HomeBLOKHUISPOORT.NL

 

Engelstalige BlokhuispoortHyves Blokhuispoort  FacebookTwitterLinkedin

MUSEUM AGENDA EXPOSITIE RONDLEIDING CONTACT ZOEK VVV
berucht bibliotheek educatie beeld geschiedenis ontsnappingen bunker winkel

Kasteel der stad

Het huis van Tuchtiging en Opsluiting, is verbonden met het hoofdgebouw van het voormalige blokhuis of kasteel der stad. Het werd in 1661 gebouwd, doch brandde, den 12 November 1754, bijna geheel af, waarna het veel sterker en veiliger is opgebouwd. Nog voor weinige jaren, en wel in het jaar 1824, is daar naast een veel grooter gebouw, tot werkzalen der gevangenen aangebouwd.

Deze alzoo vereenigde gebouwen zijn, in het jaar 1838, ter wederzijde door eene gracht van de stad afgescheiden. Het is eens van 's Rijks groote gevangenissen, waar een aantal gevangenen, niet alleen uit de provincie Friesland, maar ook uit andere oorden overgebragt worden, doch is wat bekrompen voor het groot getal veroordeelden, die het gewoonlijk bevat.

Deze gevangenis heeft eene zeer ruime binneplaats, en wordt door het tijdelijk garnizoen bewaakt. Zij heeft thans eene uitmuntende inrigting en bestuur. Ook het fabrijkaat in deze gevangenis, waar 600 à 700 mannen en jongens zijn opgesloten, is uitmuntend. De voortreffelijke inrigting en orde en de doelmatigheid der ingevoerde klassificatie (in vier klassen) onder de gevangenen zijn de voorwerpen van den lof der vreemdelingen. De arbeid der volwassenen bestaat in de bewerking van wol, waarvan zij lakens, dekens, kousen, wollen garens, slaapmutsen, halsdoeken, enz. vervaardigen.

De jaarlijksche afleveringen der fabrijk bedragen door elkander 13,000 a 14,000 ell. laken van drievierendeel breedte, 2000 ell. tieretijn, 800 paren kousen, 3000 à 4000 doeken, en ongeveer 4000 pond garen, 9000 stuks kleeding door de troepen, enz. Het geheele bedrag der, in 1837, door deze fabrijk afgeleverde stoffen, was 98,356 guld., waaraan dus ieder gevangene door 173 guld. per hoofd had toegebragt. De algemeene kosten van onderhoud bedroegen, in 1837, 36,904 guld. Ook de zedelijke verbetering draagt hier goede vruchten. bron: vd AA

1499 Kasteel 16e eeuw Register Brand 1754 Wet 1851 Bouw 1946 11.000 jaar Ballans 1995 Sluiting 2002 Besluit 2004 Rapport 1954

Het Blokhuis. (1499-1580).
In een pittige studie in „De vrije Fries" XXI (1909), vertelt Dr. J. S. T h e i s s e n over het Leeuwarder Blokhuis, aan de hand van gegevens, door hem ontleend aan de Rentmeesters-rekeningen van 1515 tot 1575. Voor de „geboorte" van het kasteel verwijst de schrijver naar hetgeen

E e k h o f f mededeelt (Gesch. beschr. 1 bi. 105 v.v. en 109 t/m 111) voor den „groei" naar de reeds door ons vermelde kaarten van omstr. 1550 (1580) en 1560, waaruit blijkt, dat het Blokhuis, ter flankeering van zijn wallen voorzien was op de hoeken van 4 zware ronde torens of r o n d e el e n. In dit opzicht komt de vorm overeen met dien van het „Casteel van S t a v e r e n", volgens B o r in 1522 gebouwd voor „43931 ponden 8 schellingen van 40 groot 't pont' (pond = gulden; schelling = stuiver).

Dat te H a r l i n g e n echter, in 1500 gesticht, moet slechts 2 zoodanige rondeelen hebben bezeten alsmede één gemetseld b a s t i o n met teruggetrokken flanken, dus van Italiaansch model. Een en ander blijkt uit de plattegronden van genoemde steden door J a c o b v a n D e v e n t e r, welke, wat de kasteelen betreft, geheel overeenstemmen met die, afgebeeld in Braun- en Hogenberg's Stedenboek van 1580

T h e i s s e n vermeldt den bouw van een nieuw rondeel in 1557, op den Noordoostelijken hoek van het Leeuwarder kasteel 20) en dat voor dien bouw werden uitgevoerd: meer dan 1300 ton kalk (uit Dordrecht), 100 ton cement (uit Amsterdam), 100 schuiten zand, voorts 100.000 Friesche steenen en 400.000 dubbele Leidsche steenen, terwijl in 1556 reeds 800.000 Leidsche steenen geleverd waren.

Bij de slechting van het Blokhuis op 1 Febr. 1580 zijn de Oostelijke en Zuidelijke wallen blijven bestaan en slechts één van de 4 rondeelen, n.l. dat op den Zuidoostelijken hoek. Dit rondeel, dat den naam bleef dragen van P y n i g t o r e n, omdat de pijnbank van het Hof daarin was gevestigd geweest , komt nog op de 17e eeuwsche plattegronden der stad voor, o.a. op dien, afgebeeld in het 11e deel van E e k h o f f' s werk (Plaat VII).

