|
BIJZONDERE STRAFGEVANGENIS EN HUIS VAN BEWARING
1875-1970 [Tekst]
De overval Hoofdstuk: |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
Hoofdstuk 1
Ontsnappingen.
In de geschiedenis van de gevangenis hebben zich in de loop van tijd meerdere
ontsnappingspogingen voorgedaan. Een van de meest spectaculaire ontsnappingen
in zijn geschiedenis was de overval door het Nederlandse verzet op 8 december
1944. Er ging een feilloos door Piet Kramer uitgewerkt plan aan vooraf om te
voorkomen dat de nabij gelegerde Duitsers werden gealarmeerd. Op de avond van 8
december werden 51 verzetsmensen door hun vrienden van de KP uit de cel bevrijd
waarbij niet één schot is gelost. Deze actie wordt gezien als een van de
grootste verzetsdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De overval is in 1962
verfilmd door Lou de Jong genaamd
De Overval. De volgende personen waren bij de
aanval betrokken: Piet Kramer, Mevrouw Lammers, Eppie Bultsma, Jannie Bultsma,
Koopman, Vos, Jellema, Agent Turksma, Inspecteur Bakker, Mies, Grundmann,
Walther.
Links: Verzetsman Piet Kramer, commandant van de Friese Binnenlandse
strijdkrachten in een jeep naast een Canadese militair voor het stadhuis in
Dokkum.
De overval
We zijn in bezet Nederland, diep diep in de herfst van 1944. Het Friese
platteland ligt daar in al zijn wijdheid. De wind waait er overheen,
rietstengels buigen, takken zwaaien. Er loopt een straatweg, verkeer is niet te
zien. Er staat een boerenwagen. Vreemd, een paard is nergens te bekennen. Drie
man staan klaar om de wagen te duwen.
Het zijn leden van een van de actiefste Friese verzetsgroepen, de KP (knokploegen).
Bij een boom aan de kant van de weg staat Piet Kramer, de KP leider, met een van
zijn jongens te praten. Piet is een jaar of vijfendertig. Hij maakt een
energieke, tegelijk bedachtzame indruk. Hij is, evenals zijn KP-ers, gewapend
met een stengun. Aan de andere kant van de weg staat zijn rechterhand, Wim, die
begin twintig is samen met nog een anderen KP-er; ook zij hebben stenguns in de
hand. Even verderop, bij de bocht van de weg, staat een derde man uit de
KP-leiding, Eppie, bij zijn fiets; de fietspomp houd hij klaar. Hij kan van zijn
positie de weg naar beide kanten af kijken.
In de verte nadert een auto, in deze auto, een zwarte Mercedes, zit een
SS-chauffeur; naast hem een andere SS-er die een machinegeweer op zijn knieën
houdt, achter in de auto zit een arrestant die vervoerd wordt: Bakker inspecteur
van politie. Hij is niet zo jong meer; hij heeft een flink, karaktervol gezicht.
Hij is in uniform maar blootshoofds; zijn handen zijn geboeid. Links van hem zit
SS-Oberschrführer Grondmann, de chef van de Aussenstelle Leeuwarden der
Sicherheitspolizei und des SD; rechts zit de beul van de SD, Johannsen - een
sadist met het gezicht van een verlopen bokser.
Eppie ziet de Mercedes naderen, meteen begint hij zijn fietsband op te pompen.
Alle anderen KP-ers zetten bliksemvlug hun maskers op. Piet geeft de drie mannen
die bij de boerenwagen een teken: de wagen wordt dwars over de weg gereden die
nu geheel geblokkeerd is. De Mercedes komt de bocht om-de chauffeur moet
plotseling remmen. De wagen staat nog niet stil of de vier met stenguns
gewapende KP-ers springen eropaf, Piet Kramer voorop. Piet roept händen hoch!
Helaas de SS-ers geven zich niet over. De SS-er die naast de chauffeur zit en
Johannsen openen meteen het vuur. Walther trekt zijn revolver en richt deze op
Bakker. De chauffeur gaat langzaam achteruit rijden. De KP-ers geven enkelen
vuurstoten met hun stenguns.

