. aanvang van de lucht of recreatie, werd dit door middel
van tegen de bel aanslaan met de grote cel sleutel kenbaar gemaakt.
Het was in het jaar 1999 zo tegen de eeuw wisseling aan dat besloten werd als
oud en nieuw stunt om de bel van de A vleugel tijdens een nachtdienst te kapen
en deze in zijn geheel te renoveren.
Door de jaren heen had deze bel zijn klepel
en allemansendje verloren.
Het ”Allemansendje”, het kunstig gedraaide stukje touw, dat aan de scheepsbel is
bevestigd en waarmee Jan en Alleman signalen kan geven Cipier P zou hem vlak
voor de kerst. tijdens een nachtdienst los halen en mee naar huis nemen. Tussen kerst en oud en
nieuw werd een oude stuurfusee kogel van een auto als klepel er in geplaatst.
Onderaan werd een oogje gelast waar het allemansendje aan bevestigd kon worden.
Zo is alles op de keuken tafel van Cipier H beland waar er een allemansendje aan
geknoopt werd. Alles werd opgepoetst en van namen voorzien. In de eerste week is
alles weer terug geplaatst. Doch onder tussen was men eerst verbaasd door de
verdwijning van de bel.
Men was wat onthand en had geen signalering meer om activiteiten aan te kondigen.
Een vindingrijke Cipier J uit Drachten had na een dag schoon genoeg van deze
situatie zodat hij de grootste koekenpan uit de keuken heeft gehaald. Deze pan
werd op de plek van de verdwenen bel gehangen Activiteiten werden nu met een blikkig geluid aangekondigd.
Wat was men blij dat na een nachtdienst in de
eerste week van januari de bel er weer hing. Bij het organiseren hiervan hebben
we veel voorpret en hilariteit mogen meemaken.
Tevens de reactie van diverse collega’s was niet te beschrijven. Deze bel hangt
nu in een vergaderzaal genoemd naar de oude gevangenis in de Marwei of te wel in
de P.I. te Leeuwarden. De Cipier
Winterstop ▲
De Cipier P was als badmeester werkzaam in een team wat de badafdeling runde.
Badafdeling is daar waar de mensen binnen komen om gevisiteerd te worden, waar
hun spullen nagekeken worden om dan ingesloten te worden. Deze jonge Cipier was
behekst en wel met het Ajax virus. Hij was, althans volgens zijn eigen zeggen
een verwoed fan van deze club.
Van een niet meer gebruikt raam had hij een soort van gedenk kast gemaakt.
Vol
met foto’s shirts en ander prullaria van deze vereniging. Tevens had hij diverse
shirts van voetballers in het tussen magazijn hangen. Dit alles was zijn
heiligheid. Het liep weer richting kerst en oud en nieuw aan. Dus tijd voor een
stunt nietwaar.
Deze keer viel de keuze op Cipier P, hij moest maar eens wat in dimmen met zijn
enthousiasme. De hele vitrine werd leeg gehaald en alles in twee dozen gestopt.
Zo ging dat ook met de clubshirts.
Maar ja wat was een goede verstop plek. Al gauw viel de keuze om een plafond
plaat te verwijderen en alles tussen het plafond te verstoppen. Aldus geschiede.
Om enigszins aan te geven dat het een stunt was, werd er op de lege plek een
laken gespannen met de tekst” we zijn er even niet, ook wij hebben vakantie en
na de winterstop zijn we er weer. Groetjes Koeman.
De Cipier P heeft alles afgezocht en lopen uit te pluizen en heeft velen
benaderd of dat iemand wat wist. Hij kon het niet vinden, hij heeft ongeveer
veertien dagen onder zijn spulletjes door gelopen . Omdat zijn humeur niet meer
te genieten was is het hem in de eerste week van januari verteld waar hij het
kon vinden. Wat was hij beroerd dat hij daar niet eerder gekeken had.
Cipier H
De eerste vrouwelijke
cipiers
▲
In 1993 kwam ik samen met vrouw Cipier I in de Blokhuispoort als vrouw Cipier te
werken. Wij waren de eerste vrouwelijke Cipiers in de gevangenis van Leeuwarden
de Blokhuispoort.
Ik heb met veel plezier op de B vleugel gewerkt. Het waren twee mooie jaren. In
1995 ben ik vertrokken naar P.I. Zuyder Bos.
De trouwfoto’s De eerste en enige vrouwelijke Cipier die haar trouwfoto's in de
Blokhuispoort heeft mogen maken. Cipier P reed ons die dag in een rode Ford Fairlane. Datum 1-9-95
Cipier G
Ouderwets ontsnappen
▲
Het is uit de wat nieuwere oude doos maar in 2005 (denk ik) heb ik als
politieman een keer midden in de nacht één van de veroordeelde daders van de (bekende
Leeuwarder) moord op Manuel Fetter [24 sep 2004] van de binnenplaats geplukt
nadat deze was ontsnapt uit zijn cel door op de één of andere manier 2 tralies
door te zagen en middels aan elkaar geknoopte lakens naar beneden was geklommen
en zich vervolgens had verstopt achter een soort van transformatorhuisje... In
een relatief nieuwe tijd ontsnappen op een al oude wijze...
Een politieagent
Verdachte
▲
Het was in 1999 en had samen nachtdienst met Cipier J op de B vleugel
en Cipier F was aanwezig.
Hij werkte nog niet zolang bij ons, een sympathieke vent die je er wel bij kon
hebben. We hadden het grootste gedeelte van de nacht achter ons, de aflos zou
waarschijnlijk al van bed zijn.
De koffie voor hen was gezet. Opeens hoorden we glasgerinkel wat gepaard ging
met veel lawaai. Het was vlak bij de wacht op cel B 229 waar gevangene B
verbleef, een vijftigjarige man. Cipier J is gaan kijken door het spionglas en
probeerde contact te krijgen via het luikje met de bewoner, maar hij kreeg geen
respons.
De gevangene leek helemaal de weg kwijt te zijn, alles was aan gort geslagen.
Na overleg in de cipierswacht met het dienstdoende directielid, besloten werd
dat we in ME uitrusting naar binnen zouden gaan met schild.
Het was inmiddels 6.10 uur, toen we de gevangene in een hoek drukten en
vervolgens hebben afgevoerd naar de isolatiecel. Daar werd de gevangene rustiger,
wel viel op dat hij onder de blauwe plekken zat, maar konden ons niet
voorstellen dat dat door ons gekomen was.
Inmiddels stond de aflos voor de deur die via de intercom op de hoogte werd
gebracht en dat hij nog even geduld moest hebben.
Wij zijn naar huis gegaan en
hoorden later dat de gevangene die dag nog naar het ziekenhuis was afgevoerd.
Daar is hij na een aantal dagen overleden.
De rijksrecherche werd op de hoogte gebracht die een onderzoek instelde. Toen
waren wij van de een op andere dag verdachte. Cipier J heeft zijn verhaal gedaan
en ook ik moest het verhoor ondergaan.
Twee man van de rijksrecherche stelden hun voor waarna ze drie uren lang je
uitspraken probeerden te ontlokken die haaks op elkaar stonden.
Een voorbeeld " je ging die cel in met schild zoals je net vertelde maar in
welke hand had je de wapenstok? "
Ik vertelde dat er geen wapenstok aan te pas
was gekomen.
Een uur later werd weer de vraag in die richting gesteld op de manier van "toen
je de cel in ging in welke hand had je toen de wapenstok". Strikvragen dus, maar
zo werken die verhoorders nou eenmaal.
Mijn antwoord was weer hetzelfde, en zo ging dit door ook Cipier J werd zo aan
de tand gevoeld.
Later werden foto's getoond van de gevangene onder de blauwe plekken in het
televisie programma Hart van Nederland, daarin ook familieleden van gevangene B
die de Cipiers uitmaakten voor moordenaars.
Ook de sensatiejournalist Willibrord Frequin deed een duit in het zakje en blies
de zaak nog meer op.
Achteraf bleek de gevangene een leverziekte te hebben gehad en bij elke
aanraking aan zijn lichaam werd dit een blauwe plek.
Na een aantal maanden werd de zaak door de toenmalige officier van justitie
geseponeerd.
Maar ondanks dat wij van ons zelf wisten dat we niks verkeerds hadden gedaan,
was dit een vervelende bijkomstigheid en waren dit geen leuke dagen voor ons.
Plusminus een jaar later kreeg ik een telefoontje van onze directeur O, de
familie van de gevangene had onverwachts aan hem het verzoek gedaan of zij de
laatste plek van hun vader mochten zien waarbij ze zijn cel als mede de
isolatiecel wilden zien waarin hij die morgen door de cipiers was geplaatst.
Directeur O stemde daarin toe.
De brief van de officier heb ik bewaard als herinnering aan dit nare voorval. De
meeste nachtdiensten vergeet je, deze nooit meer.
Cipier E
Vreemde gasten ▲
Gevangene B een brandstichter uit Bolsward, Cipier B heeft hem ooit op de
luchtplaats een smeulende sigaret bevolen deze uit te trappen. Op zijn vraag
waarom hij dat moest doen zei Cipier B "Dat is therapie".
Later tijdens zijn detentie, klopte hij om een uur of twaalf in de nacht op de
deur van de cipierswacht waar het personeel de nachtdienst doorbrengt.
Men schrok zich natuurlijk een hoedje.
Maar gevangene B vroeg alleen aan Cipier B op zijn Fries: Kin jo de doar even
ticht dwaan, want ik wol sliepe". [Kun je de deur dichtdoen want ik wil slapen]
Er was toen Europees voetbal op de tv en door de haast bij het insluiten had men
zijn deur vergeten te sluiten.
Vreemde kwast
Dan was er nog gevangene H een vreemde kwast had TBS en had
vreemde gewoontes.
Smakelijker Wanneer er nasi of bami (de blauwe hap) voorgeschoteld werd door de
keuken en gevangene H dit kreeg werd dit door hem "smakelijker" gemaakt door
eerst even te masturberen en daarna werd het geproduceerde goedje door het eten
geroerd.
Hij sloeg enige dagen later de verpleegkundige J op zijn hoofd en gevangene H
werd toen overgeplaatst na eerst nog twee weken in de strafcel te hebben gezeten.
Soep ala pot
Op cel A 123 werd een first offender geplaatst, tijdens het tellen
in de nachtdienst ging ik bijna over mijn nek, een mede gevangene had hem wijs gemaakt dat de
soep uit de ketel in zijn po moest.
Ik zag de stakker die dat geloofde eruit eten. Bah !
Cipier E
Niet een dag is hetzelfde
▲
Gevangene P van de cel A 204 was ook zijn vreemde eend in de bijt, daar moest je
dagelijks een emmer water door zijn cel gooien omdat hij er zo'n ontiegelijke
bende van maakte op een dag.
Helaas komen er steeds meer van die gevangenen die net niet gek goed zijn voor
de GGZ en die in een Huis van bewaring worden gestopt.
Ooit zij iemand tegen mij toen ik bij deze baas begon " Niet een dag is
hetzelfde" het is nog steeds zo.
Cipier E
Ontsnappingen ▲
Er zijn in de loop der jaren dat ik in de Blokhuispoort gewerkt heb zijn er
redelijk veel gevangenen ontsnapt. Maar er zijn ook redelijk veel die dat wel
hebben geprobeerd, maar door oplettendheid van personeel deze kans ontnomen werd.
Zelfs heb ik ook diverse ontsnappingen meegemaakt.
De eerste uit 1982 die ik mij kan heugen was Gevangene P op cel A 015 die niet
ver kwam, de tralies waren wel doorgezaagd, maar het werd tijdig door mij
ontdekt op een avond dat hij op de recreatiezaal was.
In 1984 was het gevangene R een Canadese sportleraar die op cel A 006 vastzat.
Deze man had s' morgens altijd haast bij de wasrondes en zat verder de gehele
dag op cel wilde niks, later bleek waarom.
Hij ging er vandoor tijdens een van mijn nachtdiensten. Omstreeks 3.30 uur in de
nacht reden er veel politieauto's over de Emmakade met loeiende sirenes.
Wij, Cipier S, Cipier W en Cipier E zeiden nog tegen elkaar die hebben het druk.
Tien minuten later ging de telefoon, met de vraag of wij er ook een kwijt waren.
Nee, niet dat ons dat bekend was, tot de agent zei dat het ene R was die ze
vasthielden op het bureau.
Hij was hard gaan lopen toen een politieauto hem passeerde, hij was in de
veronderstelling dat zijn ontsnapping ontdekt was.
De politie was echter gewoon aan het patrouilleren, maar vond zijn gedrag toen
zij passeerden wel heel vreemd vandaar dat ze hem aanhielden toen hij dwars door
een winkelruit sprong.
