BLOKHUISPOORT.NL
ONLINE
MUSEUM - ERFGOED BLOKHUISPOORT -
 
 
Linkedin TwitterFacebook Museum Blokhuispoort
 
 

BIJZONDERE STRAFGEVANGENIS EN HUIS VAN BEWARING  1875-1970

De overval Hoofdstuk: | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |

Hoofdstuk 1 Ontsnappingen.
 
In de geschiedenis van de gevangenis hebben zich in de loop van tijd meerdere ontsnappingspogingen voorgedaan. Een van de meest spectaculaire ontsnappingen in zijn geschiedenis was de overval door het Nederlandse verzet op 8 december 1944. Er ging een feilloos door Piet Kramer uitgewerkt plan aan vooraf om te voorkomen dat de nabij gelegerde Duitsers werden gealarmeerd. Op de avond van 8 december werden 51 verzetsmensen door hun vrienden van de KP uit de cel bevrijd waarbij niet één schot is gelost. Deze actie wordt gezien als een van de grootste verzetsdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De overval is in 1962 verfilmd door Lou de Jong genaamd

De Overval. De volgende personen waren bij de aanval betrokken: Piet Kramer, Mevrouw Lammers, Eppie Bultsma, Jannie Bultsma, Koopman, Vos, Jellema, Agent Turksma, Inspecteur Bakker, Mies, Grundmann, Walther.

Links: Verzetsman Piet Kramer, commandant van de Friese Binnenlandse strijdkrachten in een jeep naast een Canadese militair voor het stadhuis in Dokkum.


De overval
We zijn in bezet Nederland, diep diep in de herfst van 1944. Het Friese platteland ligt daar in al zijn wijdheid. De wind waait er overheen, rietstengels buigen, takken zwaaien. Er loopt een straatweg, verkeer is niet te zien. Er staat een boerenwagen. Vreemd, een paard is nergens te bekennen. Drie man staan klaar om de wagen te duwen.

Het zijn leden van een van de actiefste Friese verzetsgroepen, de KP (knokploegen). Bij een boom aan de kant van de weg staat Piet Kramer, de KP leider, met een van zijn jongens te praten. Piet is een jaar of vijfendertig. Hij maakt een energieke, tegelijk bedachtzame indruk. Hij is, evenals zijn KP-ers, gewapend met een stengun. Aan de andere kant van de weg staat zijn rechterhand, Wim, die begin twintig is samen met nog een anderen KP-er; ook zij hebben stenguns in de hand. Even verderop, bij de bocht van de weg, staat een derde man uit de KP-leiding, Eppie, bij zijn fiets; de fietspomp houd hij klaar. Hij kan van zijn positie de weg naar beide kanten af kijken.

In de verte nadert een auto, in deze auto, een zwarte Mercedes, zit een SS-chauffeur; naast hem een andere SS-er die een machinegeweer op zijn knieën houdt, achter in de auto zit een arrestant die vervoerd wordt: Bakker inspecteur van politie. Hij is niet zo jong meer; hij heeft een flink, karaktervol gezicht. Hij is in uniform maar blootshoofds; zijn handen zijn geboeid. Links van hem zit SS-Oberschrführer Grondmann, de chef van de Aussenstelle Leeuwarden der Sicherheitspolizei und des SD; rechts zit de beul van de SD, Johannsen - een sadist met het gezicht van een verlopen bokser.

Eppie ziet de Mercedes naderen, meteen begint hij zijn fietsband op te pompen. Alle anderen KP-ers zetten bliksemvlug hun maskers op. Piet geeft de drie mannen die bij de boerenwagen een teken: de wagen wordt dwars over de weg gereden die nu geheel geblokkeerd is. De Mercedes komt de bocht om-de chauffeur moet plotseling remmen. De wagen staat nog niet stil of de vier met stenguns gewapende KP-ers springen eropaf, Piet Kramer voorop. Piet roept händen hoch! Helaas de SS-ers geven zich niet over. De SS-er die naast de chauffeur zit en Johannsen openen meteen het vuur. Walther trekt zijn revolver en richt deze op Bakker. De chauffeur gaat langzaam achteruit rijden. De KP-ers geven enkelen vuurstoten met hun stenguns.

