|
Levenslang We zitten hier levenslang vast
9 FEBRUARI 1991 De frustraties van een gevangenbewaarder
"Geen gezeur, achter de deur". Dat was vroeger het
machtswoord van de gevangenbewaarder. Inmiddels is het
parool: 'beveiliging en begeleiding' van de gedetineerde.
Het werk van de PIW-er ( penitentiair inrichtingswerker)
is veranderd: meer taken, meer verantwoordelijkheid en
meer ruimte.
Maar al jaren is en blijft het ziekteverzuim onder
bewaarders ongekend hoog: gemiddeld zo'n 8 tot 10
procent, met uitschieters naar maar liefst 20 procent.
Het juiste cijfer is niet bekend door gebrek aan een
goed gestructureerde registratie. Er wordt onderzoek
gedaan naar de oorzaken van het hoge ziekteverzuim, maar
daar is men nog niet uit.
Wat maakt het gevangeniswerk zo ziek? Over het werk en
de frustraties. En over de sfeer onder de mannen van het
Huis van Bewaring in Leeuwarden. "Anderen mogen niet
denken dat je ook wel eens bang bent."
Fred Fred, 30 jaar en acht jaar gevangenbewaarder. "Ik stond
eerst in de discotheek, had wel een beetje een ruig
leven. Toen stond die advertentie in de krant. Toen ik
hier kwam dacht ik: die mensen moet ik helpen. Het is
soms wel leuk, de omgang met mensen. Maar ook
frustrerend: je ziet dezelfde gevangenen steeds weer
terugkomen."
Iedereen even insluiten!' galmt het door , de drie
etages hoge A-vleugel. "We zijn er eentje kwijt." De
telefoon: ,,0, waar was ie? Op de werkzaal, welke?
Bedankt." "Fred, laat maar, hij is boven water!"
Het is rustig op de A-vleugel. Sommige gedetineerden
zijn naar 'de arbeid' in de werkzaal. De meeste zitten
in hun cel.
De schoonmaakploeg zwabbert de vloer, poetst de wc en
zorgt voor voor koffie. De hele dag door, afgewisseld
door een praatje en een sjekkie. "Dat zijn gevangenen
die zich het best gedragen, die je niet de hele tijd in
de gaten hoeft te houden," legt bewaarder Piet uit. Een
lamp boven een cel- deur licht op. Piet sluit de deur
open. De gevangene wil naar zijn vrouw bellen. In de
telefooncel op de vleugel blijkt zijn telefoonkaart op
te zijn. "Dan wil ik op jullie kosten bellen," begint de
man opgewonden te schreeuwen. "Nee, dat kan niet. Je
moet wachten tot je een nieuwe telefoonkaart kunt kopen."
De man ontsteekt in woede. Hij begint te schreeuwen en
te schelden. Piet spreekt de man toe: "Ga maar terug
naar je cel." Het wordt even doodstil op de vleugel. De
andere bewaarders wachten alert af. Collega Fred komt
erbij. "Ik wil weg, ik wil naar de WC," schreeuwt de
man. De beide bewaarders krijgen al pratend de man de
cel weer in. "Hij moet even rustig worden," zegt Piet.
"We gaan straks wel kijken hoe het met hem is. Even met
hem praten, hij ging nu echt door het lint." Het werk op
de vleugel gaat weer gewoon door.
Het Huis van Bewaring in Leeuwarden ziet er aan de
buitenkant uit als een echte burcht. Binnenin zit je in
het decor van een film. Een echte oude gevangenis:
gietijzeren relingen en trappen, badtegels op de vloer,
galmende geluiden en één groot getralied raam aan het
eind van de gevangenisvleugel, waardoor schaars licht
naar binnen priemt. De gevangenis stond op de lijst om
gesloten te worden, maar het cellentekort in Nederland
heeft de redding gebracht. Nu wordt de burcht in
Leeuwarden verbouwd tot een moderne inrichting.
Er is plaats voor 156 gevangenen, voor wie 128
werknemers in dienst zijn. Daarvan zijn 81 werknemers PIW-ers: penitentiair
inrichtingswerker of gewoon gevangenis bewaarder.