Enfin, toen we op cel A 006 gingen kijken zagen we door het luikje de gordijnen
heen en weer bewegen, toen was het wel duidelijk dat hij het was die ze
vasthielden.
Vier ruitjes waren eruit gehaald, dat had hij overdag of s ‘nachts gedaan en er
weer netjes vastgezet met een laagje tandpasta die diende als stopverf.
Die nacht ging zijn plan in werking hij had twee tralies doorgezaagd en
omgebogen, is over de muur geklommen bij de tussenmuur waar cel A 013 aan
grensde.
Enfin s' morgens werd hij weer gebracht en is in de strafcel terecht gekomen en
veertien dagen later overgeplaatst naar een beter beveiligde inrichting.
Ook de bewoners op zaal G gevangene M en gevangene J hebben het geprobeerd in
een van mijn nachten, ook dit mislukte het werd ontdekt door een burger die ter
hoogte van de winkel Eringa een arm uit de cel heen en weer zag bewegen.
Samen met de politie zijn deze gevangenen naar de strafcel gebracht.
Op de B vleugel zat Gevangene P een Hagenees die de sponningen aan de binnenkant
van cel B 023 had afgeplakt met wc papier zodat we niet konden horen dat hij aan
het zagen was.
Hij viel echter aan de voor hem verkeerde kant van de muur en verstuikte zijn
enkel.
Toen Cipier T op ronde was en richting portiersloge/administratie liep klopte
hij op de tussendeur.
Hij wilde weer graag naar binnen.
Zo ook gevangene J heeft het geprobeerd op cel A 122, hij had tijdens de
renovatie gereedschap gejat uit de kisten van de werklui.
In de nacht ontdekte Cipier J dit en met de boodschap aan gevangene J dat hij
dit van hem niet weer mocht doen ging hij bereidwillig mee naar de strafcel.
Cipier E
De mooiste ontsnapping
▲
Is van een vrijdag -op zaterdagmorgen gebeurd. Ik was die zaterdag
dienstgeleider.
Cipier W of zijn vrouw belde naar binnen, met de mededeling dat er lakens aan de
muur hingen ter hoogte van de woonark. Alle cellen werden door ons gecontroleerd
zowel op de A -als op de B vleugel.
Cipier P ontdekte op cel B 009 dat niet de bewoner, maar een bezem aangekleed op
het bed lag. De directeur O werd ingelicht en die kwam tijdens polshoogte nemen.
Hij wilde graag de stand van zaken weten, ik heb hem o.a. verteld wie de bewoner
was, dat het om een Turkse man uit Amsterdam ging en vertelde verder waarvoor
hij vastgehouden werd e.d.-en wanneer hij waarschijnlijk was ontsnapt en
waarlangs de vluchtroute liep.
En vooral de manier hoe hij ontsnapt was vond ik een knap staaltje werk.
Hij had nl. uit de buitenmuur een laag stenen er een voor een heel uitgehaald
met zijn bestek, dit heeft waarschijnlijk weken -zo niet maanden geduurd.
Deze stenen had hij keurig op elkaar onder zijn bed gestapeld en daar wat voor
gezet, ook voor het gat dat steeds groter werd hing een laken voor de versiering
met het bed ertegen aan.
Toen het gat groot genoeg was heeft hij gewacht tot vrijdagnacht omdat zaterdags
de deuren later open gingen, zodat hij ruimschoots de tijd had om een voorsprong
te nemen tijdens zijn vlucht.
Met deze gegevens belde hij de officier waar ik bij zat. De directeur O zat er
meer mee dan degene die hij aan de lijn had. Ik kreeg het idee dat toen de
directeur O zei waarvoor hij zat, de officier zich daar niet druk over wilde
maken.
Nadat hij dit telefoongesprek had beëindigd met een donkerrood hoofd, vroeg hij
mij of ik nog iets kon toevoegen wat belangrijk zou kunnen zijn.
Hoe ik erbij
kwam weet ik niet meer, maar ik vertelde hem dat het verklaarbaar was waarom
deze Amsterdammer de benen had genomen.
Hoezo dan, was directeur O zijn vraag, mijn antwoord was dat Willem en Maxima
die dag zouden trouwen in Amsterdam en dat hij daar waarschijnlijk bij zou
willen zijn.
Als blikken toen konden doden, had ik dit verhaaltje niet kunnen maken.
De gevangenen is overigens na drie weken weer opgepakt.
Cipier E
Burgerkleding
▲
Het was een doordeweekse nacht dat we gezamenlijk met zijn drieën in de
cipierswacht aan de koffie zaten met een gevulde koek.
De illegale tv werd uit de kast gehaald, zodat we nog een paar uurtjes tv konden
kijken. Om een uur of elf gingen we bij de deuren langs, de verlichting moest
uit op de cellen. We waren weer boven en hoorden de voorbel. Ik ga wel even
kijken zei ik, Cipier J en W bleven achter. Bij de deur aangekomen deed ik de
schuif open, politie voor de deur.
Ik vroeg hen waarvoor ze kwamen.
"Wie ben jij" zei een van de agenten, ik vertelde dat ik hier vannacht moest
werken. Hoezo ? was mijn wedervraag, ik wil graag weten wie je bent en heb je
een legitimatie bij je vroeg hij. Nee, was mijn antwoord, wacht maar even zei ik
en liep naar boven met dit verhaal.
Cipier L ging naar voren en ook die werd gevraagd naar hetzelfde. Maar ook hij
kwam terug en Cipier W ging naar voren. Hij vertelde later aan ons dat zij, de
politie twijfelde aan onze antwoorden omdat we in burgerkleding waren en ons
niet konden legitimeren.
Gelukkig was Cipier W ook nachts altijd gentleman die in uniform kwam en
legitimatie bij zich had.
De reden dat ze aan de voordeur stonden was dat er van buiten met ons
telefonisch contact werd gezocht maar wij daar niet op reageerden.
Het bleek dat de telefoon niet overgezet was door de administratie en daarom was
de politie s ‘avonds gevraagd om polshoogte te nemen.
Cipier E
Pepernoten
▲
De grootste veelvraat die alles at was onze Cipier J. Werkelijk alles schransde
hij naar binnen.
Hij is zelfs een keer in zijn gulzigheid door Cipier JL via de Heimlich greep.
verlost van een sinaasappel waar hij bijna in stikte. Ook hij was degene die
altijd de overschep uit de keuken haalde wanneer de gevangeniskok Roelfsing
teveel eten had gemaakt.
Op een "reünie" in Den Haag van de gestichtswacht was hij ook mee.
Tijdens het etentje op de boulevard bleef er genoeg over maar Cipier J zorgde
ervoor dat de borden leeg waren wanneer ze weer naar de keuken werden gebracht.
Op een donderdag net voor vier uur werd ik afgelost door Cipier J, die me
vervolgens via de midden etage op de B vleugel doorliet.
Ik graaide op dat moment in mijn jaszak naar iets wat ik niet thuis kon brengen,
het bleken nog een paar hondenbrokjes te zijn.
Hmmm !! zei Cipier J toen ik mijn hand opende, lekkere pepernoten.
"Wil je" zei ik " ja lekker dankjewel" zei Cipier J en propte ze in de mond.
Ik ben doorgelopen en heb me niet meer omgedraaid. Zoals ik al memoreerde hij at
alles.
Cipier E
Brandende sleutels(1)
▲
Wanneer je sleutels kwijt bent is dat vervelend vooral als je in een bajes werkt.
Maar toch gebeurde dat bij mij in de Blokhuispoort twee keer. Het zweet staat je
dan in de handen.
De eerste keer waren dat mijn eigen autosleutels. Toen ik daar kwam werken zag
ik dat de cipiers de grote celsleutel van de bos vaak tussen broek en overhemd
stopten.
Dit was een gewoonte en daar deed ik later ook aan mee.
Totdat ik mijn autosleutels kwijt was, iedereen zoeken natuurlijk maar nergens
te vinden.
Dan maar de reservesleutels ophalen van huis zei Cipier H en zo geschiedde.
Cipier H met mij naar mijn huis, tenminste dat was de bedoeling.
Bij Stiens moesten we wachten voor de stoplichten. Ik zat onderuit en hees mijn
broek op, met deze handeling vond ik mijn autosleutels terug.....tussen broek en
overhemd.
Retour Leeuwarden eind goed, al goed.
Ik heb overigens nooit mijn sleutels weer op die manier opgeborgen.
Brandende sleutels (2)
▲
Op een recreatieavond waarbij de gevangenen via de luchtplaats moesten lopen om
naar de recreatieruimtes te komen gebeurde het.
Ik had de sleutels van de recreatiedeur bij me. Om 20.00 uur werd via de
portofoon geroepen dat er thee en koffie gebracht zou worden naar de
recreatiezaal.
Degene die de sleutel had, ik dus moest de deur opendoen, om de kannen thee en
koffie in ontvangst te nemen.
Om 21.15 uur was de recreatie afgelopen en moest
de deur weer worden geopend door mij.
Maar toen bleek dat ik mijn sleutels niet bij mij had. We zijn gaan zoeken, maar
geen resultaat. Met een reservesleutel werd de deur iets later dan de bedoeling
was open gedaan zodat de gevangenen terug naar cel konden. Het viel me op dat
een gevangene grinnikte toen we om de sleutels zochten voordat we de zaal
uitgingen.
Toen iedereen achter de deur zat ben ik die gevangene op gaan zoeken op cel A
015, het was iemand van een woonwagenkamp.
Het was in het tijdperk dat men 10
minuten per week mocht bellen. Hij moest altijd gewaarschuwd worden om te
stoppen.
Ik naar hem toe dus, en gelijk de opmerking gemaakt " volgens mij weet jij waar
die sleutel is waar we om zochten".
Hij ontkende eerst, maar toen ik hem in het vooruitzicht stelde dat hij dan van
mij tien minuten extra mocht bellen andere daags ging hij overstag en vertelde
mij waar de sleutels lagen.
"Ik heb het niet gedaan, zei hij maar toen jij de deur opende en de kannen in
ontvangst nam liet je de sleutels in de deur."
Vervolgens was er een gevangene
die deze eruit haalde, maar het later niet meer vertrouwde toen we hen een voor
een gingen fouilleren na afloop van de recreatie, dat hadden wij van te voren
gezegd.
Met een grote blauwe handschoen aan heb ik in de wc pot gegraaid en de sleutels
teruggevonden. De dienst eindigde op die dag wat later dan normaal, maar ik was
allang blij dat de sleutels terug waren.
De volgende dag heb ik die gevangene zijn extra telefoontje gegund.
Brandende sleutels (3)
▲
Ik vond het een vreemde vent, Gevangene E uit Groningen toen hij bij ons
gedetineerd zat op cel A 122. Het was een man met gebruiksaanwijzing die om het
minst of geringst kon ontploffen.
Hij zat o.a. voor geweldsdelicten en had een hoge gevangenisstraf en TBS
gekregen. Woensdag was vaak de drukste dag met transporten naar de rechtbanken
in het hele land.
De gevangenen werden dan via de achterdeur (dat was o.a. een deur naar de
vrijheid) door het parket opgehaald. Zo ook die dag dat gevangene R met de
achterdeur sleutel in zijn hand bij Cipier Y kwam.
"Die heeft een van jullie in de deur laten zitten alsjeblieft" zei gevangene R.
Cipier Y nam ze verbouwereerd in ontvangst.
Cipier E
Wat kan mie dat vrekken
▲
Was een uitspraak die vaak door “Tommie Keutel” Cipier T werd gezegd.
Op cel A 202 zat een gevangene B een man met suikerziekte die op een nacht de
insulinepen niet terug wilde geven aan Cipier W. Daarop haalde Cipier W mij op,
want zei hij "Volgens mij ken jij wel aardig met die man opschieten".
Dat was ook wel zo, dus ik voor het luikje om die pen uit zijn cel te praten.
Het lukte me inderdaad, maar hij had hem wel leeggespoten waarschijnlijk teveel
van het goede.
Wat nu, we hebben eerst onze gevangenisarts gebeld maar die was er even niet,
toen maar naar het ziekenhuis gebeld en de verpleegkundige gevraagd wat we in
zo'n geval moesten doen.
Wakker houden was het advies, maar dat ging niet zoals wij dat hadden gewild.
Dus toen maar weer een dokter gebeld die na een poosje kwam, het was niet onze
eigen dokter V, maar een vervanger.
Met zijn allen hebben we de deur open gedaan waarbij o.a. ook Cipier M, T en T
bij aanwezig waren.
Gevangene B had de cel volgeplakt met mooie posters uit de Playboy, die door
Cipier T werden bewonderd terwijl de dokter met de patiënt bezig was.
