|
Inrichting van de maand
De Blokhuispoort: Een inrichting met een lange historie Friesland was tot het eind van de 15e eeuw het domein van de Schieringers en de
Vetkopers.
Bloedige oorlogen, moord, plunderingen en brandstichting waren dagelijkse kost
voor de twee elkaar bevechtende partijen.
Begin 1500 werd de Hertog van Saksen de heerser van Friesland en bouwde snel een
soort fort in Leeuwarden. Het woongedeelte binnen dat fort heette het blokhuis.
Dat gebouw was de basis voor het huidige HvB. De Blokhuispoort. De
woonbestemming van het blokhuis veranderde overigens al redelijk snel. In 1580
kreeg het kasteelachtige gebouw, omringd met water, een bestemming als
gevangenis.
In de volksmond van toen kreeg het de naam 'Het Hondegat' mee. Met een
onderbreking tussen 1824 en 1870 is het blokhuis in Leeuwarden dus al eeuwen in
gebruik ten behoeve van gevangenbewaring.
Het statige gebouw gelegen aan stadsgrachten, maakt ook indruk op de bezoeker.
Het is net of de geschiedenis er van afstraalt. Het bezoek aan de inrichting, de
oude foto's, de verhalen van personeel en de geschiedschrijving in het boek 'straffen
door de eeuwen heen' van H. Steensma (voormalig bewaarder uit Leeuwarden), geven
nog meer het gevoel dat Leeuwarden met De Blokhuispoort in het bezit is van een
groot stuk gevangenisgeschiedenis.
Een gebeurtenis in de geschiedenis van De Blokhuispoort, is te zien in een film
over de zaak van de gebroeders Hoogerhuis. Het markante gebouw is ook te zien in
de film over de 50 jaar geleden gepleegde overval op de inrichting waarbij veel
mensen die op de dodenlijst van de Duitsers stonden, werden bevrijd.
De Blokhuispoort was voorheen bekend als het HvB Leeuwarden. Tot 1970 was er in
het complex, naast de HvB bestemming, een bijzondere strafgevangenis gevestigd.
Er is geen officiële IBA in De Blokhuispoort. Wel kunnen zeer moeilijke
gedetineerden op een aparte afdeling met zes cellen geplaatst worden. "Achter de
gele deur" heet deze afdeling waar meer rust te realiseren is.
Er werken in De Blokhuispoort 130 medewerkers, de gedetineerdencapaciteit is 163
(exclusief 103%)
De Blokhuispoort biedt huisvesting aan preventieve gedetineerden (uit alle
categorieën), arrestanten, vreemdelingen en subsidiair gehechten. 'Het
frustreert mij dat we, wat het materiële beveiligingsniveau betreft, onvoldoende
middelen hebben. Gelukkig wordt dat door de goede contacten tussen personeel en
gedetineerden enigszins gecompenseerd,' zegt Hans Merkus hierover.
Lopend door de lange gangen van de `cultuurinrichting' in Leeuwarden, vallen de
rijkelijk aanwezige kunstwerken op.
Ze verlevendigen de saaie gangen en zorgen ervoor dat de aandacht gericht is op
de doeken en op de afgebeelde taferelen. De gedachten' verlaten' even de wereld
van het gevangeniswezen.
Crea en huisvlijt De grote doeken die hoofd skw Hans Hofman voornamelijk uit de
BKR- magazijnen vandaan haalde, bewijzen hun nut in de inrichting. Creatieve
uitingen, of ze nu als kunst te classificeren zijn of niet, zijn voor Hans ook
een middel om gedragsveranderingen te bereiken bij gedetineerden. Hij zegt
daarover: 'We hebben hier nogal wat gedetineerden met gedragsproblemen. Hun
gedrag maakt hen moeilijk handelbaar en niet geschikt om met anderen te werken.
Er zijn er bij die zelfs niet in staat zijn celwerk te doen. Het zijn geen zware
criminelen maar hun onmaatschappelijk gedrag is een dermate groot probleem dat
we de plicht hebben te proberen hieraan iets te veranderen. De praktijk wijst
uit dat wij als HvB vaak de eerste opvang voor deze mensen zijn. Het benutten
van de ongedwongen mogelijkheden die creatieve bezigheden zoals schilderen en
boetseren in zich hebben, is dan heel belangrijk in de pogingen zo'n persoon wat
te resocialiseren. En gelukkig zie ik vaak genoeg dat gedetineerden opbloeien en
dat ze later toch aan een of andere vorm van het arbeidsproces kunnen gaan
meedoen.