De A-vleugel van de gevangenis heeft de opknapbeurt al
gehad: speeltuinkleuren maken het interieur er wat
vrolijker op. Hier zitten mensen achter de celdeuren te
wachten op veroordeling voor welk ver- grijp dan ook,
van moord tot boete voor te hard rijden. "We weten over
het algemeen niet wie waar voor zit," zegt Piet. "Ik zou
het ook niet willen weten, want het kan je houding naar
de gevangene beïnvloeden. Van sommigen, die agressief
zijn tegenover bewaarders, weet je dat wel. Als je de
eerste keer tegenover een gevangene staat is het vaak de
blik in de ogen waar je op af gaat: gooi ik de celdeur
dicht of stel ik hem gerust. Dat is niet iets wat je op
cursus leert, dat is ervaring."
"Spanningen? Ja natuurlijk, veelvuldig en steeds meer.
Want we krijgen steeds meer mensen met psychische
problemen binnen. En één kerel kan de sfeer onder de
gedetineerden op de hele vleugel behoorlijk onder druk
zetten. Dan ga je ook elke dag onder druk weer naar je
werk. Zo van: wat zal er vandaag weer gebeuren."
Een deel van de gedetineerden zit die ochtend op 'de
arbeid', zoals het wordt genoemd. In de twee kale
werkzalen zitten twee groepjes van acht mensen
porseleinen steentjes voor meterkasten te kleuren en in
doosjes te verpakken. Er is ook nog een binderij en een
metaalwerkplaats voor gekwalificeerder werk.
Werkmeesters Hans en Paul bewaken vanachter hun glazen
hok de zaal, werken zo nu en dan mee. Beiden zitten al
een jaar of achttien in het vak. "Wat er leuk is aan dit
vak? Nou... niks." Hans heeft in de bouw gezeten.
Seizoensgebonden werk. Hij kreeg een gezin en ging
zoeken naar een vaste baan. "Ja, de vastigheid hè. Maar
arbeidsvreugde, nee. Het is wel sleur. Eruit stappen?
Moeilijk, je hebt hier in principe levenslang. Ik leg me
erbij neer, heb niet meer de drang: ik moet hier weg. Ik
heb wel aanbiedingen gekregen van twee bedrijven, zelfs
een hoger salaris, maar ik doe het niet. De vastigheid
is hier vaster dan bij particuliere bedrijven."
Het gesprek met Paul en Hans komt vanzelf op een van de
grootste frustraties van alle bewaarders: de verlofdagen
en het onregelmatige dienstrooster. "Het dienstrooster
zit slecht in elkaar. Soms draai je een paar diensten
achter elkaar. Verlof? Nou, dat kun je vaak wel vergeten.
Vooral in vakantietijd en met feestdagen, als iedereen
vrij wil. Als je steeds de deksel op je neus krijgt,
denk je: bekijk het maar, ik blijf gewoon thuis en meld
me ziek. Ziek worden is gemakkelijk. Na drie weken krijg
je van de Rijksgezondheidsdienst een briefje om in te
vullen. Ik ben nooit ziek, maar twee keer in het jaar
stap ik er even uit. Anders word ik helemaal hotel de
botel. Daar schaam ik me ook niet voor."
"Als de werksfeer goed is, blijf je niet zomaar thuis.
Want je weet dat je daarmee een collega pakt die voor je
moet invallen. De sfeer is slecht. Als je niet de
mogelijkheid krijgt mee te denken, dan heb je het al
gauw gezien. Zo van: ik kom hier, doe m'n werk en verder
bekijken ze het maar. Het contact tussen de collega's
onderling is vaak moeilijk. Er wordt veel op elkaar
gelet en veel gekletst en gekankerd. Maar als het nodig
is, in een spannende situatie met een gedetineerde, dan
kun je van elkaar op aan. Hoewel er altijd wel mensen
zijn die op zo'n moment nodig naar de WC moeten."
Directeur Hiemstra vindt het broodnodig dat er iets
verandert aan de onderlinge sfeer. "Mensen moeten beter
met elkaar omgaan. De oorzaak voor de slechte sfeer? Ja,
het zijn mensen. En de werkomgeving is ook niet bepaald
opbouwend in een gevangenis. Bewaarders krijgen van hun
werk niet het idee: dit is af, deze man kan nu weer
opgelapt de maatschappij in. Je ziet geen resultaat,
integendeel de meeste klanten zie je steeds weer terug."