Cipier T was meer lyrisch over de naakte vrouwen, ze hadden volgens hem en zo
zei hij het ook mooie borsten en k..... en hij bekommerde zich dan ook totaal
niet over gevangene B en de dokter.
Op een gegeven moment zei de dokter gevangene B wat suiker moet hebben waarop
Cipier T zijn vinger natmaakte en in de suikerpot stopte.
Hij liet zijn vinger in de mond van de “patiënt” afsabbelen, waar wij verbaasd
naar keken.
Cipier T niet, hij haalde zijn gulp open en zei tegen gevangene B als je die
vinger af kan likken dan kun je ook op die van mij wel even sabbelen.
Nou ik kan je vertellen dat de dokter vreemd en verbaasd opkeek.
Cipier M en ik hebben de cel jankend van het lachen verlaten en zijn over de
reling gaan hangen, we kwamen niet weer bij. De dokter heeft de inrichting
vervolgens verbaasd over dit alles verlaten.
Gevangene B was overigens de volgende dag weer bij de pinken.
Cipier E
Broederliefde (1) ▲
Het was in de tijd dat de hoofdingang nog aan de Keizersgracht was waar de
parkeerplaatsen zijn.
En ieder personeelslid werd wel een keer ingezet als portier wanneer Portier S
of ook wel genoemd “Jan Oogje” b.v. een vrije dag hadden.
Op een zaterdag was mijn broer daarvoor ingezet, hij kwam niet echt
zelfverzekerd over en ik kwam op het idee hem telefonisch te benaderen vanaf de
A vleugel met de buitenlijn.
Toen hij de telefoon opnam met " Huis van Bewaring Leeuwarden goedemorgen",
sprak ik hem aan met een Surinaams accent.
Dat Surinaams lukte me wel aardig ik vertelde hem “Cipier S” dat ik op bezoek
wilde komen bij mijn broer die daar gedetineerd was.
Hij antwoordde dat dit niet mogelijk was op zaterdag, waarop ik "kwaad " werd en
hem dreigde toch te zullen komen.
Ik vertelde hem dat ik wist waar hij zat en dat ik gelijk zou komen en gooide
vervolgens de hoorn erop.
Even later ging de telefoon in de cipierswacht waar wij zaten te koffiedrinken.
Het was Cipier S die het verhaal uit de doeken deed en verzocht het wel even in
gaten te houden, dat zodra de Surinaamse man zou komen wij even naar voren
moesten gaan.
Uiteraard hebben we dat toegezegd, ik denk dat broerlief nog wel een paar
uurtjes heeft gezweet voordat hij om 1300 uur afgelost werd door de late dienst.
Ik heb het hem overigens tot de dag van vandaag nooit verteld.
Cipier E
Broederliefde (2)
▲
Ik heb diverse keren nachtdienst met mijn broer gehad, samen carpoolen en dan
naar de gevangenis in Leeuwarden. Meestal zat hij op de B vleugel en ik op de A
vleugel, maar het gebeurde ook weleens dat we samen zaten.
Zo ook een keer met Cipier P. De Blokhuispoort werd gerenoveerd en er stonden
steigers drie hoog tussen de buitenmuur en het cellenblok.
Cipier P en ik ging een rondje maken, toen we beneden waren zei ik tegen Cipier
P wij nemen de achterdeur sleutel even mee.
"Wat te doen " zei hij ik vertelde hem wat mijn plan was om de steigers te
beklimmen en zo naar voren te lopen naar het raam van de wacht waar mijn broer
Cipier S zat. Zover konden we ook komen, sommige gevangenen zagen ons voor de
ramen langs lopen en ook enkele zullen waarschijnlijk zijn geschrokken.
Maar wie het meest schrok was Cipier S toen we beiden knoerthard met de vuisten
op het raam beukten. Hij zat rustig in de stoel tv te kijken toen dat gebeurde
en werd lijkbleek - en witheet na dit geintje. Hij kon het niet waarderen en
maar ook anderen vonden dat niet leuk.
Er stond nl. later cynisch in het ochtendrapport dat de nachtrondes wel moesten
worden gelopen maar niet via de steiger.
Cipier E
De verpleegster
▲
Het was een kille, grauwe en gure dag in november. Alle elementen van het weer
waren die dag aanwezig o.a. regen, harde wind, natte sneeuw noem maar op.
Cipier J en ik moesten in de vroege morgen luchten om kwart over acht. Er waren
maar een handvol gevangenen die dit weer trotseerden. Maar ja je moest er staan.
Samen stonden we bij de keuken te blauwbekken. Maar ineens was ze daar, ze moest
naar haar werkplek op de medische dienst. Vol bewondering keken we naar haar,
want Verpleegster T mocht er wel zijn.
Een van de mooiste verpleegkundigen die
de Blokhuispoort heeft gehad volgens ons.
Ik zei tegen Cipier J "die is de zonde wel waard", maar ik kreeg al gauw spijt
van deze opmerking.
" Cipier J riep tegen haar” kom hier eens”. En daar kwam ze aangelopen,
parmantig op hakjes en een wulpse lach op haar gezicht.
" Wat is er Cipier J " was haar wedervraag waarop Cipier J antwoordde : " Cipier
E wil je wel een een een [stotterend] keer met je"
Mijn kop werd nog roder dan een tomaat en die van haar ook. "Deze taal ben ik
niet van gediend Cipier J " zei ze kwaad en keek mij vernietigend aan.
Vervolgens baande ze weg richting medische dienst. Mij verbaasd achterlatend en
Cipier J schaterlachend zoals hij zo vaak deed.
Cipier E
Boef Bertje
▲
Ook een naam die je niet vergeet, hij was destijds een van de vele koffieboys
die we hebben gehad. Hij zat overigens vol humor en dat kon iedereen wel
waarderen. Alhoewel iedereen ?
Op een morgen, het kan ook een middag geweest zijn vroeg Bertje nadat hij de
koffieronde had gedaan en druk was met de afwas aan Cipier J kun je ook een
vloeitje tussen mijn vingers wegblazen.
Natuurlijk wel zei Cipier J, zo geschiedde Bertje deed een vloeitje tussen zijn
vingers en Cipier J moest het wegblazen.
En inderdaad dat was geen probleem voor
Cipier J, in een blaas uit zijn mond werd het vloeitje weggeblazen.
" Mooi" zei Bert," maar ik ga het nu moeilijker voor je maken". "Kun je het ook
wanneer ik je een blinddoek voor doe". Ook hier kwam een bevestigend antwoord op.
Cipier J werd geblinddoekt met een handdoek en Bertje deed met de vinger op de
mond tegen de aanwezige collega's zijn broek van de kont, gericht naar het
gezicht en de mond van Cipier J.
"Blazen" riep Bert, en Cipier J blies "nog harder" riep Bert en Cipier J blies
nog harder, hij bleef blazen in de bruine ster van Bert.
Iedereen lachte binnensmonds, waarop vervolgens een collega de handdoek voor het
gezicht weghaalde.
Daarop schaterde iedereen het uit, Cipier J overigens als een boer met kiespijn
maar hij kon het wel waarderen. Dit geintje werd herhaald bij Cipier H die daar
totaal anders op reageerde hij was furieus. Een van de vele grapjes die Bertje
uithaalde.
Cipier E
Overwerk met de
schoonmaakster ▲
Ik weet niet meer wie het ontdekte, of het nou de koffieboy was of een Cipier
maar het was te mooi om het niet te zien. In de oude Cipierswacht op de A
vleugel kon je naar buiten zien over de Emmakade en je zag ook de gebouwen die
daar stonden.
Ook het gebouw van een administratiekantoor waarvan de naam mij is ontschoten.
"s Avonds wanneer je daar met zijn allen zat om een bakje koffie keek je ook
regelmatig naar buiten.
Ook die avond keek iemand naar buiten, even later zag hij dat een mans persoon
het gebouw binnenging. Die snuffelde wat in zijn kantoor, een klein kwartier
later kwam een vrouw aan de deur die naar boven ging. Die kuste de man toen hij
haar binnenliet.
Ja toen werden de collega's erbij geroepen want de kus werd intenser bij het
bureau. Even later deed de vrouw haar kleren uit, we noemen haar maar de
schoonmaakster omdat ze er elke dag kwam.
Nog even later had ze niks meer om het lijf en ook de man ( baas ?) deed
hetzelfde.
Vervolgens werd de voorstelling steeds leuker, alles op het bureau werd aan de
kant gezet en toen was het hek van de dam.
Wij zaten op de eerste rij. Het was
een show die heel lang duurde, wij hadden geen tijd meer voor de gevangenen
waarvan er weleens iemand op de bel drukte.
Zij hebben die avond lang moeten wachten voordat er personeel kwam vragen wat er
was. Deze voorstelling kwam dagelijks terug en heeft nog weken geduurd. Zelfs
onze gevangenis predikant werd liefhebber want ook hij kwam s' avonds vaker
binnen dan normaal.
Je hoorde hem diep ademen wanneer het hoogtepunt kwam van de show. Er waren
cipiers die de late dienst niet meer vervelend vonden.
Na een aantal weken was
er een cipier die met de zaklamp ging schijnen en toen was het feest over helaas.
De voorstelling werd nu in een andere kamer van het kantoor gehouden buiten het
zicht van de oplettende cipiers.
Cipier E
Het draadje
▲
Het was een heldere nacht in mei de mooiste lentemaand. Samen met Cipier B en M
had ik nachtdienst. Omstreeks een uur of half drie liep ik een ronde en kwam op
een gegeven moment in de gang van midden A vleugel waar het hekwerk zat.
Daar vandaan had je een overzicht tussen de buitenmuur en het cellenblok . Even
staan voor het geopende raam en de buitenlucht opsnuiven, heerlijk !
Verrek dacht ik even in het licht van de buitenverlichting, daar hangt een
draadje waarvan het ene eind over de buitenmuur bengelt en het andere eind zag
ik dat die uitkwam op een zaaltje die we toen nog hadden.
Op dat zaaltje (H) verbleven vier gevangenen waarvan gevangene C een was. Maar
zag ik het wel goed, want toen ik met mijn ogen knipperde was het draadje weer
onzichtbaar.
Vreemd dacht ik nog ik ben toch niet gek.
Maar het was er niet meer toch nog even gewacht en ja hoor het hing er weer.
Dus
toch niet gedroomd, met dit verhaal mijn nachtmaten ingelicht die mee gingen
kijken. En ja je raad het al het draadje was pleite. " Je ziet ze vliegen" riep
Cipier B en Cipier M verklaarde me voor gek.
Toen we aanstalten maakten om te vertrekken zag ik het weer en ook Cipier B zag
het. Gelukkig dacht ik, maar ja en nu. De politie ingeseind die met twee man
kwam en ook het B vleugel personeel was intussen gearriveerd. Vervolgens zijn we
het zaaltje binnengegaan. De aanwezigen sliepen zogenaamd als rozen, ze hadden
natuurlijk ons wel gehoord.
Een voor een zijn ze er afgehaald en afzonderlijk ingesloten in de
inkomstencellen op de A vleugel en twee in de strafcel allen zijn gevraagd waar
het draadje was.
Niemand wist wat natuurlijk, vervolgens heb ik de zwakste van de groep iemand
uit Heerenveen voor de keus gezet of het draadje opbiechten waar het was of zijn
nieuwe draagbare radio zou worden gesloopt.
Hij kwam snel met zijn antwoord en koos eieren voor zijn geld, het draadje
hadden ze verstopt in de thermoskan en door een ruitje uit de sponning te halen
schoten ze met een zelf gemaakte pijl die ze hadden gemaakt op de werkzaal deze
over de muur, dit mislukte ook vaak vandaar dat ze het zo vaak probeerden dat
het wel lukte en dat was dan ook gelijk het antwoord dat ik het om 2.30 uur dan
wel weer en dan weer niet zag.
Vervolgens hadden "vrienden" van Gevangen C er een fles drank aangeknoopt die ze
dan voorzichtig naar binnen loodsten heel voorzichtig natuurlijk want de muur
moest niet hardhandig geraakt worden.
Dit hadden ze volgens hem al diverse keren gedaan. Inderdaad werd een fles drank
later nog gevonden, maar het had ook wat anders kunnen zijn.
Ik vond het inventief, de nacht was overigens snel om.
Cipier E
Nasi rames
▲
Zoals je nog zou kunnen weten vroeg Cipier R wanneer je met hem nachtdienst had
altijd "zal ik vanavond maar nasi rames meenemen". Natuurlijk was dat goed we
aten er altijd goed van ook die nacht had hij het meegenomen. De een nam koekjes,
de andere wat chips o.i.d en Cipier R altijd nasi rames. De koekjes waren gauw
op en ook de chips en de cola raakten op.