Tot zijn ontzetting ziet Eppie in de verte een Duitse patrouilleauto naderen.
Hij fluit als teken van waarschuwing. De KP-ers hebben geen keus. Zij beginnen
zich snel terug te trekken. De SS-er die voor in de auto zit, valt gewond naar
buiten. Johannsen veegt bloed van de kant van zijn hoofd. De poging om
inspecteur Bakker te bevrijden is mislukt.
Het exterieur van het Huis van Bewaring en van de strafgevangenis in Leeuwarden
doemt op. In de ochtendschemering zien wij muren met prikkeldraad, gevangenis
gevels, getraliede ramen. Naast de toegangsdeur staat een bord Huis van
Bewaring, Leeuwarden. Daar naast is de bel. De hand van een geüniformeerde
Duitser drukt er op. Schril klinkt het geluid. Men hoort binnen een hek openen
en dicht slaan. Sleutelgerammel nadert. Het kijkpoortje gaat open. De portier
kijkt naar buiten.
Hij schrikt. Voor de poort staat Walther. Vlak achter hem
staan twee anderen SS-ers. Achter dit groepje staan twee Duitse overvalwagens,
elk met een chauffeur achter het stuur. De Duitse militairen, twee pelotons van
zes soldaten, elk onder het bevel van een luitenant zijn uitgestapt. Een peloton
uitgerust met geweren, heeft zich opgesteld dwars over de toegangsweg naar de
gevangenis. Het anderen peloton, uitgerust met machinepistolen, staat gereed de
gevangenis binnen te gaan. Op de achtergrond, recht tegenover de gevangenis,
ligt de Ortskommandantur, waar een wacht voor staat.
De portier opent de deur, Walther en de twee SS-ers stappen naar binnen. Terwijl
de portier de voordeur sluit, rammelt Walther al ongeduldig aan het traliehek.
De portier opent het traliehek (zijn hand met de sleutel trilt) en laat hen
drieën voorgaan. In de gang staan twee bewakers, onder wie bewaker Jellema, op
een mededelingenbord te lezen, dat in een halletje tegenover de kamers van de
administratie en directie hangt. Waneer Walther aan het hek rammelt wenden zij
tegelijk het hoofd, schrikken en blijven staan. Het traliehek is nu open. De
portier laat Walther en de SS-ers voorgaan. Hij sluit het hek. Een van de SS-ers
blijft bij hem staan en zal hem aanwijzingen geven.
Walther stapt gedecideerd naar de kamer van de directeur. Directie staat er
boven geschilderd. Niet binnen zonder te kloppen. Zonder kloppen opent hij de
deur en gaat naar binnen. De deur blijft half open . Enkelen seconden later komt
hij weer naar buiten, gevolgd door de adjunct-directeur Vos, een man van een
jaar of vijftig die een nerveuze, onderdanig-correcte indruk maakt. Walther
loopt naar de kamer, waar administratie boven staat en gaat er naar binnen,
haastig gevolgd door Vos. De deur blijft open.
In de administratiekamer is een balie. Er is een wandstelling met paperassen. Er
staan enkele bakken met registerkaarten. De administrateur Koopman, een NSB-er
met een speldje op, heeft een bureau met een telefoontoestel er op. Dicht
daarbij hangt een portret van een zeer zegevierende Hitler. Koopman is ongeveer
dertig jaar oud. Zij hulpkracht Smits, ziet er uit als een totaal versleten
boekhouder van circa zestig jaar. Hij heeft een bril op. Hij werkt bij het raam
aan een tafeltje. Smits zit geschrokken toe te kijken. Vos zegt: geef me de
lijst van de gevangenen. Koopman overhandigt de lijst aan Walther. Deze verlaat
de administratiekamer, gevolgd door Vos en Koopman. De laatste sluit de deur.
Smits staart hen na.
Gevolgd door Koopman lopen Walther en de SS-er (de andere SS-er blijft bij het
traliehek staan) naar de toegangsdeur tot de cellenhal. Koopman belt aan.