Tot zijn ontzetting ziet Eppie in de verte een Duitse patrouilleauto naderen. Hij fluit als teken van waarschuwing. De KP-ers hebben geen keus. Zij beginnen zich snel terug te trekken. De SS-er die voor in de auto zit, valt gewond naar buiten. Johannsen veegt bloed van de kant van zijn hoofd. De poging om inspecteur Bakker te bevrijden is mislukt.

Het exterieur van het Huis van Bewaring en van de strafgevangenis in Leeuwarden doemt op. In de ochtendschemering zien wij muren met prikkeldraad, gevangenis gevels, getraliede ramen. Naast de toegangsdeur staat een bord Huis van Bewaring, Leeuwarden. Daar naast is de bel. De hand van een geüniformeerde Duitser drukt er op. Schril klinkt het geluid. Men hoort binnen een hek openen en dicht slaan. Sleutelgerammel nadert. Het kijkpoortje gaat open. De portier kijkt naar buiten.

Hij schrikt. Voor de poort staat Walther. Vlak achter hem staan twee anderen SS-ers. Achter dit groepje staan twee Duitse overvalwagens, elk met een chauffeur achter het stuur. De Duitse militairen, twee pelotons van zes soldaten, elk onder het bevel van een luitenant zijn uitgestapt. Een peloton uitgerust met geweren, heeft zich opgesteld dwars over de toegangsweg naar de gevangenis. Het anderen peloton, uitgerust met machinepistolen, staat gereed de gevangenis binnen te gaan. Op de achtergrond, recht tegenover de gevangenis, ligt de Ortskommandantur, waar een wacht voor staat.

De portier opent de deur, Walther en de twee SS-ers stappen naar binnen. Terwijl de portier de voordeur sluit, rammelt Walther al ongeduldig aan het traliehek. De portier opent het traliehek (zijn hand met de sleutel trilt) en laat hen drieën voorgaan. In de gang staan twee bewakers, onder wie bewaker Jellema, op een mededelingenbord te lezen, dat in een halletje tegenover de kamers van de administratie en directie hangt. Waneer Walther aan het hek rammelt wenden zij tegelijk het hoofd, schrikken en blijven staan. Het traliehek is nu open. De portier laat Walther en de SS-ers voorgaan. Hij sluit het hek. Een van de SS-ers blijft bij hem staan en zal hem aanwijzingen geven.

Walther stapt gedecideerd naar de kamer van de directeur. Directie staat er boven geschilderd. Niet binnen zonder te kloppen. Zonder kloppen opent hij de deur en gaat naar binnen. De deur blijft half open . Enkelen seconden later komt hij weer naar buiten, gevolgd door de adjunct-directeur Vos, een man van een jaar of vijftig die een nerveuze, onderdanig-correcte indruk maakt. Walther loopt naar de kamer, waar administratie boven staat en gaat er naar binnen, haastig gevolgd door Vos. De deur blijft open.

In de administratiekamer is een balie. Er is een wandstelling met paperassen. Er staan enkele bakken met registerkaarten. De administrateur Koopman, een NSB-er met een speldje op, heeft een bureau met een telefoontoestel er op. Dicht daarbij hangt een portret van een zeer zegevierende Hitler. Koopman is ongeveer dertig jaar oud. Zij hulpkracht Smits, ziet er uit als een totaal versleten boekhouder van circa zestig jaar. Hij heeft een bril op. Hij werkt bij het raam aan een tafeltje. Smits zit geschrokken toe te kijken. Vos zegt: geef me de lijst van de gevangenen. Koopman overhandigt de lijst aan Walther. Deze verlaat de administratiekamer, gevolgd door Vos en Koopman. De laatste sluit de deur. Smits staart hen na.

Gevolgd door Koopman lopen Walther en de SS-er (de andere SS-er blijft bij het traliehek staan) naar de toegangsdeur tot de cellenhal. Koopman belt aan. Intussen heeft de portier het traliehek open gedaan. Het voor de voordeur opgestelde peloton Duitse militairen loopt naar binnen. De portier maakt de voordeur, daarna het traliehek dicht. Als de laatste Duitse soldaat de plek gepasseerd is waar bewaker Jellema staat, glipt deze vlug de gang over, en bij de administratie naar binnen. In de administratie staat de oude Smits naar buiten te kijken. Jellema en hij zien elkaar een ogenblik aan zonder iets te zeggen. Zacht vraagt Jellema wat is er aan de hand Joop? Smits antwoord: D'r zijn gisteren twee SS-ers gewond. Nu gaan ze wraak nemen - zeven man neer schieten. In de gang drukt Walther ongeduldig weer op de bel voor de cellenhal. We horen eerst de bel van uit de gang, dan in de hal weerklinken.