Op dien van J. H. K n o o p (1760) is het niet meer aanwezig, doch de fondamenten bestonden nog en zijn eerst in 1919 door den dienst der Gemeentewerken opgeruimd tijdens de afgraving, ten behoeve van de scheepvaart, van den hoek in de stadsgracht bij de strafgevangenis op het punt van samenkomst met het Nieuwe Kanaal. Bij het opruimingswerk bleek hef rondeel te zijn aangelegd op 1.50 M. beneden Friesch Zomerpeil en te rusten op een hierna te beschrijven fundeering.

De ronde toren was nog tot 1 M. boven Zomerpeil aanwezig, was inwendig 5.80 en uitwendig 12.50 M. in middellijn, zoodaf ong. 240 M3. metselwerk moesten worden verwijderd.

De fundeering bestond uit een liggend roosterwerk van ribben (doorgezaagde eiken palen) met zwaluwstaartverbindingen aan elkaar bevestigd. Alle 9 vakken van het 8-hoekige roosterwerk waren op de wijze, als in afb. 2 B voor één vak aangegeven, volgeslagen met ong. 2.5 M. lange palen, van tapschen vorm en bij 4 stuks tegelijk uit één ong. 0.30 M. dikken eiken paal van diezelfde lengte gezaagd. Deze dunnere palen waren alle met de punten in den grond geslagen .

Behalve de vorenstaande gegevens, verstrekte de Directeur der Gemeentewerken, 1 r. C h. C. v a n d e r V I i s, ons nog de hierbij gepubliceerde foto's van: 2 steenen kogels, diameter ong. 91/2 en 8 cM.

2 ijzeren kogels, waarvan een in twee helften gegoten en doorboord, diameter ong. 11 cM. (afb. 2 E), een baksteenen fragment hoog 15.5 cM. (afb. 2 F), alles bij de opgravingen gevonden. Ook was nog aangetroffen een houten kogel met een diameter van pl.m. 21 cM., langs drie onderling loodrecht staande assen uitgeboord en volgegoten met lood. Een en ander is door de Gemeente Leeuwarden afgestaan aan het Friesch Museum aldaar.

Vergelijkt men nu de vorenvermelde gegevens van D r. T h e i s s e n over het in 1557 gebouwde (of vernieuwde) rondeel met de gevonden afmetingen van den voormaligen „Pynigtoren" en neemt men voor de Friesche steenen dezelfde maten aan als die van de te Harlingen 24) aangetroffen reuzenmoppen, dan is te berekenen dat met die 100.000 steenen een hoogte van ong. 5 M. kon worden opgemetseld, alzoo 3.50 M. boven water. Neemt men nu verder aan dat de dubbele Leidsche steenen een formaat zullen hebben gehad als het hedendaagsche Waalsteen-hardgrauw (gemiddeld 21 X 101/2 X 51/2 cM.) dan geven de 400.000 stuks een inhoud van ruim500 M3. metselwerk, overeenkomende met eveneens ong. 5 M. hoogte.

Wij komen op die wijze tot een rondeel hoog ong. 8.50 M. boven water ofwellicht 1 of 1.5 M. lager indien de aangevoerde steenen tevens voor een toegangspoferne (als te H a r l i n g e n ontgraven) en voor overkluizing, ter afdekking van den toren, mochten zijn gebruikt. Een hoogte van 7 à 8 M. voor de rondeelen welke, volgens de oude afbeeldingen, boven de wallen uitstaken, komt ons wel aannemelijk voor. Echter blijft dan nog de vraag bestaan, waarvoor de in 1556 aangevoerde 800.000 stuks Leidsche steenen kunnen zijn gebruikt. De citadel had een gracht met, volgens G a b b e m a, 280 roeden (ong.1000 M.) in omtrek.

In verband hiermede moeten de wallen tusschen de rondeelen een lengte van ong. 200 M. hebben gehad. Toen de „rebellen" in 1572 te B o l s w a r d, S n e e k en F r a n e k e r reeds meester waren, liet C a s p a r d e R o b l e s door zijn Venetiaanschen ingenieur den Oostelijken wal verhoogen en haastig het staketsel in het midden van de kasteelgracht vernieuwen. Over het smadelijk einde van het trotsche vestingwerk zullen wij kort zijn.

Door E e k h o f f is zulks uitvoerig beschreven. Op het slechten van de 3 kasteelen, te Leeuwarden, Harlingen en S t a v o r e n in 1580, werd een gedenkpenning geslagen, waarop Prins Willem van Oranje, de bevrijder, als David afgebeeld is").

Ten slotte geven wij een afbeelding van hetgeen omstreeks het midden der 18e eeuw, naar de teekening van C. P r o n k, nog aan gebouwen binnen de voormalige citadel was overgebleven, dienende tot: „Ammonitie- en Tugthuis".

Bron: Gedenkboek LEEUWARDEN 1435-1935 blz. 109


geschiedenis

 


Museum Blokhuispoort Leeuwarden Verzetsmuseum Leeuwarden  Fries museum  Gevangenismuseum Veenhuizen  Museumfederatie Friesland  Tresoar  HCL Historisch Centrum Leeuwarden Gemeente Leeuwarden

29-01-2012

vanPlan BeleefFriesland  VVV Leeuwarden  Dagjeweg  Museuminfo Omroepfryslan  Leeuwardercourant  Wikipedia Blokhuispoort  KvK Leeuwarden Openmonumentdag  Rijksoverheid    Statistieken

© 2003-2012 Stichting Blokhuispoort  Colofoon  Gastenboek Informatie links Nieuwsbrief