Intussen heeft de portier het traliehek open gedaan. Het voor de voordeur
opgestelde peloton Duitse militairen loopt naar binnen. De portier maakt de
voordeur, daarna het traliehek dicht. Als de laatste Duitse soldaat de plek
gepasseerd is waar bewaker Jellema staat, glipt deze vlug de gang over, en bij
de administratie naar binnen. In de administratie staat de oude Smits naar
buiten te kijken. Jellema en hij zien elkaar een ogenblik aan zonder iets te
zeggen. Zacht vraagt Jellema wat is er aan de hand Joop? Smits antwoord: D'r
zijn gisteren twee SS-ers gewond. Nu gaan ze wraak nemen - zeven man neer
schieten. In de gang drukt Walther ongeduldig weer op de bel voor de cellenhal.
We horen eerst de bel van uit de gang, dan in de hal weerklinken.
Het is in die hal een levendig bedrijf. Op de begane grond zitten twee bewakers
achter de tafel tegen over de toegangsdeur druk te praten. Twee gevangenen zijn
bezig de vloer te zwabberen. Op de eerste verdieping zitten twee gevangenen een
grote teil aardappelen te schillen. Eén bewaker staat er bij, met de rug naar de
railing een tweede loopt langs de cellen. Op de tweede verdieping wordt een
gevangenen geknipt door een andere, die als kapper optreedt. Hier hangt de
bewaker over de railing. Beneden opent weer een andere bewaker de deur en deinst
terug als Walther, Koopman en de Duitse militairen binnenstappen. Het zijn de
zware Duitse laarzen die elkeen alarmeren. Op de begane grond staan twee
bewakers op. Twee gevangenen staan stokstijf stil. Op de eerste en tweede
verdieping laten gevangenen en bewakers eensklaps hun bezigheden in de steek. Ze
kijken met geschrokken gezichten naar beneden. Koopman roept in het rond; in de
cellen!
De emmers de zwabbers, de teilen met aardappelen, de stoel die voor het knippen
gebruikt werd alles blijft staan. De zes gevangenen lopen elk haastig naar hun
cel en worden door hun bewakers ingesloten. Walther geeft Koopman het lijstje
met de namen van de gevangenen die uit de cel gehaald moeten worden. Koopman
leest ze op; zeven namen. De nummers van zeven cellen worden genoemd. Naar elk
der cellen begeeft zich een Duitse soldaat met een bewaker. Zware laarzen gaan
de ijzeren trappen op naar de twee boven verdiepingen, sleutels rammelen.
Beneden wordt de deur van cel 23 geopend. Drie gevangenen staan achter in de cel,
roerloos; de angst is op hun gelaat te lezen. Midden in de cel staat inspecteur
Bakker. Bakker! zegt de bewaker. En Bakker loopt langzaam naar de deur.
Buiten voor het Huis van Bewaring komt een Mercedes voorrijden. SS-Oberscharführer
Grundmann stapt uit. Hij is een intelligente politieman en een fanatieke
nationaal-socialist, volstrekt onbarmhartig in de bestrijding van het verzet. De
luitenant van het militairen peloton dat buiten opgesteld staat, brengt hem de
nazigroet'. Grundmann groet nonchalant terug. Hij belt aan bij de gevangenis. De
Mercedes wordt naast Walthers Opel geparkeerd.
In de grote cellenhal worden de zeven gevangenen samengedreven. Er zijn twee
mannen van middelbare leeftijd, één op lompen; de ander zou onderwijzer kunnen
zijn. Er zijn twee jonge mannen onder hen; er is een man van ongeveer vijftig
jaar, een arbeider; er is een oude man met sneeuw wit haar die zich moeizaam
voortbeweegt. Koopman laat de deur naar de gang open. Daar is de adjunct-
directeur Vos uit zijn kamer gekomen. Grundmann voegt hem toe: terroristen
hebben twee van mijn beste mensen verwond. Daarom kom ik U van een paar logés
bevrijden, meneer Vos een cynische opmerking waar Vos niet op reageert.