Bedliggers Voor de nu zes jaar in De Blokhuispoort werkende Hans Hofman, is de crea/huisvlijt
dus een niet weg te denken hulpmiddel in een inrichting. Dat geldt volgens hem
ook voor sport en spel, basiseducatie en vakonderwijs.' Het zijn nuttige en
noodzakelijke activiteiten die bijdragen aan resocialisatie en aan de
beheersbaarheid in de inrichting,' betoogt hij. In dit verband vindt Hans Hofman
het dan ook jammer dat gedetineerden in een HvB niet verplicht kunnen worden mee
te doen aan arbeid, crea/ huisvlijt of sport en spel. De'bedliggers' bewijzen
niemand een dienst.
Zichzelf niet, de maatschappij niet en ookde PIW'ers niet want het gevaar dreigt
dat die gedetineerden in de bejegening minder aandacht krijgen,' aldus Hans
Hofman. De vrijblijvendheid mag er wat hem betreft dus af. Voor personen die
zich wel opgeven voor crea/huisvlijt, sport en spel gaat die stelregel al wel
op. ' Van hen worden inzet en prestaties verlangd. Aan gedetineerden die alleen
maar van hun cel af willen zijn en het verder wel goed vinden, hebben we niks,
laat hij weten.'
Maatschappelijke integratie
In een gerust stevig te noemen samenwerking met de reclassering (zie balans
1-1995, pag. 17), besteed Hans Hofman veel tijd aan de arbeidstoeleiding en aan
daarvoor geschikte gedetineerden. Hij is daarbij duidelijk over de taakverdeling
tussen reclassering en skw. 'Het skw werkt naar binnen toe. Hier moet het skw de
voorwaarden scheppen voor een zo goed mogelijk resultaat. Hoewel wij natuurlijk
ook contacten buiten de inrichting onderhouden, ligt daar de grootste taak van
de reclassering. Arbeidstoeleiding naar geschikt werk staat vaak ook niet op
zichzelf. Geen huis, moeilijkheden in de relatiesfeer, (grote) financiële
problemen en soms nog meer problemen horen vaak ook bij een gedetineerde.
Het hele plaatje eromheen en de vele contacten buiten de inrichting die daarmee
gemoeid zijn, behoren bij uitstek en van oudsher bij de taak van het
maatschappelijk werk.' De reclassering sluit zich blijkbaar aan bij deze
opvatting en heeft twee parttimers ingezet die de trajectbegeleiding ter hand
hebben genomen. In het kader van het projekt 'vastwerk' zijn er volgens Hans
Hofman al enkele personen op de juiste plek terecht gekomen in de maatschappij.
'Het is dus beslist geen onzin om in een HvB te beginnen met trajectbegeleiding.
De gedetineerden blijven er soms heel lang en als ze weggaan kan het traject aan
een andere inrichting overgegeven worden,' voegt Hans Hofman nog toe.
Toekomst In De Blokhuispoort werkt men, via verschillende wegen, aan de toekomst van
gedetineerden en aan de toekomst van het skw. Er liggen nog meer projecten klaar
om op te starten, zoals bijvoorbeeld een cateringproject waarbij gedetineerden
in die sterk groeiende branche gaan leren en werken. De werk- en denkwijze van
Hans Hofman komt voort uit zijn idealen een aantal gedetineerden te verbeteren
en daarmee de problemen voor de maatschappij te verkleinen. Het zijn geen vage
idealen maar idealen die bewijzen dat ze de 'kunst' in zich hebben de basis te
zijn van soms kleine en soms grote resultaten.
Een professionele werkwijze maakt dat De Blokhuispoort in Leeuwarden een vrij
rustige en voor gedetineerden duidelijke inrichting is.' Deze typering van het 'Ljouwertse'
HvB komt uit de monden van de Piw ers Wouter Algra en Geke de Haan.
Nuchtere Fries Wouter Algra, voorheen huisschilder, werkt als bewaarder al negentien jaar bij
het HvB in Leeuwarden. De man die elke werkdag op z'n racefiets de 23 kilometer
van en naar z'n huis overbrugt, presenteert zich als de spreekwoordelijk
nuchtere Fries. Volgens hem komt dat van pas bij de omgang met de zich steeds
meer onafhankelijker opstellende en minder eenvoudig te bejegenen gedetineerden.