Op een gegeven moment haalde Cipier R uit zijn grote bruine aktetas en groot
stuk spul met kranten eromheen.
Toen hij het opende kwam de stank ons tegemoet.
Hij haalde vervolgens zijn gebit uit de mond deed deze in een thee mok met water
waar ik overigens nu nog een trauma van heb, ik drink nu nog niet uit zo’n glas.
Waarop ik hem vroeg "wat voor rotzooi heb je nu meegenomen".
Cipier R werd kwaad zijn kop stond op onweer toen ik die opmerking maakte. "dit
is paardenworst Cipier E" mompelde hij en " als Cipier E dat rotzooi vind hoeft
hij dat niet te eten en krijgt hij ook geen nasi rames meer".
Daar kon ik het meedoen, ik heb niks meer gehad die nacht.
Cipier E
Ministeck Nachtdienst
▲
met Cipier J gehad, die had van die grote klauwen zoals je weet. En 's morgens
kreeg je al te horen dat hij s’ avonds zijn ministeck mee zou nemen. Kun je je
dat voorstellen die kleine rotstukjes die moest je in een of ander ding zetten.
Als ik ergens een hekel aan had was dat wel de ministeck van Cipier J. Maar ja
het geschiedde Cipier J kwam s' avonds na de koffie, chips en cola met zijn
ministeck op de proppen.
Dit ministeck spelletje wordt overigens gemaakt door de fabrikant Jumbo spellen.
Dit had ik gelezen op de doos waar het inzat. Ik zet het wel even klaar zei
Cipier J (niemand reageerde overigens) ik loop even een rondje en dan doen we
even een spelletje.
Cipier J ging inderdaad op ronde, toen hij op het vlak was riep ik hem naar
boven dat er telefoon voor hem was. Flauwekul natuurlijk, ik had de hoorn naast
de telefoon gelegd.
Cipier J kwam boven en pakte de hoorn , ik hoor alleen maar tutututut zei Cipier J, wie was het?
Ik vertelde hem dat het een vertegenwoordiger was van Jumbo spellen die hem
moest hebben.
Cipier J kon mijn bloed wel drinken en liep kwaad naar beneden, vervolgens heeft
hij de hele nacht niks meer tegen me gezegd en heeft dat een week volgehouden.
Wat ik er mee bereikte is wel duidelijk wij hebben die bewuste nacht geen
ministeck meer gezien en hij heeft nooit meer dat dommespel meegenomen wanneer
ik met hem nachtdienst had.
Cipier E
Levensverhaal
▲
Het levensverhaal van een ex gedetineerde en zijn Cipier
Op 11 jarige leeftijd verhuisde ik van het mooie Harlingen waar ik een
onbezorgde jeugd had, waar ik mijn vrienden moest achterlaten naar het
Overijsselse Deventer. Ik kwam met mijn ouders in een wijk te wonen waar vele
gastarbeiders in dienst van Tomassen & Drijver woonde en vele woonwagenbewoners
die hun wagen in ruilde voor een huis namen hun intrek in deze wijk.
Van het
stadsfries wat ik behoorlijk sprak leerde ik de straattaal ik leerde de
woonwagentaal (Bargoens) en leerde de cultuur en gewoonten die in een
multiculturele wijk behoren. Je maakt vrienden en komt bij de vrienden thuis,
als jonge jongen merkte je natuurlijk al dat het in deze gezinnen anders ging
als bij jou thuis.
De opvoeding was anders, je zag slaapkamers waar ze met 4 kinderen op sliepen en
je zag natuurlijk dat vele gezinnen niet te besteden hadden van wat ik gewend
was. In het weekend zag ik mijn familieleden wel eens een borreltjes of een
flesje bier drinken in de middag of avonduren.
Maar wat mij als kind opviel dat bepaalde gezinnen al rond het middaguur
behoorlijk dronken en het eten was vaak niet meer dan een kroketje of een
patatje. Bij de woonwagenbewoners was vooral en dat valt nog steeds op keurig
netjes in huis, daar leerde ik schoenen uit te doen voor binnenkomst.
Op een middag was ik op mijn fietsje achter de flats waar ik woonde aan het
crossen ik zag iemand aan de waterkant zitten die er opvallend uitzag en bij het
naderen van deze persoon haalde hij net een vis uit het water.
De man begon
tegen mijn op dat moment een mannetje van 12 jaar denk ik een voor mij
indrukwekkend verhaal te vertellen.
Hij kwam net uit de gevangenis en had een behoorlijke tijd gezeten, hij vertelde
en dat kan ik mij als de dag van vandaag nog herinneren hoe het gevangenisleven
was. Het was een tot op de dag van vandaag voor mij nog steeds een fascinerend
verhaal, een verhaal wat indruk maakte en een verhaal die mijn levensweg heeft
bepaald. De man met zijn zelfgemaakte tatoeages op zijn vingers waar love op
stond, de armen vol namen ik denk van dierbaren vertelde vol passie tegen een 12
jarige.
Later begreep ik waarom.
Op eens werd ik geroepen door een buurvrouw uit de flat met de vraag of ik naar
huis wilde gaan mij moeder zocht mij vertelde ze mij. Bij thuiskomst heb ik zo
op mijn sodemieter gehad dat moment zal ik nooit vergeten. Hoe kon ik het in
mijn hoofd halen om met de grootste crimineel van Deventer aan het viswater te
gaan zitten.
Op dat moment kwam er een ommekeer in mijn leven, mijn beroepswens van
vrachtwagenchauffeur en of zeeman vervloog. Vanaf dat moment wilde ik in de
gevangenis werken, met dit soort mannen wilde ik gaan werken, ze waren
interessant en ze trokken mij aan.
Zeven jaar later op mijn verjaardag 30 oktober kreeg ik als 19 jarige jongen te
horen dat ik was aangenomen bij het gevangeniswezen, ik had alle testen
doorstaan. Mijn opleiding als gestichtswachter zou binnen zeer korte tijd
starten in Veenhuizen.
Het was een koude winterdag in februari, ik moest mij melden bij de hoofdingang
van het station van Assen. Daar zouden wij opgehaald worden met een bus door
medewerkers van het ministerie van justitie. Zo rond de klok van 10.00 uur op
een maandagmorgen verscheen er een echte gevangenis bus, zo’n blauwe met tralies
voor de ramen.
Ik herkende deze bus deze werd namelijk gebruikt bij de gijzeling van de Franse
ambassade in 1974 in Den Haag dit was de eerste grote gijzeling in de
Nederlandse geschiedenis.
De Japanse terroristen werden namelijk met deze bus
naar Schiphol vervoerd. Bij het aankomen in Veenhuizen werden wij groepen
verdeeld die een huisje toegewezen kregen.
Ons huisje zou de eerst komende maanden de Oude gracht 22 zijn. Binnen 24 uur
moest ik al bij majoor Timmer komen, ik dacht wat is dit nu. Het was een man met
een Drents accent en die op zeer korte en krachtige toon mij heel duidelijk
maakte dat ik de jongste gestichtswachter was die ooit is aangenomen. Het werd
mij al snel duidelijk dat er met deze man niet te dollen viel na twee minuten
stond ik dan ook weer buiten.
Na twee maanden opleiding in Veenhuizen werd mijn standplaats bekend.
Het zou de
strafgevangenis en het penitentiair ziekenhuis in Scheveningen worden. Op een
maandag moest ik mij melden keurig in uniform kwam ik aan als jonge vent in het
grote Den Haag. De strafgevangenis in Scheveningen stond bekend als een bajes
met extreem gevaarlijke gedetineerden.
Als jonge jongen kwam ik oog in oog te staan met o.a. Klaas B, de Molukse kapers,
Pieter M, Charlie d. S, Koos H een Nederlandse seriemoordenaar die in 1980 werd
gearresteerd en in 1982 tot levenslang werd veroordeeld.
Ook kwam ik bekenden tegen uit Deventer, jongens die bij mij in de wijk woonden
en die voor ernstige geweldsdelicten gedetineerd zaten. Na een aantal jaren
Scheveningen werd ik overgeplaatst naar Zwolle, eerst gemeentepolitie en later
naar het Huis van Bewaring aan de Menno van Coehoornsingel in Zwolle. Binnen
twee jaar wilde ik weg de directeur in die tijd Jan T een oud Limburgse
mijnwerker vond dat ik de gedetineerden teveel aandacht gaf. Menig discussie
volgde toen ik de opmerking maakte naar meneer T “we leven niet in de
middeleeuwen en de tijd van de galg is voorbij” kreeg ik een overplaatsing naar
Leeuwarden.
Het was vrijdag 17 november 1995 omstreeks 20.00 uur veranderde mijn leven in
een klap. Ik zal er verder niet teveel op ingaan maar op deze avond kreeg ik een
ernstig auto-ongeluk waarbij een vriendin om het leven kwam en ik een jaar lang
in revalidatie moest. Tijdens mijn revalidatie miste ik de bajes, mijn collega’s
en lekker een sigaretje roken bij de jongens op cel.
Na 16 maanden mocht ik mij weer in mijn uniform hijsen, maar ik kon de trap niet
meer op van de pijn, na drie uur lopen was ik kapot.
Mijn doelgroep zou ik nooit
in de steek laten, vanaf mijn 19e jaar voel ik mij thuis binnen het milieu van
jongens en meisjes die om wat voor reden dan ook op het verkeerde pad beland
zijn.
In 2008 ben ik begonnen in Nederland met de nazorg ex gedetineerden. Mijn
organisatie begeleid mensen met een gedragsstoornis en een forensisch kader.
Mensen die ik begeleidt hebben vaak een behoorlijk detentieverleden achter zich
liggen.
Deze ex gedetineerden willen graag hun ervaringen vertellen vanaf de
arrestatie, inverzekeringstelling, eis van de rechter, het gevangenisleven en
het moment van vrijlating.
Voor velen begint daar hun tweede straf. 80% van de Nederlandse gedetineerden
hebben een afschuwelijk leven achter de rug voordat zij hun daad uitvoerde.
Het motto van C is achter iedere deur schuilt een verhaal.
Cipier C
De karbonade ▲
n de 70e jaren werd er ook nog door een kok gekookt voor de gehele inrichting
dus voor de A vleugel en de B vleugel. Hij had hierbij assistentie van 4
gevangenen die hem hielpen met piepers jassen en groenten schoonmaken ook
diverse andere werkzaamheden o.a. brood bakken vullen, beleg snijden enz. enz.
werd in de inrichting keuken zelf verzorgd.
Zoals in elke groot keuken bleef er regelmatig eten over door allerlei oorzaken.
Als de kok naar huis ging werd hem dan ook regelmatig gevraagd of er nog wat te
bikken was. Zo ook deze dag had Cipier S aan kok Roelsing gevraagd of er nog wat
voor hem was te bikken want, hij had die middag thuis niet kunnen eten. Kok
Roelsing, had nog wel wat staan en rond 19.00 uur komt Cipier S bij mij langs.
Ik was belast met post 3e poort. Op deze plaats werden de sleutels voor de
B vleugel o.a uitgegeven.
Ook kwamen hier gevangenen langs die van de A vleugel
naar de badmeester moesten douchen.
Onze directeur B was rond 18.00 uur de luchtplaats overgegaan naar de B vleugel
. Het was een heerlijke avond. Zoals gezegd komt Cipier S bij mij langs keurig
in zijn uniformjasje met daaronder een mooi netjes gestreken overhemd en
stropdas voor. Na de sleutel van de keuken bij mij te hebben gehaald begaf
Cipier S zich daar dan ook naar toe. Omdat het rustig was en ik ook de hoop had
dat er voor mij wat lekkers was ( ik had hem gevraagd even te kijken of er nog
“overschep” was ) begaf ik mij ook naar de luchtplaats.
Op zo`n 20 meter van mij was de deur van de keuken. Op een gegeven moment zie ik
Cipier S met iets in zijn hand de keuken uit komen en ging bezig de deur af te
sluiten. Hij stond met zijn rug naar de deur van de B vleugel waar, op dat
zelfde moment directeur B naar buiten kwam. Cipier S had echter de verkeerde
sleutel en moest dus de afsluit handeling herhalen. De directeur B kwam
ondertussen richting mij gelopen.
Ondanks de toestemming van de kok wilde ik niet dat de directeur B zag wat
Cipier S bij zich had en riep “wil het niet Cipier S“. Hij kijkt in mijn
richting en ziet de baas aankomen en bedenkt zich niet en stopt iets in de
binnenzak van zijn uniform jas en komt rustig naar mij toe. Ik opende op dat
moment snel het kleine poortje voor de directeur zodat wij hem snel kwijt waren.
Hij liep gelukkig verder richting A vleugel.