Over de kritiek op de dienstroosters zegt Hiemstra: "Dat
is een kwestie van beleving. Wij geven veel verlof af,
maar je kunt niet altijd vrij krijgen als een paar dagen
van te voren verlof vraagt. Onregelmatig werken kan
belastend zijn, maar dat weet je als je aan dit werk
begint."
Hans Hans, 42 jaar en zestien jaar in het vak. "Ik had totaal
geen idee wat de baan inhield toen ik hier aan begon. Ik
wilde gewoon vast werk hebben. Een gezin en- zo. Het is
moeilijk hier weg te gaan. De vastigheid is hier vaster
dan in het particuliere bedrijfsleven."
Bewaarder in een gevangenis is geen baan met
carrièrekansen. Veel PIW -ers komen uit 'vrije' beroepen:
kleine zelfstandigen, chauffeurs, timmerlieden. Op enig
moment - het gezin speelt een belangrijke rol - wil men
een vaste baan en een goed salaris. Een baan als PIW-er
biedt beide, maar daarna staat men stil. "Ja, de enige
stap die je nog kunt maken is opklimmen tot teamleider,"
zegt Hiemstra. "Vroeger werd je teamleider als je de
meeste dienstjaren had. Nu kijken we of iemand voor zo'n
functie geschikt is, anders trek- ken we mensen van
buiten aan. Veel PIW- ers werken hier al jaren. Het
verloop is klein en dat komt ook omdat hier in het
noorden des lands de werkgelegenheid niet ruim voor
handen is."
Terug tussen het gietijzer en de holle klanken van de
stenen muren van de gevangenisvleugel, vult de lucht
zich tegen twaalven met de geur van tomatensoep. Het
middageten wordt in blikken bakjes per cel uitgedeeld.
Een bewaarder voorop om de celdeuren open te sluiten,
eentje erachteraan om ze weer te vergrendelen. Een blik
in de cel kan de nadrukkelijk aanwezige blootfoto's van
diverse vrouwen nauwelijks ontgaan. Het interieur is
echt sober: een bed, een tafel met stoel, een kast, een
stalen po voor de nacht. De onvermijdelijke
kleurentelevisie is het stralende middelpunt.
Na het uitdelen van het eten gaan de bewaarders in hun
eigen stekkie aan de zoveelste bak koffie. Om een uur
begint de nieuwe dienst. Binnenkomende collega's worden
met plagerige, stoere opmerkingen begroet. Het
woordenspel wordt onder de mannen over en weer gespeeld.
Patrick, in blauw bewaardertenue, valt op door zijn
jonge uiterlijk. Hij blijkt pas anderhalf jaar in dienst
te zijn en komt uit een SAJO- (regeling Subsidie
Additionele Jongeren- banen bij de Overheid)project. "Ja,
ik bleek het goed te doen, toen hebben ze me aangenomen."
Patrick, 27 jaar en anderhalf jaar bewaarder. "Waardering
voor je werk? Ze plagen je, dan hoor je erbij. Ja,
mannen praten niet over waardering of angstgevoelens."
Patrick Patrick heeft MBO sociale dienstverlening gedaan, maar
kon nergens werk krijgen. "Ik ben blij met deze baan,
maar ik zie me hier niet nog jaren zitten. Wat me
aanspreekt is het omgaan met mensen. Het is niet
gemakkelijk, soms lig je wel te rollebollen met een
gedetineerde. Maar ja, dat hoort bij het vak. Je moet
mensen in hun waarde laten, niet bazig overkomen. Door
gevangenen met takt te behandelen kom je verder.
Waardering voor je werk? Dat haal je uit de manier hoe
je met de mensen om kunt gaan. Maar je moet wel oppassen,
want ze kunnen je heel goed voor hun karretje spannen.
Ook van collega's zie je waardering. Door hun manier van
plagen, dan hoor je erbij. Ja, het zijn mannen, die
praten daar niet over."