Vier van de zes Duitse soldaten gaan zodanig in de gang en bij de voordeur staan,
dat de stoet der gevangenen de hele tijd gedekt is. De gevangenen zullen door
twee soldaten, naast elkaar, en de luitenant gevolgd worden. De luitenant geeft
bevel Vorwärts! Langzaam lopen de gevangenen weg, Bakker het laatst. Het is dan
tot de gevangen in de cel doorgedrongen, dat een aantal van hun makkers
weggehaald wordt. Er klinken uit de cellen kreten. Kop op jongens! Houd moed,
dag Dirk leven het vaderland Leve de Koningin. vuile rot schoften!. Er wordt
schril gefloten, lawaai gemaakt en op de deuren gebonsd. In een groep cellen
begint men het Wilhelmus te zingen het wordt gelijk in meer en meer cellen
overgenomen.
In de gang wordt opeens al dat geluid heel zwak, wanneer de deur van de
cellenhal achter de luitenant gesloten wordt. De gevangenen passeren bewaker
Jellema die moeite heeft, zijn woede te beheersen. Inspecteur Bakker komt als
laatste langs. Wanneer Bakker bij Grundmann is, steekt deze zijn arm uit en houd
hem tegen. Hij zegt warten! Bakker gaat met zijn gezicht naar de muur staan. De
laatste militairen passeren met Walther en de overige SS-ers het traliehek,
gevolgd door de portier die het hek afsluit.
Buiten (de gevangenis deur wordt gesloten) stappen de gevangenen in één van de
overval wagens. Een van de jonge gevangenen en de man op klompen helpen de oude
man, die moeite heeft met instappen. Ze gaan op de wagens zitten. Ze kijken in
tegengestelde richting, waarin de auto rijdt. Bij hen voegen zich Walther, de
luitenant en vier soldaten. De negen anderen militairen bestijgen met één SS-er
de tweede overval wagen. Op beide wagens blijven enkelen militairen klaar staan
om te vuren. Dan rijdt de overval wagen met de gevangenen weg. Op korte afstand
volgt de tweede overvalwagen.
Dicht bij het hek van het gevangenisterrein ligt een hoekhuis; daar staat een
groepje mensen te kijken acht of tien mannen en vrouwen, maar geen mannen tussen
de 18 en vijftig jaar. Allen zien er armelijk uit. De gezichten staan grimmig.
Een vrouw van een jaar of vijftig veegt met de punt van haar schort tranen weg.
Als de overvalwagen met de gevangenen langs komt, volgen aller blikken de
gezichten van de gevangen. De autobanden smijten de modder over de schoenen,
klompen en benen van de kijkende mensen.
Opeens als een gewond dier, een kreet van de vrouw met het schort: Dirk De jonge
gevangene richt snel het hoofd op en kijkt, waar die stem precies vandaan komt.
Een Duitse soldaat op de auto geeft hem een klap met zijn machinepistool, zodat
hij de oude houding weer inneemt. het konvooi zwenkt rechtsaf over de Oosterbrug.
Hier woont Eppie Bultsma, de man die voor Piet Kramer de meeste contacten legt.
Zijn vrouw, Jannie, weet alles van zijn verzetswerk af: zij staat ook daarin
naast hem, ze steunt hem. Eppie en Jannie hebben twee kinderen Jopie, een meisje
van zes, en Bert een jongetje van drie. Bij hen woont ook Eppies moeder, een
oude vrouw.
Toen het bericht kwam: ze halen mannen uit de gevangenis, was de oude mevrouw
Bultsma al klaar met ontbijten, ze had haar vaste plaatsje opgezocht: de
schommelstoel waarin ze zit te breien. En ze breit door. Bert is te jong om te
beseffen wat er buiten geschiedt, maar de zes jarige Jopie is naast haar moeder
bij een van de twee ramen gaan staan. Eppie staat in wanhoop alleen voor het
andere raam, de armen opzij: hij lijkt wel gekruisigd. De drie kijken naar links
wanneer de wagens met de gevangenen de Oosterbrug passeren en dan rechtsaf slaan,
langs de Ortskommandantur zijn ze verdwenen, dan gaat Jannie aan tafel zitten.