Bij de bejegening mogen wat hem betreft van de gedetineerden nuttige en vormende
activiteiten verlangd worden. 'De gedachte dat alles mag en niks moet, verdwijnt
ook in de maatschappij en kan dus ook hier niet overeind blijven,' meent hij.
Geke de Haan, zes jaar geleden als 'herintredende vrouw' begonnen in het piw en
sinds twee jaar werkzaam in Leeuwarden vult hierop aan: 'Gedetineerden moeten
gewezen worden op de consequenties van hun handelen. Een goed gedrag en inzet
mag daarbij best beloond worden.' Allebei zijn ze het erover eens dat in hun
werk duidelijkheid en de manier waarop je gedetineerden behandelt veel uitmaakt
voor de sfeer en de beheersbaarheid in de inrichting. 'Het is de toon die de
muziek maakt,' is hun conclusie.
Fusie
Dat laatste geldt overigens ook voor de manier waarop het personeel met elkaar
omgaat en de manier waarop leiding wordt gegeven. Na enkele wat minder gelukkige
jaren is men nu blij dat ook op dit gebied 'de juiste toon van de muziek'
gevonden is. 'De openheid en het idee datje serieus genomen wordt en niet tegen
een dichte deur aanloopt, ervaren we als heel prettig. Onze directeur a.i. Hans
Merkus, straalt uit dat hij dicht bij ons werk staat en oog en oor heeft voor
interne zaken. De signalen komen aan en er is duidelijkheid, begrip en een grote
betrokkenheid,' laten beiden weten. Die sfeer helpt ook bij het onderzoek naar
een mogelijke fusie met de Marwei. Geke de Haan spreekt dan ook het vertrouwen
uit dat er 'tot in de puntjes wordt uitgezocht wat de meerwaarde van een fusie
is.' Wouter Algra denkt dat de fusie onvermijdelijk is. 'Als de eigen identiteit
van De Blokhuispoort maar behouden blijft,' wil hij nog wel even kwijt. De
openheid en de nuchtere opstelling met oog voor de realiteit van de Friezen
lijken dus een naar verhouding soepel lopend fusieonderzoek mogelijk te maken.
' Je moet niet verstarren maar meegaan met noodzakelijke ontwikkelingen,' zegt
hij ter illustratie dat het fusieonderzoek positief wordt gevolgd.
Vrouwen Het valt op dat er op een bezetting van 66 PIW'ers maar twee vrouwelijke
PIW'ers
in De Blokhuispoort werken. Daarmee 'scoort' de inrichting heel laag. Geke de
Haan denkt dat het misschien te maken heeft met een in den lande eventueel
heersende gedachte dat De Blokhuispoort een vrouwonvriendelijke inrichting zou
zijn. Dat viel haar tenminste twee jaar geleden op voordat zij naar Leeuwarden
kwam. Na slechts een week stage in De Blokhuispoort, had ze echter al bekeken
dat een dergelijke gedachte niet op waarheid berustte. Nu twee jaar later kan
Geke heel beslist zeggen dat De Blokhuispoort deze titel zeker niet verdient. 'Ik
heb er absoluut geen spijt van dat ik hier ben begonnen en als het kan zie ik
graag nog een paar vrouwelijke PIW'ers erbij komen,' zegt ze. Als dat lukt kan
ook Wouter Algra, die nu alleen maar mannen in z'n team heeft, de 'vrouwelijke
toon van de piw muziek' gaan ervaren.
Hoewel het onderzoek naar een mogelijke fusie van de Marwel, volop tijd en aan
dacht krijgt die ten koste gaat van de invoering van Werkzame Detentie, zijn de
uitgangspunten van de nota qua arbeid wel degelijk in beeld.
In De Blokhuispoort heeft de arbeid de laatste tijd een andere invulling en een
andere betekenis gekregen. Wiebe Knol, bijna twintig jaar bij het
gevangeniswezen, begonnen als gewa, toen PIW'er en nu twee jaar medewerker
arbeid, informeert ons over de huidige arbeid in het HvB Leeuwarden.
Nuttige arbeid 'Werken volgens de nota werkzame detentie doen we nog niet,' start Wiebe Knol
zijn verhaal. 'Maar gedetineerdenarbeid is wel veel minder vrijblijvend geworden
en meer prestatiegericht. De tijd dat arbeid meer als bezigheidstherapie gezien
werd is over. We verlangen van de gedetineerden dat ze naar hun kunnen presteren.'