Het is in die hal een levendig bedrijf. Op de begane grond zitten twee bewakers achter de tafel tegen over de toegangsdeur druk te praten. Twee gevangenen zijn bezig de vloer te zwabberen. Op de eerste verdieping zitten twee gevangenen een grote teil aardappelen te schillen. Eén bewaker staat er bij, met de rug naar de railing een tweede loopt langs de cellen. Op de tweede verdieping wordt een gevangenen geknipt door een andere, die als kapper optreedt. Hier hangt de bewaker over de railing. Beneden opent weer een andere bewaker de deur en deinst terug als Walther, Koopman en de Duitse militairen binnenstappen. Het zijn de zware Duitse laarzen die elkeen alarmeren. Op de begane grond staan twee bewakers op. Twee gevangenen staan stokstijf stil. Op de eerste en tweede verdieping laten gevangenen en bewakers eensklaps hun bezigheden in de steek. Ze kijken met geschrokken gezichten naar beneden. Koopman roept in het rond; in de cellen!

De emmers de zwabbers, de teilen met aardappelen, de stoel die voor het knippen gebruikt werd alles blijft staan. De zes gevangenen lopen elk haastig naar hun cel en worden door hun bewakers ingesloten. Walther geeft Koopman het lijstje met de namen van de gevangenen die uit de cel gehaald moeten worden. Koopman leest ze op; zeven namen. De nummers van zeven cellen worden genoemd. Naar elk der cellen begeeft zich een Duitse soldaat met een bewaker. Zware laarzen gaan de ijzeren trappen op naar de twee boven verdiepingen, sleutels rammelen.

Beneden wordt de deur van cel 23 geopend. Drie gevangenen staan achter in de cel, roerloos; de angst is op hun gelaat te lezen. Midden in de cel staat inspecteur Bakker. Bakker! zegt de bewaker. En Bakker loopt langzaam naar de deur.

Buiten voor het Huis van Bewaring komt een Mercedes voorrijden. SS-Oberscharführer Grundmann stapt uit. Hij is een intelligente politieman en een fanatieke nationaal-socialist, volstrekt onbarmhartig in de bestrijding van het verzet. De luitenant van het militairen peloton dat buiten opgesteld staat, brengt hem de nazigroet'. Grundmann groet nonchalant terug. Hij belt aan bij de gevangenis. De Mercedes wordt naast Walthers Opel geparkeerd.

In de grote cellenhal worden de zeven gevangenen samengedreven. Er zijn twee mannen van middelbare leeftijd, één op lompen; de ander zou onderwijzer kunnen zijn. Er zijn twee jonge mannen onder hen; er is een man van ongeveer vijftig jaar, een arbeider; er is een oude man met sneeuw wit haar die zich moeizaam voortbeweegt. Koopman laat de deur naar de gang open. Daar is de adjunct- directeur Vos uit zijn kamer gekomen. Grundmann voegt hem toe: terroristen hebben twee van mijn beste mensen verwond. Daarom kom ik U van een paar logés bevrijden, meneer Vos een cynische opmerking waar Vos niet op reageert.

Vier van de zes Duitse soldaten gaan zodanig in de gang en bij de voordeur staan, dat de stoet der gevangenen de hele tijd gedekt is. De gevangenen zullen door twee soldaten, naast elkaar, en de luitenant gevolgd worden. De luitenant geeft bevel Vorwärts! Langzaam lopen de gevangenen weg, Bakker het laatst. Het is dan tot de gevangen in de cel doorgedrongen, dat een aantal van hun makkers weggehaald wordt. Er klinken uit de cellen kreten. Kop op jongens! Houd moed, dag Dirk leven het vaderland Leve de Koningin. vuile rot schoften!. Er wordt schril gefloten, lawaai gemaakt en op de deuren gebonsd. In een groep cellen begint men het Wilhelmus te zingen het wordt gelijk in meer en meer cellen overgenomen.