Het is rustig op de vleugel. Een enkele woede
uitbarsting van een gedetineerde wordt rustig pratend
opgelost. Het werk van de bewaarders oogt niet zwaar of
gestressed. Maar de verhalen over bedreigende situaties
doen vermoeden dat er heel wat spanning in de
gevangenislucht kan zitten. "Vorig jaar is tweeëndertig
keer geweld gebruikt tegen bewaarders in deze gevangenis,"
vertelt Andries. Hij is de oprichter van het opvangteam,
voor bewaarders die in bedreigende omstandigheden
terecht zijn gekomen. "Er wordt onderling niet gepraat
over angst. Hier heerst een cultuur van niet toegeven
dat je bang bent. Want je zou door collega's zwak
gevonden kunnen worden en niet te vertrouwen in
moeilijke situaties. Geweld en ook zelfmoordpogingen
komen steeds meer voor naarmate hier steeds meer
psychiatrische gevallen binnenkomen. Die angst, die
spanning blijft in je zitten. Dat is stress. En je kunt
het nergens kwijt, ook thuis niet. De meeste vertellen
thuis heel weinig over hun werk: 'dat snapt men toch
niet'."
"Ik denk dat het ziek worden veel te maken heeft met
spanningen," zegt Fred. Hij loopt onder het gesprek af
en aan om een celdeur te openen of iets te regelen op de
vleugel. "We hebben als bewaarders meer
verantwoordelijkheid en meer ruimte gekregen. Dat is
prima, het maakt de functie rijker. Maar het brengt ook
spanningen met zich mee en daar moet je mee om kunnen
gaan. Ik heb wel collega's gezien die afstompten en
cynisch werden. Het is geen vrolijk zooitje hier. Wij
zijn vaak de pispaal voor de gevangene, want wij zijn de
eerst aanspreekbaren. Vroeger was het: 'geen gezeur,
achter de deur en de wapenstok erover heen. Nu hebben de
gevangenen meer rechten. Veel collega 's hebben de
overgang naar een andere werkwijze heel moeilijk
gevonden."
"Je moet je ook gedekt voelen door de leidinggevende. De
teamleider zie je niet meer op de vleugel. Hij
coördineert en vergadert. Soms voel je je alleen staan.
In het teamoverleg zou je je hart kunnen luchten. Daar
wordt over de gedetineerden besproken en vervolgens
zouden knelpunten op tafel moeten komen. Dat gebeurt
niet en de helft van de bewaarders is niet aanwezig."
Collega Piet valt bij: "Er wordt ook te veel gezwegen.
Veel mensen met het idee rond: er wordt toch niet naar
ons geluisterd. Dan kan het je op een gegeven moment ook
niet meer schelen."
Wiebe is teamleider op de A-vleugel. Vijftien jaar
geleden is hij van vrachtwagenchauffeur overgestapt naar
de gevangenis. Het grote manco is vertrouwen. De angst,
de frustraties, men spreekt ze niet uit. Het is allemaal
stoer. Het is een vicieuze cirkel: men heeft klachten
over de dienstroosters, men gaat nergens heen met zijn
frustraties en dan breekt op een gegeven moment het
lijntje. Dan meld je je ziek. En daar is geen controle
op. Er zijn geen controlerende artsen. Mensen krijgen
een briefje thuis om in te vullen. Waar zit de zwakke
schakel om die vicieuze cirkel te doorbreken? Ik weet
het niet. Belangrijk is denk ik een beter sociaal beleid
voor het personeel. Iemand die een paar dagen of vaker
ziek is gewoon opbellen of langsgaan. Je moet niet de
boeman gaan spelen."
Later in de middag vindt Piet tijd om in de cel even met
de gedetineerde te praten die hem eerder die dag had
staan uitschelden. "We hebben het uitgesproken. Hij gaf
toe dat hij zich te buiten ging. Dat is toch ook wel het
leuke van het vak, de begeleiding. Maar we vinden er
steeds minder tijd voor door alle extra taken. Ik ben
begonnen met een snackbar, ben nu dertien jaar bewaarder,
maar ik wil nu wel eens weg. Ja, het is moeilijk weg te
komen, zeker als je hier al langer werkt. Je wordt
gevormd, een bepaalde manier van denken en handelen. En,
ik verdien nu netto zo'n 2500 gulden, soms meer met
onregelmatigheidstoeslag. Waar vind je zo'n salaris?"
Bron: AANEEN 9 FEBRUARI 1991
Tekst: Carolien Stam.
▲
geschiedenis |