Wat Wiebe Knol betreft past dat idee ook prima in het kader van
resocialisatie.'Arbeid is nuttig. Het geeft regelmaat, leert mensen iets te
presteren en leert ze beter met elkaar om te gaan,' volgens Wiebe Knol. Voor
veel gedetineerden blijkt werken toch een soort uitlaatklep te zijn. Bij
buitenlanders gaat dat nog iets meer op. Vooral Chinezen kunnen hun energie er
goed in kwijt en werken graag. Grote problemen bij de motivatie van
gedetineerden kennen ze op de arbeid in De Blokhuispoort niet. Wiebe Knol
betoogt dat' de sfeer' op de arbeidszaal daarbij heel belangrijk is. Het is de
manier waarop je iets zegt. Soms moet je bijvoorbeeld op een strenge manier
corrigeren maar wel op een wijze dat ze het accepteren en het toch gebeurd zoals
je wilt. Dat schept een sfeer van duidelijkheid.' Hij vestigt bij het onderwerp
gedetineerdenarbeid wel even de aandacht op de steeds groter wordende groep
gestoorde gedetineerden.
Hij zegt daarover: 'De laatste jaren krijgen we veel gestoorden die hier
eigenlijk niet thuis horen. Ze vragen veel aandacht, hebben vaak geen
arbeidsverleden en kunnen niet op een arbeidszaal werken. Als het kan geven we
zulke mensen celwerk maar het blijft moeilijk.'
Meer betrokken
Als je al twintig jaar in het gevangeniswezen werkt, heb je natuurlijk al een
aantal stromingen meegemaakt. Zo was arbeid al eens eerder een stuk
nadrukkelijker aanwezig. De verschillen nu zijn vooral dat de huidige
arbeidsmedewerkers veel meer opdrachtgever gericht werken. Kwaliteit, levertijd
en rechtstreekse communicatie zijn nu de sleutelwoorden geworden voor de
arbeidsmedewerkers. De arbeidsmedewerkers zijn zo gefocust op hun produktie en
de afspraken met de opdrachtgevers dat ze proberen de' verstoringen' door andere
disciplines, zo klein mogelijk te houden. De klant is koning geworden. Voor
Wiebe Knol zijn dat overigens geen vervelende ontwikkelingen. 'Je wordt er meer
bij betrokken, je bent gerichter met gedetineerden bezig, je weet wat er speelt
en dat je daarop kunt ingrijpen. Je wordt ook meer serieus genomen door
opdrachtgevers. Het simpele feit dat wij tegenwoordig kerstkaarten krijgen van
onze opdrachtgevers, laat dat zien.'
Veranderingen
Werken betekent open staan voor veranderingen. In De Blokhuispoort veranderde
niet alleen de kijk op arbeid maar dienen zich, in verband met de fusie en de
nota Werkzame Detentie, zoals het er nu naar uitziet, meer veranderingen aan.
Wiebe Knol ziet dat alles rustig op zich afkomen. 'Ik ben niet bang voor
veranderingen. Achteraf valt het altijd wel mee of worden we er beter van. De
omstandigheden veranderen misschien wel maar de inhoud van het werken met
gedetineerden niet,' illustreert hij zijn kijk op zijn Arbeidstaak.
Bartjes Per dagdeel zijn er tussen de 50 en 55 gedetineerden, buiten de huishoudelijke
baantjes, actief op één van de vier arbeidszalen of op cel. Er zijn twee
arbeidszalen met vrij eenvoudige ' diversenarbeid'. Een artikel dat men
bijvoorbeeld gemaakt heeft, waren de zogeheten' Bartjes' oftewel poppetjes met
graszaad dat zorgt voor' haargroei'. Eén arbeidszaal is bestemd voor de ±
vijftien gedetineerden die op de boekbinderij werken. Dit is een vorm van
vakarbeid met vaak heel precies werk. Zo'n tien gedetineerden werken op de
metaalafdeling. Daar wordt veel laswerk verricht. Men maakt er onder andere
kandelaren.
Bewa's. Of je nu' per telefoon' of in levende lijve binnenkomt bij De Blokhuispoort, je
krijgt als eerste te maken met de bewa's. Zij nemen de telefoon op en ontvangen bezoekers of het nu om personeel gaat, om
gedetineerden, om bezoek voor gedetineerden, allemaal passeren zij de bewa's.
Zij zijn vaak het eerste contact met de inrichting en zij bepalen welke eerste
indruk er achter gelaten wordt. Maar er is meer.