In de gang wordt opeens al dat geluid heel zwak, wanneer de deur van de cellenhal achter de luitenant gesloten wordt. De gevangenen passeren bewaker Jellema die moeite heeft, zijn woede te beheersen. Inspecteur Bakker komt als laatste langs. Wanneer Bakker bij Grundmann is, steekt deze zijn arm uit en houd hem tegen. Hij zegt warten! Bakker gaat met zijn gezicht naar de muur staan. De laatste militairen passeren met Walther en de overige SS-ers het traliehek, gevolgd door de portier die het hek afsluit.

Buiten (de gevangenis deur wordt gesloten) stappen de gevangenen in één van de overval wagens. Een van de jonge gevangenen en de man op klompen helpen de oude man, die moeite heeft met instappen. Ze gaan op de wagens zitten. Ze kijken in tegengestelde richting, waarin de auto rijdt. Bij hen voegen zich Walther, de luitenant en vier soldaten. De negen anderen militairen bestijgen met één SS-er de tweede overval wagen. Op beide wagens blijven enkelen militairen klaar staan om te vuren. Dan rijdt de overval wagen met de gevangenen weg. Op korte afstand volgt de tweede overvalwagen.

Dicht bij het hek van het gevangenisterrein ligt een hoekhuis; daar staat een groepje mensen te kijken acht of tien mannen en vrouwen, maar geen mannen tussen de 18 en vijftig jaar. Allen zien er armelijk uit. De gezichten staan grimmig. Een vrouw van een jaar of vijftig veegt met de punt van haar schort tranen weg. Als de overvalwagen met de gevangenen langs komt, volgen aller blikken de gezichten van de gevangen. De autobanden smijten de modder over de schoenen, klompen en benen van de kijkende mensen.

Opeens als een gewond dier, een kreet van de vrouw met het schort: Dirk De jonge gevangene richt snel het hoofd op en kijkt, waar die stem precies vandaan komt. Een Duitse soldaat op de auto geeft hem een klap met zijn machinepistool, zodat hij de oude houding weer inneemt. het konvooi zwenkt rechtsaf over de Oosterbrug.

Hier woont Eppie Bultsma, de man die voor Piet Kramer de meeste contacten legt. Zijn vrouw, Jannie, weet alles van zijn verzetswerk af: zij staat ook daarin naast hem, ze steunt hem. Eppie en Jannie hebben twee kinderen Jopie, een meisje van zes, en Bert een jongetje van drie. Bij hen woont ook Eppies moeder, een oude vrouw.

Toen het bericht kwam: ze halen mannen uit de gevangenis, was de oude mevrouw Bultsma al klaar met ontbijten, ze had haar vaste plaatsje opgezocht: de schommelstoel waarin ze zit te breien. En ze breit door. Bert is te jong om te beseffen wat er buiten geschiedt, maar de zes jarige Jopie is naast haar moeder bij een van de twee ramen gaan staan. Eppie staat in wanhoop alleen voor het andere raam, de armen opzij: hij lijkt wel gekruisigd. De drie kijken naar links wanneer de wagens met de gevangenen de Oosterbrug passeren en dan rechtsaf slaan, langs de Ortskommandantur zijn ze verdwenen, dan gaat Jannie aan tafel zitten. Ook Jopie. Kleine Bert gaat stilletjes door met zijn ontbijt. Dan verlaat Eppie het raam. Hij loopt de kamer uit. Was dat Dirk? vraagt Jannie. Eppie knikt. Hij loopt de trap af. Beneden gaat hij door de winkel naar de daarachter gelegen bakkerij. Een oude knecht, Willem, werkt daar. Eppie pakt zijn fiets en verlaat de bakkerij.

Voor het hoofdbureau van de SD komt Grundmans Mercedes voorrijden. De schildwachten springen in de houding. Een SS-er opent het portier voor Grundmann. Deze stapt uit. Dan krijgt inspecteur Bakker, die ook in de auto zit, een wenk om uit te stappen. Hij loopt de stoep op. Aussenstelle Leeuwarden der cherheitspolizei und des SD staat op een bord te lezen. Binnen, in de gang, moet Bakker wachten gezicht tegen de muur.