Cipier S echter was blijven staan
en deed net of hij nog sleutels moet hebben. Na de baas te hebben door gelaten
begon Cipier S te mopperen en trok hierbij zeer snel zijn jas uit.
Wat was er nu gebeurd: Er waren nog diverse vet gebakken karbonaden over en hij
had er een in een stuk handdoekpapier gedaan om voor mij mee te nemen. Bij het
zien van de directeur was hij geschrokken en had de handel in zijn binnen zak
gestoken.
Echter het papier was niet opgewassen tegen de vette karbonade en de
jus had zich verplaatst door zijn jasje in het overhemd. Nu dat was een pracht
gezicht zijn hele linkerkant was bruin van de jus een plek zo groot als een eten
bord tot aan zijn oksel toe. En daar stond hij, in zijn overhemd met stropdasje
voor. Dat ik niet meer bijkwam van het lachen na dit alles te hebben waargenomen
hoef ik niet uit te leggen.
Cipier H
Sjoerd
▲
Sjoerd was groot en behoorlijk op gewicht. Toen hij voor het eerst zijn
stappen in de werkzaal zette was hij nogal schuchter en niet erg spraakzaam.
Zijn verschijning en zijn opstelling waren niet overeenkomstig. Sjoerd
beschouwde zichzelf als gelijke aan het personeel, hij zag zichzelf niet als een
crimineel. Sjoerd was wel gewend om de handen uit de mouwen te steken, want als
er even geen werk voorhanden was op de werkvloer, dan was hij karweitjes aan het
zoeken en hield zich daar geconcentreerd mee bezig.
Hij kon tijdens de
koffiepauzes erg goed klaverjassen, vooral als hij de “maat” was van werkmeester B. Er werd in die dagen gewerkt met een order van vijverfolie, deze vijverfolie
werd aangeleverd op grote dikke rollen en wogen soms wel meer dan 800 kilo per
rol.
Om goed met de folie te kunnen werken moest deze op kamertemperatuur zijn en
daarom werden deze rollen in de werkplaats opgeslagen. Als we dan een rol nodig
hadden, werd er een metalen buis doorheen gestoken en daarna werk de rol op een
soort statief gezet, zodat de folie kon worden verwerkt.
Dit plaatsen van zo’n
rol was voor de sterkste jongens een uitdaging.
Vaak lukte het niet en dan werd Sjoerd erbij geroepen en moest Sjoerd het
karweitje klaren. Dan nam Sjoerd plaats, spreidde zijn benen, bukte en tilde
zonder te blikken of blozen de rol op het statief. Vervolgens draaide hij zich
weer om en liep naar zijn werkplek terug, de stomverbaasde medegevangenen
achterlatend. Dergelijke acties verhoogde zijn aanzien tot ongekende hoogte.
Het kon wel een gebeuren dat een medegevangene vervelend en uitdagend was.
Sjoerd pakte dan betreffende persoon vanachter vast, met beide armen omklemmend
en kneep volgens de “Sjoerdmethode” de man even samen, met als gevolg een week
spierpijn voor deze persoon. Zelfs de vorkheftruck die voor til werkzaamheden
werk gebruikt, had van werkmeester B. de bijnaam ‘Sjoerd’ gekregen. Sjoerd nam
alles wat door werkmeester B en ondergetekende werd gezegd en gevraagd voor 100%
serieus. Op een gegeven moment nam werkmeester B Sjoerd even apart om hem te
vertellen dat ondergetekende zware medicijnen behoefde en daarom wel eens wat
vreemd zou kunnen reageren.
Werkmeester B vroeg hem om mij extra in de gaten te houden, voor het geval dat
mij iets mocht overkomen. Vanaf dat moment week Sjoerd geen seconde van mijn
zijde. In de dagen voorafgaande aan zijn zitting, was Sjoerd opvallend onder de
indruk en nog minder spraakzaam dan voorheen. Bij een controle op zijn
aanwezigheid zagen we Sjoerd niet in de gang. Verderop kwamen we bij een pallet
met daarop een grote doos. En daar lag Sjoerd als een baby, met zijn duim in de
mond.
Een ander moment was ik met Sjoerd naar de Weberwerkzaal om wat spulletjes te
halen. Aangekomen bij de Post Gang, zei ik tegen Sjoerd: “Blijf hier maar
wachten, dan ga ik via de werkzaal naar deze deur en nemen we vandaar de
spulletjes mee naar de foliewerkzaal.” Toen de collega van Post-Gang Sjoerd zag
staan voor een in zijn ogen verkeerde deur, zei hij tegen Sjoerd dat hij voor
een andere deur moest gaan staan omdat die deur nooit gebruikt werd. Sjoerd
antwoordde hierop: “Ik moet hier wachten, want werkmeester S heeft het gezegd.”
Achteraf bleek dat ik mij vergist had in de deur. Dat was Sjoerd.
Werkmeester S
Belevenissen in de gevangenis, 75 jaar geleden
▲
Op de hoek Oosterstraat - Oosterkade in Leeuwarden was ongeveer 40 jaar een
sigarenwinkel gevestigd. Op de gevel prijkte op een groot bord met de tekst “Het
Sigarenhuis”. Mijn vader was de eigenaar. Op een middag toen ik nog thuis was
voor de lunch werd ik door mijn vader opgebeld. “Wil je voor mij naar de
gevangenis om een pakje met rokerij te brengen”.
Ik was toen een jongetje van ongeveer 10 jaar. Natuurlijk vond ik dit wel
interessant.
Wij woonden op het Emmaplein. Het was nog wel tien minuten lopen
van huis naar de winkel. Ik zat op de lagere school in de Margreet de
Heerenstraat.
Na de middagpauze begon de school om kwart voor twee. Het was dus wel kantje
boord om nog op tijd op school te komen. Maar als alles meeliep zou het wel
lukken. De winkel is niet zover van de gevangenis. Via de Keizersgracht is het
een paar minuten lopen naar het Blokhuisplein.
Mijn vader stond al ongeduldig in de winkel op mij te wachten. Bij de
Blokhuispoort aangekomen stond ik voor de grote zware toegangsdeuren met een
zware ijzeren klopper. Ik liet de klopper enkele malen tegen de deur vallen. Een
angstig lawaai.
Na enige tijd werd de deur geopend en vroeg een nors uitziende portier wat ik
moest. Ik vertelde hem dat ik een pakje met rokerij bij de magazijnmeester moest
brengen.
Loop maar over het plein naar de andere poort was zijn commentaar. De deuren
werden gesloten. Ik was nu echt in de gevangenis.
Op het grote plein stonden een aantal gevangenen in bruine kleren. Ze keken mij
aan. Ik durfde bijna niet naar hen te kijken. Ik was een beetje bang maar ik
liet het niet merken. Als kleine jongen in de gevangenis bij een aantal boeven.
Want zo werden ze vroeger altijd door ons gezien.
Bij de tweede deur aangekomen die even groot en log was als de eerste hing ook
weer een zware ijzeren klopper. Met de zware klopper kondigde ik mijn komst aan.
De deur werd geopend en direct weer gesloten.
Ik werd direct naar de magazijnmeester gebracht. Daar gaf ik mijn pakje af.
De
magazijnmeester tekende een briefje. Hij had de rokerij ontvangen en moest
daarvoor zijn handtekening zetten. Ook hier waren een paar in bruine kleding
gestoken gevangenen. Ik vond het interessant maar toch ook een beetje griezelig.
Na de heren gedag te hebben gezet zette ik koers naar de winkel. Weer over het
plein. Weer langs de gevangenen. Ze knikten mij gedag en ik deed mijn hand
omhoog om te laten zien dat ik dit wel vriendelijk vond.
Terug in de winkel
vertelde ik mijn vader mijn belevenissen en liep naar school.
Toen ik op school de klas binnenkwam vroeg de onderwijzer mij waarom ik zo laat
was. Ik vertelde hem dat ik in de gevangenis was geweest. Naar de gevangenis?
Wat moest je daar?
Ik vertelde dat ik daar voor mijn vader rokerij moest brengen. Natuurlijk moest
ik het gehele verhaal over mijn belevenissen in de gevangenis in geuren en
kleuren vertellen.
Mijn klasgenoten zaten met open mond te luisterren hoe alles was verlopen. Ze
vroegen mij of ik ook bang geweest was. Ik vertelde hun met de borst vooruit dat
ik helemaal niet angstig was geweest. Ik vertelde niet dat het wel een beetje
eng was. Natuurlijk was ik trots en voelde mij de held van de dag.
Bezoeker Hotze Rusticus
Gijzeling
▲
Het was op een warme zonnige zomerdag in het weekend. Ik deed een dienst op de A
vleugel. Daar was ook een gevangene L. D geplaatst. Dit is in het
gevangeniswezen een beruchte naam. Hij was ook betrokken geweest bij een
gevangene opstand in Den Haag. Hij zat bij ons op de bovenste etage. Ik draaide
daar een dienst met Cipier E.
Op een gegeven moment was ik hem kwijt, loop ik
over de etage heen en zie ik hem op de het bed zitten op cel van L. D. De
gevangene had een nagelknippertje, waar een scherp stukje opzat, bekijk zo’n
knippertje maar eens, op de keel gezet van Cipier E. Tevens hield de gevangene
hem in een soort van houtgreep.
Ik vroeg aan gevangene L. D wat er aan de hand
was en waarom hij Cipier E zo vast hield. Gevangene L. D. wilde zo bleek een
gesprek afdwingen met de directie. Tevens was L. D. bang voor de gevolgen van
deze daad die hij in gang had gezet.
Hiervoor gebruikte hij Cipier E als een soort schild. In het verleden na de
gijzeling in Den Haag hebben ze veel klappen gekregen , hij was bang dat dit
weer zou gebeuren.
Kort door de bocht, ik heb gevangene L. D. toezeggingen
gedaan dat ik voor hem in zou staan als hij Cipier E niets zou aan doen. Tevens
zou ik contact met de directie zoeken. Gevangene L. D. heeft mij vertrouwd,
heeft Cipier E los gelaten en we zijn met zijn twee-en naar de grote luchtplaats
gegaan. Daar is later de directeur gekomen om met gevangene L. D. in gesprek te
gaan. Voor deze actie is gevangene L. D. later wel in de isoleer terecht gekomen.
Het rare van het hele voorval is dat ik dit nooit als een gijzeling heb ervaren.
Op een natuurlijke manier heb ik deze
situatie benaderd. Later hebben we het er nog wel eens over gehad, Cipier E en
Ik. Daarin sprak hij zijn dank dan in uit en dat hij blij was dat door overleg
erger voorkomen was. Ik heb het nooit zo gerealiseerd maar het was een penibele
situatie.
Cipier H
Wil je met me trouwen
▲
Op een gewone bezoekdag, volgens mij op een donderdag, deed ik dienst als
portier in de portiersloge. Het was vrij druk aan het glas want het bezoek kwam
terug en ik was net twee oudere mensen aan het aanspreken.
Plotseling komt mijn collega mij onderbreken en vraagt aan het bezoek of hij
even een moment van hun tijd mag hebben. Verbaast kijk ik hem aan terwijl hij op
zijn knie voor me gaat zitten.
Hij zei “lieve Petra, we kennen elkaar nu al zo
lang, we hebben al zoveel samen meegemaakt en ik wil je graag iets vragen…Wil je
met me trouwen??? De mensen aan het loket vielen zowat in katzwijm omdat het zo
romantisch was, maar ze wilden ook graag een antwoord van mij horen! Nadat ik
plechtig beloofde dat ik erover na zou denken, vertrok het bezoek met hun hoofd
in de wolken. Wij zijn in lachen uitgebarsten want het was niets meer of minder
dan even een adempauze inlassen vanwege de drukte met het bezoek. Cipier P
Geboeid publiek
▲
Ik ben via een beveiligingsbedrijf bij de Blokhuispoort aan de slag gegaan en
dat was in 1996. Mijn collega’s en ik wilden natuurlijk alles van het vak leren
en dus moest er geoefend worden met boeien. Rond een uur of half 5 ‘s middags
was het even rustig en dus werden de boeien van het kantoor van de planning
gehaald. Een collega beveiliger boeide mij op de rug en ik kon er met mijn dunne
polsjes zo weer uit. En dan kon hij mij opnieuw boeien zodat hij de techniek
goed onder de knie kon krijgen. Toen was het mijn beurt om hem te boeien. Maar
hij had niet mijn dunne polsjes en toen bleek dat het sleuteltje krom was… Het
liep al tegen 5 uur en het personeel kwam terug van de vleugels. En terwijl ik
in de portiersloge de deurtjes gaf stond mijn collega in het halletje bij de wc
geboeid toe te kijken, smekend dat ik niemand binnen zou laten.