Effect
Frank Visser kwam twee jaar geleden naar De Blokhuispoort. Via een particulier
beveiligingsbedrijf, na vierjaar marechaussee, zag hij het takenpakket van een
bewa wel zitten. Hij besefte dat de nadruk bij zijn werkzaamheden zou komen te
liggen op het beveiligingsaspect. Als we die bewataken wat dichterbij bekijken
dan blijkt ook dat hun werk heel belangrijk is voor de veiligheid van het
overige personeel. Bij ontvangst, toezicht op, en de begeleiding van het bezoek
voor gedetineerden, de postcontrole, de telefoondienst, de begeleiding van
gedetineerden bij intern transport, is het beveiligingsaspect heel belangrijk. 'Ons
werk vereist standvastigheid en constante alertheid op situaties die problemen
met de veiligheid of de beheersbaarheid kunnen opleveren. Dat laatste vraagt
trouwens wel dat je toch flexibel en correct reageert. Een "botte bewa" kan
effect hebben op de manier waarop een gedetineerde zich binnen gedraagt,' is
zijn mening. Als we hem vragen welke prioriteiten hij voor zichzelf in zijn werk
stelt, formuleert hij het volgende: 'Als eerste de veiligheid van het personeel.
Als tweede de beveiliging naar de maatschappij en ten derde de bijdrage aan de
resocialisatie van gedetineerden.' Hoe hij daarbij te werk gaat, maakt hij ons
eveneens duidelijk: 'Je moet elke dag alert zijn en nooit nonchalant reageren.
Bij elke alarmmelding, hoewel het gelukkig meestal vals alarm is, moetje direct
weten hoe te handelen en dat ook doen. Dat zorgt ervoor dat die ene keer dat er
wel iets is, je er ook bent. Daarnaast is collegialiteit heel belangrijk.
Daardoor let je bijvoorbeeld consequent en zo goed als mogelijk is op pogingen
om contrabande binnen te brengen. Ik besef heel goed dat wat ik hier tegenhoud,
geen problemen meer binnen veroorzaakt.' Frank Visser haalt in dit verband nog
even de briefcontrole aan. ' Er wordt wel eens wat minderwaardig over deze taak
gedaan maar als je via deze controle problemen voor je collega's kunt voorkomen
dan lijkt me dat toch heel nuttig.'
Meer
De manier waarop Frank Visser over zijn werk praat, geeft goed aan dat hij
overtuigd is van het nut van zijn werk. Hij is er ook zeer serieus mee bezig en
is blij dat het team waarin hij functioneert er evenzo over denkt. 'We hebben
een vast team met een eigen overleg en werken in een prima sfeer,' laat hij
weten. Frank Visser maakt ons duidelijk dat de bewa's in De Blokhuispoort er
niet zomaar bijhangen. Ze worden als volwaardig onderdeel van de inrichting
beschouwd en benut. Geen wonder dat, ondanks dat hij weleens bloot staat aan
intimidatie, Frank Visser zijn werk elke dag met plezier doet. 'Je maakt elke
dag iets anders mee en je weet en leert heel veel, motiveert hij het plezier in
z'n werk.
Na bijna twee jaar bewa wil Frank Visser meer in z'n werk. Hij wil graag piw-er
worden en doet regelmatig op dat gebied al wat ervaring op. De begeleiding van
PIW'ers en leidinggevenden, die hij daarbij ervaart, vindt hij positief. 'De
terugkoppeling over een gebeurtenis en mijn rol daarbij, blijkt voor mij heel
nuttig te zijn,' zegt Frank Visser over dit zo belangrijke aspect van het
inrichtingswerk. Het ziet er in ieder geval naar uit dat, als er weer plaats is,
er een prima piw-er in De Blokhuispoort bijkomt.
Bedreigingen
'Als bewa krijg je nogal eens wat minder fraaie opmerkingen naar je hoofd
geslingerd. En soms blijft het daar niet bij en word je bedreigd. Hoewel ik
bedreigingen over het algemeen serieus neem, laat ik me dat er niet van
weerhouden mijn werk goed te blijven doen. Ik denk dan maar dat het erbij hoort
en dat ik het moet accepteren als een onderdeel van mijn werk.' 'Bezoek waarbij
we een indicatie hebben dat ze wellicht gaan proberen iets binnen te smokkelen,
wordt bij de voordeur al gevraagd mee te werken aan een visitatie. Willen ze
niet meewerken dan laten we ze niet toe in de inrichting.'
Bron (door Wim de Goeij ) Balans nr 2 maart 1995
▲
geschiedenis |