Ook Jopie. Kleine Bert gaat stilletjes door met zijn ontbijt. Dan verlaat Eppie
het raam. Hij loopt de kamer uit. Was dat Dirk? vraagt Jannie. Eppie knikt. Hij
loopt de trap af. Beneden gaat hij door de winkel naar de daarachter gelegen
bakkerij. Een oude knecht, Willem, werkt daar. Eppie pakt zijn fiets en verlaat
de bakkerij.
Voor het hoofdbureau van de SD komt Grundmans Mercedes voorrijden. De
schildwachten springen in de houding. Een SS-er opent het portier voor Grundmann.
Deze stapt uit. Dan krijgt inspecteur Bakker, die ook in de auto zit, een wenk
om uit te stappen. Hij loopt de stoep op. Aussenstelle Leeuwarden der
cherheitspolizei und des SD staat op een bord te lezen. Binnen, in de gang, moet
Bakker wachten gezicht tegen de muur.
Grundmann loopt zijn werkkamer binnen. Natuurlijk hangt er een portret van
Hitler. Een dikke opzichtige secretaresse, die aan de typetafel zit, stopt
haastig haar manicure gereedschappen weg. Naar zijn bureau lopend, vraagt
Grundmann: Immer an der arbeit, fräulein, vraagt Grundmann?. Haastig staat de
secretaresse op. Ze laat Grundmann die is gaan zitten, een drukproef zien van
het aanplakbiljet waarmee de fusielering van zes politieke gevangenen bekend
gemaakt zal; worden. Fünfhundert plakkaten, beveelt Grundmann, en met een gebaar:
ueberrall in der Provinz, sofort nach der Erschiessung. Hij staat op en hangt de
drukproef achter zijn eigen stoel.
Aktenstück Bakker, gelast hij. Und er soll herein kommen. de secretaresse geeft
hem een bundel papieren. Dan opent zij de deur. Bakker loopt langzaam naar
binnen. Hij ziet het aanplakbiljet, maar hij beheerst zich. U kunt gaan zitten,
zegt Grundman. Bakker gaat zitten. de secretaresse posteert zich achter haar
schrijfmachine. Ja collega, zegt Grundmann, dat zijn nu de gevolgen van de
zinloze avonturen van dat handjevol misdadigers met wie U heeft samengewerkt. Uw
zogenaamde verzetshelden dwingen mij tot represailles ten zij U, hij kijkt op
zijn horloge de klok in de kamer staat op 9 uur 20 binnen twintig minuten
antwoord geeft op twee vragen: wie is Piet Kramer en waar houd hij zich schuil?.
Inspecteur Bakker blijft onbewogen.
In de buurt van Leeuwarden ligt in een sloot een boot met een kleine kajuit die
tegelijk de woning, de schuilplaats en hoofdkwartier van Piet Kramer is. De boot
ligt grotendeels achter het riet verborgen. Van de wallenkant leid er een
loopplank heen. Daar staan ook twee fietsen tegen een plank die tegen twee palen
getimmerd is. Binnen in de kajuit, zitten Piet en Eppie te praten. Wat zij
vreesden is gebeurd: er zijn represailles genomen. Eppie zit er verslagen bij.
Piet praat met klem op hem in terwijl hij een sigaret rolt. Denk je niet dat ik
liever met een gewoon leger mee vocht, Eppie? Dan maken de hoge omes uit wat je
wel of niet doen mag. Wij moeten dat allemaal zelf uitmaken.
Eppie, somber: je hebt ze niet gezien, toen ze weg reden, Dirk en die vijf
anderen. Piet buigt over de tafel, kijkt Eppie recht aan en zegt, waarom laat
die Grundmann zes mensen vermoorden die niets te maken hebben met wat er
gisteren gebeurd is?. Om er in de hele provincie de schrik in te jagen en om er
voor te zorgen dat mensen als jij en ik eenvoudig niets meer durven te
ondernemen! Hier Eppie krijgt een sigaret die klaar is. Eppie na een haal: ik
heb het er ontzettend moeilijk mee. Alsof Piet het niet moeilijk heeft! Piet ik
heb vannacht duizendmaal de zelfde vragen gesteld. We konden niet anders
handelen. Bakker weet zowat alles van ons werk. We moesten proberen hem uit
handen van de SD te krijgen? Eppie ja. Piet was er een beter plan dan op de weg?