Uiteindelijk heb ik hem toch los weten te krijgen. Cipier P
De Weaze
▲
Ik had een late portiers dienst en zo rond 19.50 uur werd er aangebeld en ik
deed de deur open. Er kwam een man binnen die volgens mij gedronken had. Hij had
een voetbal onder zijn arm en vroeg mij waar “de Weaze” was. Ik heb hem
uitgelegd waar hij heen moest lopen maar hij ging niet weg, hij vond mij zo
aardig en lief en bijzonder dat hij had besloten de hele avond naar mij te gaan
kijken.
Toen ik hem toch dringend verzocht om weg te gaan sloeg de sfeer om en
ging hij demonstratief op de stoel bij de voordeur zitten. Hij weigerde weer om
weg te gaan.
Toen vertelde ik hem dat ik voor assistentie ging bellen om hem de deur uit te
zetten. Ik belde naar de B vleugel en terwijl ik dat deed stond de man op en
wilde weggaan. Dus ik hield de deur voor hem open en hij stapte naar buiten.
Toen heb ik snel de telefoon weer gepakt om de vleugel af te bellen maar de man
had zich omgedraaid in de deuropening en kwam tussen de automatisch sluitende
deur te zitten. De deur ging wel meteen weer open maar de man zei heel dreigend:
“ Als jij vanavond naar huis gaat sta ik je op te wachten”. Daarna draaide hij
zich om en liep weg. Ik vertelde dit aan de Cipier van de B vleugel en die zei
dat ik wel met hem mee kon rijden naar de parkeerplaats achter omdat deze Cipier
zijn auto op de binnenplaats had staan.
Ik vond dit overbodig en vond dat ik
best bij de woonboot langs kon lopen maar na aandringen ben ik later toch op de
binnenplaats bij de Cipier in de auto gestapt en heeft hij me achter bij de
parkeerplaats er uit gezet en ben ik naar huis gereden. Een paar dagen later
vernam ik dat er later die betreffende avond een man aan de deur was geweest die
aan de beschrijving van de man met de voetbal voldeed. Aangezien de intercom
naar de B vleugel het niet deed zal ik er nooit achter komen of hij nou
werkelijk voor mij was gekomen maar hierna ben ik wel een stuk voorzichtiger en
misschien ook wijzer geworden. Cipier P
Open monumenten dag
▲
Ik weet niet meer in welk jaar dat het was maar het is al weer een aantal
jaartjes geleden dat ik een late portier had in het weekend in uiteraard De
Blokhuispoort. De vroege portier had mij al gewaarschuwd dat het open monumenten
dag was en dat ook de Blokhuispoort “per abuis” op de lijst stond. Er was al een
papier op de voordeur bevestigd dat de inrichting niet van binnen te bezichtigen
was maar dat weerhield de monumenten liefhebbers er niet van om aan te bellen.
Bij de Blokhuispoort kon er ook in het weekend invoer gebracht worden en dus
moest ik de mensen die aanbelden wel te woord staan. Er kwamen die middag twee
mensen over de brug en die belden aan. Plichtsgetrouw deed ik de voordeur open
en stond de mensen te woord. Ze kwamen voor de open monumenten dag en wilden de
inrichting in, ik legde uit dat het een huis van bewaring was dat nog in gebruik
was en dat de mensen niet naar binnen konden.
Toen de twee wegwilden deed ik de deur open en dat had ik beter niet kunnen doen.
Ineens liepen er veel meer mensen naar binnen en ik kon de knop niet loslaten
omdat er dan mensen tussen de deur zouden komen te zitten. Het stond helemaal
vol met mensen en ik moest tig keer hetzelfde verhaal vertellen want niemand
wilde zich met een kluitje in het riet laten sturen en als de mensen weggingen
kwamen er weer nieuwe mensen binnen. Toen ik eindelijk iedereen de deur uit had,
heb ik besloten de deur dicht te laten voor iedereen die geen tas met eventuele
invoer bij zich had.
De reactie van de mensen was wel grappig, ze bleven bellen
en op de deur kloppen en stonden er met hun neuzen platgedrukt tegen het raam
aan. Ze zagen mij niet want ik zat in het hoekje.
Later heeft de organisatie van de open monumenten dag hun excuses aangeboden en
voor de overlast kregen de portiers een boekje over de mooiste monumenten van
Leeuwarden.
De mooiste is voor mij nog altijd “De Blokhuispoort”. Cipier P
Ontsnappen op een al oude wijze
▲
Het is uit de wat nieuwere oude doos maar in 2005 (denk ik) heb ik als
politieman een keer midden in de nacht één van de veroordeelde daders van de (bekende
Leeuwarder) moord op Manuel Fetter van de binnenplaats geplukt nadat deze was
ontsnapt uit zijn cel door op de één of andere manier 2 tralies door te zagen en
middels aan elkaar geknoopte lakens naar beneden was geklommen en zich
vervolgens had verstopt achter een soort van transformatorhuisje... In een
relatief nieuwe tijd ontsnappen op een al oude wijze...
Misschien is het iets waar jullie niks aan hebben maar niet geschoten is altijd
mis.
Groet, Bouwdie Hovinga, Politie Leeuwarden.
Uitslag
▲
Het zal ergens in het jaar 1998 geweest zijn dat er in de avonduren om omstreeks
19.30 uur een gedetineerde op de intercombel drukte. Hij had het verzoek of ik
even bij hem langs kon komen omdat hij overal uitslag kreeg. Vooral in zijn
gezicht werd hij erg rood en had zelfs bulten op zijn voorhoofd volgens zijn
zeggen. Gaf verder aan dat hij voor het eerst paracetamol met codeïne had gehad
en denkt dat hij daar nu allergisch op reageert.
Hierop ben ik naar zijn cel
gelopen om hem te zien. In de avonduren was het gebruikelijk de deur niet te
openen in verband met de veiligheid en dus het vierkante celluikje geopend moet
worden om iets te constateren of te geven. Bij zijn cel aangekomen en bij het
openen van zijn luikje zat ik tegen 2 blote billen aan te kijken. Hij stond
namelijk op zijn stoel en had zijn blote achterwerk tegen het luikje van 20 bij
20 cm aan gedrukt en had mij dus goed te pakken. Cipier M
Zonder benen
▲
Onderstaande zal ook ergens rond 1998 in de avonduren geweest zijn. Op cel A 001
zat een gedetineerde zonder benen met een rolstoel. Deze gedetineerde was op
transport geweest naar de rechtbank en werd teruggebracht door het DV&O, die ons
van tevoren telefonisch hadden ingelicht dat de gedetineerde vervelend was en
zelfs een collega van hun had gebeten.
Bij aankomst in de BHP was hij nog
vervelend en werd er acuut besloten met dienstdoende collega’s om hem naar de
isolatiecel te plaatsen. Met enig gepast geweld deze man voor zover dit van
toepassing is op iemand zonder benen en uit een rolstoel te trekken en uit te
kleden. Ondanks deze voor ons toch wel vreemde maar gelukte strafcelplaatsing
vroeg ik aan collega of alles verder op cel aanwezig was. Cipier H gaf het
legendarische antwoord dat alles op zijn aanwezig was behalve de sokken die
moesten er alleen nog in. Cipier M
Lekkage
▲
Op een zaterdagmorgen ergens in 2006 was er een waterlekkage bij de
isolatiecellen op de B vleugel. Door ons is toen geconsigneerde onderhoudsman
opgepiept om dit euvel te verhelpen. Toen hij een half uur later arriveerde zijn
wij (Cipier H en Cipier M) met hem naar de isolatiecellen gelopen om de lekkage
te verhelpen. Omdat de lekkage vermoedelijk boven de isolatiecellen was moest de
onderhoudsman via een klein luik op de kruipruimte van de isolatiecellen zijn.
Via een trap door het luikje is hij naar een hoofdkraan gekropen om deze af te
sluiten. Echter de hoofdkraan (waarschijnlijk de originele uit 1874) brak af en
het hete water spoot er met kracht uit. Aangezien er ook allemaal
stroomleidingen (220 volt) liepen en het een ruimte betrof van hooguit 50 cm
hoog schrokken we alle 3 hevig van deze mogelijk levensbedreigende situatie.
De
onderhoudsman kroop echter als een getrainde slang tussen het water en over de
leidingen terug naar zijn enige uitweg terug naar het luik waar wij nog steeds
machteloos stonden te kijken. Eenmaal veilig op de grond snel naar het ketelhuis
in de jodengang om daar de hoofdkraan maar dicht te draaien. Daar aangekomen
alle kranen dichtgedraaid en natuurlijk was de laatste kraan de kraan die wij
moesten hebben. Weer terug bij de isolatiecellen liep inmiddels het hete water
aan alle kanten uit het plafond en in de bedieningskast voor de isolatiecellen.
In de achterste cel zat namelijk 1 gedetineerde die wij slalommend tussen het
vallende hete water door er uit hebben gehaald. Dit avontuur word nog steeds wel
eens geëvalueerd door ons en concluderen nog steeds dat de onderhoudsman D. niet
ongelukkig is geweest in deze. Cipier M
Havermout ▲
CipierT werkte als kok in de keuken en de recepten waren altijd het zelfde 24
pakken havermout van 200 gram op 50 liter melk. Het magazijn leverde altijd
precies het benodigde dus T brengt 50 liter melk aan de kook en deed de 24
pakken in de kookketel. En zette het roerwerk van de ketel aan 5 minuten later
hoorde T het roerwerk kreunen en steunen hij ging kijken en de inhoud van
de ketel was 1 dik blok havermout T keek op de verpakking van de havermout en
zag dat er geen 200 gram in zat maar 400 gram hij heeft de helft eruit geschept
en het restant verdund met melk en het was evengoed een heerlijk papje de boeven
hebben er niets van gemerkt. Cipier T
Snijders
▲
Ik zal er nooit aan wennen, dacht ik. 1985 met de regelmaat van de klok was het
weer zover. Groot alarm een "snijder" op de afdeling. Iedereen insluiten en
medische dienst waarschuwen. 13.00 uur A vleugel, tijd om de gevangenen uit te
sluiten voor de "lucht". De celdeuren openen en kijken wat je dan weer
tegenkomt. Ook deze keer was het goed raak, een "snijder", het bloed zat zelfs
tegen de muren. Ik zei "kom zo terug" en deed de deur weer op slot.
Ik heb nog
nooit iemand zo hard horen roepen "help bewaarder ik ga dood". Onze opdracht was
bij dit soort gevallen, alarm slaan, iedereen achter de deur en de medische
dienst waarschuwen en zo nodig eerste hulp verstrekken. Na mijn zoveelste
"snijder" wist ik dat zij dit deden om aandacht te vragen. Dit werkte altijd,
zij kregen de volledige aandacht en altijd was de hele tent in rep en roer. De
medische dienst was altijd snel terplekke en de "snijder" werd dan
behandeld. De verwondingen bleken altijd mee te vallen op een paar
uitzonderingen na. Rond de jaren negentig werd de tv geïntroduceerd op de cel en
toen was dit fenomeen zo goed als over, ik heb daarna nooit weer een "snijder"
meegemaakt. Cipier W
De laatste keer ▲
Neem de laatste slok van mijn cappuccino. Op mijn horloge is het half zes. Het is
tijd om te gaan. Vanavond is het grote sluitingsfeest van de Blokhuispoort. Met
gemengde gevoelens trek ik mijn jas aan en loop naar de kassa om mijn bestelling
af te rekenen. Buiten is de zon gaan schijnen. Eindelijk, leek een trieste dag
te worden. Zet mijn zonnebril op en loop de Nieuwstad af richting Blokhuisplein. Onderweg kom ik enkele collega's tegen.
Leuk ze weer te zien. Besef meteen dat
het de laatste keer zal zijn. Al pratende nader ik het terrein van de
Blokhuispoort. Een rode loper is uitgerold en aan weerszijden van de ingang naar
de grote binnenplaats zijn planten geplaatst ter opluistering. Vriendelijk wordt
ik ontvangen door de feestcommissie en een glas champagne in mijn hand gedrukt.
Achter mij hoor ik een stem zeggen: "Syl, je moet er aan geloven we komen
allemaal op de foto,vastgelegd voor je nabestaanden". Nee he, dat is niets voor
mij, niet op de foto maar vooruit.
Met een glimlach duw ik mijn tas en jas in
zijn handen. "Hier, als je deze even voor mij vast wil houden?. Ach,eigenlijk
zou het zonde zijn geweest als ik het niet had gedaan. Leuk voor later en loop
het terrein op. Een feesttent vult de grote binnenplaats en kleine zithoekjes zijn geplaatst
voor de mensen die liever buiten vertoeven. Ik begroet mijn collega's en kijk
rond wie er verder zijn gekomen die ik ken. Eigenlijk valt de opkomst mij een
beetje tegen. Ach,er zal vast nog wel wat binnendruppelen het is nog vroeg.