Eppie nee. Piet: En als we door hadden gevochten, was Bakker er dan aan gegaan?.
Eppie ja. Piet zachter, ik wist een jaar geleden ook niet dat je in het verzet
voor zulke verschrikkelijke moeilijke beslissingen komt te staan. Maar we doen
alleen maar wat ons geweten ons voorschrijft, Eppie. Eppie ik heb ook aan Bakker
gedacht, Piet peinzend ik ook. Ik weet niet of Grundmann wist hoe belangrijk
Bakker voor ons was maar na gisteren zal hij het wel weten.
Op Grundmanns kamer is het verhoor voortgezet. Grundmann legt in het
opengeslagen dossier een stuk terug waaruit hij kennelijk iets voorgelezen heeft.
Hij zoekt een volgend stuk op. Wij gaan verder, zegt hij. Bakker reageert niet.
Grundmann leest voor. De politieagent Van der Veen gearresteerd wegens
medeplichtigheid aan de ontvluchting van twee leden van de KP van Piet kramer
uit het politiebureau in Sneek, heeft bekent dat hij gehandeld heeft op
instructie van inspecteur Bakker. Bakker blijft onbewogen. Grundmann slaat het
dossier dicht. Hij staat op, loopt naar de schoorsteenmantel en gaat naast de
klok staan. U ziet meneer Bakker, wij hadden die schietpartij van gisteren niet
nodig om er achter te komen dat U nauwe betrekkingen met de heren van het verzet
onderhoud. Er is nog veel meer in het dossier, maar dat komt later wel aan de
orde. De klok staat op 9 uur 37. Grundmann U heeft nog drie minuten. Hij steekt
een sigaret op en biedt Bakker er een aan sigaret? Bakker, dank U. Grundmann
verstandig. We moesten eigenlijk allemaal het voorbeeld volgen van de Fürer.
Bakker,ik rook anders graag.
Grundmann nog steeds superieur vriendelijk, ik heb begrip voor Uw loyaliteit
tegen over Uw vrienden, meneer Bakker, zelfs bewondering. Maar U gaat te ver dat
U daar zes mensenlevens aan opoffert. Wij hebben genoeg gegevens om Piet Kramer
en zijn trawanten binnen enkele dagen in te rekenen. Bakker wat wilt U dan van
mij?. Grundmann nu heftiger, in deze provincie ben ik verantwoordelijk voor rust
en orde, meneer Bakker!. Na een schanddaad als die van gisteren zijn maar twee
dingen mogelijk, de arrestatie van de daders of als dat niet kan represaille!,
Stilte de klok staat op 9 uur 40. Grundmans telefoon rinkelt hij neemt hem op
Grundmann hier. Hij antwoord niet onmiddellijk . Hij kijkt Bakker strak aan.
Bakker ik weet niet wie Piet Kramer is zijn adres ken ik niet. Grundmann in de
telefoon sprekend Erschiesen!.
Hoofdstuk: |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
(bron spanvis.nl)
Meer over dit hoofdstuk:
Archief gevangenis,
Bestemming,
Gebroeders Hogerhuis,
Dienstkleding,
Macht van het lijden,
Gevangene 1113,
Post uit Friesland,
Sporttournooi 1956,
Archieven gevangenissen,
Inventaris,
IJje Wijkstra,
Oud directeur H.S.Born,
Ontsnapte boeven,
Bestemming,
Wolter van der Berg,
Langs de Nederlandse
strafgestichten, Hogerhuiszaak,
Kneppelfreed,
Geheim register,
Huishoudelijk
reglement, De overval 8 december 1944,
Plichtsverzuim,
Bijzondere strafgevangenis Leeuwarden,
Verbouwing,
Jaarverslag 1969/1970,
11000 jaar gevangenisstraf,
Brief IJje Wijkstra
|