Boven het geroezemoes van de stemmen uit klinkt een verzoek om ons naar de
feesttent te begeven waar we worden verwelkomt.
Ik blijf buiten staan. De tent
is mij wat te vol en hier buiten kan ik het ook heel goed volgen. Mijn gedachten dwalen af. Straks de poort even in en nog een laatste ronde
maken. Medische dienst vooral nog even kijken nu kan het nog. Jee, wat zal er
door mij heen gaan. Afsluiten denk ik het is mooi geweest. Ik drink mijn glas
cola leeg en begeef mij naar de feesttent waar het lopend buffet wordt
geserveerd. Verdraaid lekker zeg,dat gaat er wel even in. Ik plaats het lege
bordje tussen de overige restpartijen en loop naar een ingang.
Maak niet uit
waar ik begin,gewoon nog even naar binnen. Stilte.....leegte....herinneringen te over....het is goed zo. Je hebt je best gedaan Blokhuispoort. Je was een leuke werkplek. Je hebt het
niet voor elkaar kunnen krijgen. Geeft eigenlijk ook niet. Rust nu zelf maar
eens uit. Je hebt anderen rust gegeven voor een hele lange tijd nu is het jouw
beurt. Ik zal aan je verzoek voldoen en nog eens langs komen om even bij je
poort te blijven staan. En wat er ook met je gaat gebeuren je zal altijd het
trotse middelpunt blijven van de binnenstad van Leeuwarden. Syl
Morge Syl ▲
Wie had dat gedacht. Ach, je hoorde het wel eens in de wandelgangen, maar dat
was al zo vaak gebeurd. Gewoon lekker aan het werk gaan. Het zal zo een vaart
niet lopen. Dreiging was er altijd. Dan was de spanning weer te snijden. Er een
spoedbijeenkomst achteraan. "Beste mensen, wij mogen weer door" en je ging weer
vol goede moed verder met je werk. De druk was even van de ketel en iedereen begon het wat te vergeten. Maar toch,
ergens???.
Op de vleugels bleef het een rode draad. Iedereen schrok van de brand
op Schiphol. Wat heeft dit voor gevolgen voor ons. Toen werd een vleugel
stilgelegd. We voldeden niet meer aan de huidige eisen. Nee he, wat krijgen we
er nou weer achteraan. De rode draad kwam weer volop in de aandacht. Jongens,
dit gaat mis. En toen, juni 2007, we hadden het zien aankomen. Met lood in de
schoenen gingen we naar de spoedbijeenkomst.
De onmacht waren op de gezichten te
lezen. En dan komt de mededeling De Blokhuispoort wordt tijdelijk gesloten, binnen 14 dagen moet iedereen
overgeplaatst worden".Voor de duur van een half jaar ergens anders. De meesten
zag je wel weer terug. Dan werd er over gesproken. Een half jaar. Ach dat is te
doen. Ergens hoop je op verbetering, maar je weet wel beter. Dan komt na een half
jaar het bericht. Op 1 april 2008.
Eerst denk je wat een walgelijke grap. Maar het is serieus. De
Blokhuispoort gaat definitief dicht. IK had nog zo tegen hem gezegd."Toe jong,
het ligt nu in jouw handen. Als je open wilt blijven??....Zul je heel hard
moeten werken". Het heeft niet mogen baten. Hij is nu gestript. Alles is eruit.
Het is geen detentie meer. En wat er nu mee gebeurt?. We zullen het wel eens
lezen in de kranten. Maar de herinnering blijft. Acht jaar er met plezier naar
toe gegaan. Het beste, Blokhuispoort. Het ga je goed....... Syl
Open monumentendag 2008 ▲
Het is mooi weer buiten. Zonnetje, haast geen wind ik pak
mijn fiets en ga er even op uit”. Ik trok de deur achter mij dicht, haalde de
fiets uit het schuurtje en met de MP3 speler aan mijn oren fietste ik de wijk
uit richting de stad. Het was behoorlijk druk op de weg. Verdorie, het leek wel of iedereen met
hetzelfde idee was gekomen. En iedereen scheen te denken dat de weg alleen aan
hen toebehoorde. “Gewoon rustig doorfietsen meid” dacht ik bij mezelf. “Je niet
druk maken daar is deze dag veel te mooi voor”.
En voor dat ik het in de gaten
had stond ik weer voor je Poort. Ik stapte van mijn fiets en ging op het muurtje zitten. Even liet ik mijn
gedachten de vrije loop. Ik keek op mijn horloge om te zien hoe laat het was.
Als ik nog wat wilde doen moest ik nu echt verder. Met een glimlach stapte ik op
mijn fiets. En ik vervolgde mijn weg. Toen las ik het in de krant. Zaterdag 13 september Open Monumentendag en de
Blokhuispoort mag zijn deuren openstellen voor het publiek. Ik had het toch echt
goed gelezen. Je hebt het voor elkaar gekregen.
Die dag is voor jou, laat zien
dat je er bent. Die middag plaatste ik mijn fiets op het pleintje tegenover de Blokhuispoort.
Wat een mensenmassa. Ik weet niet hoeveel je hebt binnengelaten door de jaren
heen maar dit slaat alles. Volgens mij staan er in een dag net zoveel als jij
ooit binnen hebt gelaten. Ik stak de weg over en mengde mij tussen de menigte.
Op de grote binnenplaats waren tafels en stoeltjes neergezet. Een bandje speelde
en de catering liep af en aan om de menigte te voorzien van een drankje. Aan een
van de tafeltjes stond een van de bewaarders.”
He, Syl leuk dat je er bent”. Ik
zwaaide en voegde mij aan zijn tafeltje. Je was weer het middelpunt van de belangstelling. Als een Python slingerden de
mensen door je gangen en ruimtes. Heb me er even tussengewurmt en mee laten
stromen. Jammer dat je helemaal was leeggeplukt. Maar wat straalde je een kracht
uit. Beneden op de A vleugel bleef ik steken en voegde mij bij een collega in de bewaardersruimte.” Laat de mensen maar komen, ik heb ze genoeg te vertellen”. Die dag is van jou geweest.
Het totale bezoekers aantal lag op 18.000 mensen. Je
was de absolute topper gebleken. Ha, ik had ook niet anders van je verwacht. De
komende drie jaren krijgen kleine ondernemers de gelegenheid om zich er in te
vestigen en open voor publiek. Wat er daarna met je gebeurt?. Geen idee. Het
komt wel goed met jou. Zeker weten. Syl.
Genoeg ▲
Verdorie ..waarom luistert er nou niemand naar mij. Ik wil helemaal niet dicht.
Daar heb ik helemaal niet om gevraagd. Zeg nou eerlijk. Ik heb altijd voor de
jongens gezorgd. Voor iedereen die even de weg kwijt was heb ik mijn deuren open
gezet. Nooit heb ik iemand geweigerd omdat "ik" daar nou eens geen zin in had.
Moet je horen. Mijn kamers waren altijd tip top in orde. Van alle gemakken
voorzien.
Ik was te vergelijken met een vijf sterren hotel. Alles had ik hier binnen
geregeld. Zelfs diensten die je echt niet in een hotel zult vinden hoor. Nee,ik
had het prima in orde. Ze kunnen mij niet vertellen dat het aan mij gelegen
heeft. Ik heb hele zware tijden doorstaan. Ben afgebrand en weer opgebouwd. Heb
oorlogen meegemaakt waar ik in betrokken ben geraakt. De hele stad heb ik zien
veranderen en opbloeien en was trots dat ik er nog steeds bij mocht horen. Ik heb een stukje geschiedenis neer gezet. Er is niets meer aan te doen.
Ik
begrijp het ook wel. Het is een ingewikkeld proces geweest. Mijn sluiting is
door niemand toegejuicht. Het is een samenloop van omstandigheden en ernstige
voorvallen. Ik weet dat er heel wat werk is verzet om het te voorkomen. Daar ben
ik zeer dankbaar voor en zal dat nooit vergeten. Het is de realiteit "veiligheid voor alles". Ik kon daar niet meer aan voldoen.
Vandaag zal ik nog een keer mijn deuren openzetten voor iedereen die met mij
heeft samengewerkt. Ik dank een ieder die zich voor mij heeft ingezet en mijn
gasten de nodige attentie hebben gegeven. Het ga je goed. Ik hoop dat je een
plek zult vinden waar je met net zo veel plezier zal werken als je voor mij hebt
gedaan.
Mijndeuren gaan nu dicht. Ik weet niet wat voor bestemming ik zal
krijgen. Ik laat het op mij afkomen. Zal zeer zeker in mijn waarde gelaten worden. Ik
groet u allen. En zeg dank voor alles wat jullie voor mij hebben gedaan. Sta nog
eens even stil hier als je in de buurt bent. Ik zal glimlachen als ik je zie en
je herkennen. Vriendelijke groet, Huis van Bewaring De Blokhuispoort.
Op verhaal komen ▲
Afscheid van elkaar en afscheid van de Blokhuispoort. Afscheid nemen van elkaar: dat kennen we allemaal. Vooral in een Huis van Bewaring of in een gevangenis neem je voortdurend
afscheid van allerlei mensen: je buurman waar je het goed mee kon vinden en die
nu overgeplaatst gaat worden en dan moet je maar afwachten wie er nu weer komt.
Of jij wordt zelf overgeplaatst en dan moet je afscheid nemen van allerlei
mensen waar je goed mee om kon gaan of waar je je verhaal kwijt kon.
Als
medewerker neem je afscheid van mensen en hoop je ze nooit meer hier te zien
maar bij sommigen denk je “Tot de volgende keer”. We staan er niet altijd bij stil maar een verblijf in een PI betekent naast
verlies van vrijheid ook voortdurend kennis maken met mensen en weer afscheid
nemen. Dus dat met mensen, dat kennen we wel. Maar hoe neem je afscheid van een gebouw? En is dat nou treurig in dit geval: afscheid nemen van een oude, stoffige
gevangenis, waar je niet elke dag kunt douchen, waar je niet kunt koken en je
alleen naar buiten kunt kijken als je op ’n stoel gaat staan? Waar het in de bewaarderswacht ’n allegaartje is?
We denken daar ongetwijfeld allemaal anders over:Sommigen van ons zullen blij zijn – oud kreng eindelijk dicht, anderen zullen
hun 2e huis missen. Ik betreur het dat de Blokhuispoort dicht gaat; ik heb me hier altijd op mijn
gemak gevoeld en – hoe vreemd het ook mag klinken – ik vind de sfeer gemoedelijk
maar ik realiseer me heel goed dat het anders is om hier te werken dan om hier
te zitten. Maar als ik zou moeten zitten, dan liever hier dan in de andere
inrichtingen waar ik geweest ben. Als je afscheid neemt komen ook herinneringen
boven. En in deze inrichting komen die herinneringen boven in de vorm van
verhalen over mensen.
Afgelopen dinsdag, toen het nieuws dat het hier dicht zou gaan net bekend was,
zat ik met ’n paar bewaarders in zo’n bewaardershok. “Goh, heb jij die en die nog gekend?” “Ja natuurlijk heb ik die gekend”. “Weet je nog hoe die de boel probeerde te belazeren met ’n uc?
Hij had ’n ballonnetje met urine van zijn buurman onder zijn arm en daar zat ’n
draadje in en hij maar pompen met zijn arm: alles zat onder behalve in het
flesje..”.
Of het verhaal over onze ramenwasser; ik noem hem Piet: Piet kwam ongeveer 2
keer per jaar binnen, boete’s uitzitten. En wanneer hij binnen kwam, stond de
lange ladder, de emmer en de spons al klaar want Piet was dus ramenwasser en hij
vond dat hij dat ook hier kon doen en deze inrichting vond dat eigenlijk ook wel.
Dus alle ramen, ook die aan de buitenkant, werden keurig gedaan tot er ’n nieuwe
directeur kwam. Die zag Piet lopen met z’n ladder en vroeg wie het was. Toen hij
hoorde dat het ’n gedetineerde was, verschoot hij van kleur, eerst spierwit en
toen knalrood. Hoe of wij het wel niet in ons hoofd haalden om ’n gedetineerde
rond te laten lopen met ’n ladder en dat was direct afgelopen. Piet was hier zo
beledigd over dat hij z’n boetes betaalde en we hebben hem nooit meer terug
gezien.
Er zijn honderden van dit soort verhalen: sommigen grappig, sommigen treurig.
Een verhaal is wereldberoemd: de overval op deze inrichting in de 2e
wereldoorlog waarbij verzetsstrijders uit hun cel zijn bevrijd. Uit dezelfde
periode, namelijk de hongerwinter van 1944 ken ik het verhaal van Toon die 6
weken in de onverwarmde bunker zat, de oude strafcel. Er was ’n stukje spek op
zijn cel gevonden en hij weigerde te zeggen van wie hij dat had gekregen.
Ik ken verhalen van mensen die hier nog voor de oorlog hebben gezeten.
De B-vleugel was toen dé strafgevangenis van Nederland waar je alleen maar
binnen kwam als je 5 jaar of meer had. En als je slechts 5 jaar had, zeiden ze
tegen je: “Laat je klompen maar bij de deur staan want je bent zo weer buiten.”.
Het was de tijd dat je één sigaret mocht roken en de lucifer en het peukje moest
inleveren. De tijd dat je het eerste jaar geïsoleerd op je cel zat om je zonden
te overdenken. Na dat ene jaar kwam je in de gemeenschap en mocht je slapen op
de slaapzaal in een hangmat in de ruimte schuin boven de sportzaal . Dan mocht
je overdag werken in het schildersbedrijf: de ruimte eronder of in het
kleermakersbedrijf: de ruimte naast de recreatiezaal. En die recreatiezaal was
toen de kerk waar iedereen in een apart hokje naar de dominee luisterde zodat je
niet afgeleid werd.
Ik heb mensen uit die tijd gekend, schilders en een kleermaker; ze hebben het
overleefd. Verhalen, zo ontzettend veel verhalen Zoals ook wij allemaal ons verhaal hebben… Wanneer je iemand vraagt: “Wie ben je?” komt die iemand met een verhaal over
zijn levensgeschiedenis. Wij mensen vertellen over wat ons overkomen is, wat we
meemaken en wat we doen. En we willen allemaal dat iemand luistert. Dat
levensverhaal kan soms mooi zijn, soms pijnlijk en soms ’n beetje versierd.
Wij herkennen ons in de verhalen van die ander: we hebben allemaal mooie kanten
aan onze levensgeschiedenis, pijnlijke kanten en we versieren allemaal wel eens
het verhaal over onszelf.
Geestelijk verzorgers vragen mensen wat de zin van hun leven is. Vaak beginnen
ze dan hun levensverhaal te vertellen. Ergens in dat verhaal moet de zin van hun
leven liggen: daar gaat het om. Een moeder zal beginnen over haar kinderen, een
boer over zijn beesten, een kunstenaar over zijn schilderijen…en een gebouw als
je dat zou kunnen vragen over de zin van haar leven? Zou het dan gaan over de mensen die er geweest zijn? En dan niet alleen over de
bekende mensen: Dokter O., de bende van Oss, Age M. , maar ook over de onbekende
mensen en degenen die het niet meer aan konden, gebroken waren en inmiddels dood
zijn door een overdosis, een pistool tegen het hoofd, met de auto tegen een
boom.
Misschien vinden sommigen van jullie mij wel ’n soort gekke Eppie. Kennen jullie
het verhaal van gekke Eppie? Nee? Wel: er was eens ’n scherpschutter die
uitblonk in zijn hobby; hij had verschillende toernooien gewonnen. Op een keer
na een wedstrijd reed hij naar huis en kwam langs een klein dorp. Daar stond ’n
schutting waar wel honderd schietschijven op getekend waren met in iedere schijf
’n kogelgat midden in de roos. De schutter was stomverbaasd: honderd keer in de
roos! Wie kan zoiets?
Er kwam ’n jongetje uit het dorp langs die de schutter zag kijken en die zei
lachend tegen hem: “Dat heeft gekke Eppie gedaan”. “Het kan me niet schelen hoe gek hij is”, zei de
schutter . “Iemand die 100 keer in de roos kan schieten, wil ik ontmoeten”. “U
begrijpt het verkeerd”, zei het jongetje. “U denkt dat Gekke Eppie eerst de
schietschijven op de muur tekent en dan schiet. Maar néé, hij schiet eerst en dan tekent hij de schietschijf eromheen”. Misschien ben ik wel ’n gekke Eppie die de geschiedenis van de Blokhuispoort
mooier maakt dan die geweest is en vinden jullie dat die maar zo snel mogelijk
vergeten moet worden.
Dat hier ’n café in moet komen met ’n terras aan het water, ’n restaurant en wat
ze nog meer willen doen met het gebouw. Maar daarmee zouden we te kort doen aan
al die mensen die hier 133 jaar lang hebben gezeten, gewerkt, lief en leed met
elkaar hebben gedeeld; hebben getreurd en gehoopt. We zouden tekort doen aan de
verhalen van de Blokhuispoort. Dus moeten wij een manier bedenken om die
verhalen levend te houden want deze muren kunnen niet praten; wij moeten het
voor hen doen. En ergens, diep in mijn hart ben ik wel ’n beetje gekke Eppie
want ik hoop dat deze sluiting echt tijdelijk is en dat er straks na ’n
verbouwing …Maar voorlopig nemen wij afscheid:
Dank jullie voor het in ons gestelde vertrouwen. Het ga jullie goed.
▲ Annemiek H, (Geestelijke Verzorging)
Opendag ▲
Wat mij nou is overkomen had ik werkelijk nooit gedacht. Ik kan nog steeds niet
geloven dat het echt gebeurt is . Weet je nog, een jaartje geleden, dat ik mij deuren moest sluiten. Dat ik mijn
laatste bewoner had uitgezwaaid? Dacht werkelijk dat mijn laatste uurtje had
geslagen. Ben een zeer bijzonder gebouw, ik sta hoog in de lijst van
belangrijkheid. Volgens mij op de, ja, ik weet het haast wel zeker, eerste
plaats samen met, zeker weten, het Rijksmuseum.
Het was zo ontzettend stil hier geworden. Ach, er werd wel eens iets
georganiseerd. Ik moest toch een beetje in gebruik blijven. Ondertussen bleven
ze maar praten, wat ze nou eigenlijk met mij aan moesten. Afwachten was het
enigste wat ik kon doen. En toen kwam daar de dag. Ik weet het nog zo goed. O, ik had de aankondiging wel
gehoord hoor. Ik mocht mee doen aan de Open Monumentendag. Maar in mijn stoutste
dromen had ik niet verwacht dat de belangstelling zo groot zou zijn.
13 september 2008.
Het belooft een prachtige dag te worden. De zon probeert al uit alle macht door
het wolkendek heen te breken. De eerste stralen zoeken vastberaden een weg naar
de binnenplaats. Langs de zijmuur zijn een paar mensen druk bezig hun stand te
vullen met boeken of andere informatie materiaal. In de hoek bij de tweede poort
probeert de band door de kakofonie van geluiden hun apparatuur te testen De
catering is druk bezig alles, voordat de poort open gaat, tot in de puntjes op
orde te krijgen. Bij de poort verzamelen zich al de eerste mensen.
Ach, het zou leuk zijn als er
zo nu en dan een groepje mensen mijn binnenplaats op zou komen lopen. Ze even
binnen laten, een rondleiding geven door al mijn gangen en vertrekken, en dan
kunnen zeggen: ”Nou, wat vond je ervan, heb je er net zo van genoten als ik?.
“Bedankt, kom nog eens terug als je in de buurt bent”, zou mooi zijn. Maar
verdraaid ze blijven maar komen. Bussen vol, overal vandaan, en mijn poort moet
nog open. Een hele rij staat al te wachten. “Doe open, het is tijd, laat ze toch
binnen”. Ik wist echt niet wat mij overkwam die dag. Ze kwamen bij bosjes mijn
binnenplaats op lopen. Als een reusachtige slang wurmde de massa zich een weg
langs de afgezette routes. Neus aan neus, jong en oud, en op alle gezichten was
de emotie en beleving af te lezen.
Enkele mensen waagden het uit de rij te
stappen, even een leegte op te zoeken, en zich laten meevoeren in de verhalen
die door mijn jongens werden verteld. Wat een geweldig gevoel. Wat heb ik hier
van genoten. De poort is dicht, mijn jongens zijn naar huis. Het is hier weer stil en
opgeruimd. Even nog laat ik mijn gedachten gaan over vandaag. Hoeveel heb ik wel
niet binnen gehad dertig- ,veertig duizend mensen?. Ik weet het niet, ik lees
het morgen wel in de krant. Ik ben moe, ik laat het voor vandaag. Maar wat heb
ik gelachen. Wat er verder gaat gebeuren?, ik zie het vol enthousiasme tegemoet.
Jongens, bewaarders, bedankt. Jullie waren er vandaag weer even voor mij. Ik heb
jullie herkent en van jullie inzet genoten. Tot het volgende moment. De
blokhuispoort
Vrijdag vis ▲
Het is al sinds jaar en dag in vele instellingen ze dat er op vaste dagen ook
een vast menu wordt voorgeschoteld. Sinds de komst van de mensen uit Indonesië,
is er veelal op woensdag nasi of Bami. In de volksmond “Blauwe hap genoemd. Op
vrijdag is het veelal vis . Dat was in de Blokhuispoort niet anders. Meestal
werden dan ‘s morgens vroeg aan de Keizersgracht eerst de bakken met brood door
de deur naar binnen geschoven. Die de portier dan doorschoof naar de
binnenportier, om later naar de keuken gebracht te worden.
Op vrijdag morgen
kwam dan ook de vis. Daar was geen enkele portier blij mee want de halve ochtend
stonk het daar naar vis. De portier wilde die bakken dan ook zo snel mogelijk
kwijt . De leverancier was zich bewust van dat probleem en lag steevast bovenop
de bakken vis, een keurig ingepakte gerookte Makreel bestemd voor de
dienstdoende portier. Onze vaste portiers waren daar ook goed op afgejaagd.
Heerlijk toch om daarvoor, in je eentje, in de loop van de dag je makreeltje
wegwerken.
Die bewuste vrijdag had Cipier S dienst , en hij wilde eerst zijn
makreel veilig stellen. Maar wilde toch ook eerst die vis daar kwijt. Daarvoor
ondernam hij actie, en zijn vis lag hij lekker koel in het openstaande Wc
raampje, die zat aan de kant bij het huis van Eenling. In de loop van de morgen
kwamen de nodige reclasseringsambtenaren om hun clientèle te spreken zo ook een
dame in en leren broek . Nu is het nog steeds zo als je daar naar binnen wilt
moet je een opstap maken , dus ze stond lager dan S die breeduit in de deur
stond.
Hij zag haar eens streng op en neer aan over zijn leesbril ,en zei, U
hebt leren pijpen, En hij verbleekte niet. Dat tafereel was door de
binnenportier te volgen. Het bleef angstig stil. De dame zei aangebrand waarvoor
ze kwam, de opmerking was raak geweest. Gelukkig bleef het daarbij, De portier
was er van overtuigd dat hij niks fout zei, maar een feit benoemde gezien haar
kleding. Wij hebben nadien vreselijk gelachen. Later kwamen ook de advocaten
broeders A . Die brachten ook altijd de nodige humor mee. Meerdere collega’s
zijn wel op de hak genomen . Ook een van hen reageerde op de vislucht. En
collega S vertelde hoe het kon en waar hij zijn makreel veilig had gesteld.
Zo
verliep de morgen verder rustig. Na het contact met de gedetineerden verlieten
de advocaten het Hvb weer. En voordat S weer fatsoenlijk in zijn stoel zat en in
de spiegel het terrein af zag , waren de heren al verdwenen. Hij dacht dat ze
weg waren, maar dat ze kort om de hoek waren gegaan kwam niet bij hem op. Toen
hij even later zelf werd afgelost en huiswaarts wilde gaan liep hij naar de Wc
om zijn makreel uit het raam te halen. Echter in het papier lagen alleen nog kop
en staart met de nodige graten. Goh wat ging die S tekeer. En hij beloofde
stellig dat de heren advocaten er niet ongestraft vanaf kwamen.
Of dat ook is
gebeurt, kan ik geen antwoord op geven. Cipier J
Uw verhaal er ook bij of reageren op een verhaal?
redactie
Printversie

Meer over dit hoofdstuk:
De bunker,
De inspecteur,
Aage M,
Dinsdag 5 februari 2002,
Het poëziealbum 1995,
Verhalen van oude personeel,
Verhalen van ex gevangenen,
Folders,
Interbellum,
Ontsnappingen,
Didjeepersad D,
Voor honderd cipiers,
Informatiemap gedetineerden,
De nieuwe inkomst,
Inrichting van de maand,
Levenslang,
Gevangene gepakt,
Overleden gevangenen,
Songtekst Bajes Blokhuispoort,
Knipselkrant,
Gescande documenten,
Blad Normaal,
Achterdeur,
Fritsje,
Voorspelling
Gevangenistaal
|