Grundmann loopt zijn werkkamer binnen. Natuurlijk hangt er een portret van Hitler. Een dikke opzichtige secretaresse, die aan de typetafel zit, stopt haastig haar manicure gereedschappen weg. Naar zijn bureau lopend, vraagt Grundmann: Immer an der arbeit, fräulein, vraagt Grundmann?. Haastig staat de secretaresse op. Ze laat Grundmann die is gaan zitten, een drukproef zien van het aanplakbiljet waarmee de fusielering van zes politieke gevangenen bekend gemaakt zal; worden. Fünfhundert plakkaten, beveelt Grundmann, en met een gebaar: ueberrall in der Provinz, sofort nach der Erschiessung. Hij staat op en hangt de drukproef achter zijn eigen stoel.

Aktenstück Bakker, gelast hij. Und er soll herein kommen. de secretaresse geeft hem een bundel papieren. Dan opent zij de deur. Bakker loopt langzaam naar binnen. Hij ziet het aanplakbiljet, maar hij beheerst zich. U kunt gaan zitten, zegt Grundman. Bakker gaat zitten. de secretaresse posteert zich achter haar schrijfmachine. Ja collega, zegt Grundmann, dat zijn nu de gevolgen van de zinloze avonturen van dat handjevol misdadigers met wie U heeft samengewerkt. Uw zogenaamde verzetshelden dwingen mij tot represailles ten zij U, hij kijkt op zijn horloge de klok in de kamer staat op 9 uur 20 binnen twintig minuten antwoord geeft op twee vragen: wie is Piet Kramer en waar houd hij zich schuil?. Inspecteur Bakker blijft onbewogen.

In de buurt van Leeuwarden ligt in een sloot een boot met een kleine kajuit die tegelijk de woning, de schuilplaats en hoofdkwartier van Piet Kramer is. De boot ligt grotendeels achter het riet verborgen. Van de wallenkant leid er een loopplank heen. Daar staan ook twee fietsen tegen een plank die tegen twee palen getimmerd is. Binnen in de kajuit, zitten Piet en Eppie te praten. Wat zij vreesden is gebeurd: er zijn represailles genomen. Eppie zit er verslagen bij. Piet praat met klem op hem in terwijl hij een sigaret rolt. Denk je niet dat ik liever met een gewoon leger mee vocht, Eppie? Dan maken de hoge omes uit wat je wel of niet doen mag. Wij moeten dat allemaal zelf uitmaken.

Eppie, somber: je hebt ze niet gezien, toen ze weg reden, Dirk en die vijf anderen. Piet buigt over de tafel, kijkt Eppie recht aan en zegt, waarom laat die Grundmann zes mensen vermoorden die niets te maken hebben met wat er gisteren gebeurd is?. Om er in de hele provincie de schrik in te jagen en om er voor te zorgen dat mensen als jij en ik eenvoudig niets meer durven te ondernemen! Hier Eppie krijgt een sigaret die klaar is. Eppie na een haal: ik heb het er ontzettend moeilijk mee. Alsof Piet het niet moeilijk heeft! Piet ik heb vannacht duizendmaal de zelfde vragen gesteld. We konden niet anders handelen. Bakker weet zowat alles van ons werk. We moesten proberen hem uit handen van de SD te krijgen? Eppie ja. Piet was er een beter plan dan op de weg? Eppie nee. Piet: En als we door hadden gevochten, was Bakker er dan aan gegaan?. Eppie ja. Piet zachter, ik wist een jaar geleden ook niet dat je in het verzet voor zulke verschrikkelijke moeilijke beslissingen komt te staan. Maar we doen alleen maar wat ons geweten ons voorschrijft, Eppie. Eppie ik heb ook aan Bakker gedacht, Piet peinzend ik ook. Ik weet niet of Grundmann wist hoe belangrijk Bakker voor ons was maar na gisteren zal hij het wel weten.

Op Grundmanns kamer is het verhoor voortgezet. Grundmann legt in het opengeslagen dossier een stuk terug waaruit hij kennelijk iets voorgelezen heeft. Hij zoekt een volgend stuk op. Wij gaan verder, zegt hij. Bakker reageert niet. Grundmann leest voor. De politieagent Van der Veen gearresteerd wegens medeplichtigheid aan de ontvluchting van twee leden van de KP van Piet kramer uit het politiebureau in Sneek, heeft bekent dat hij gehandeld heeft op instructie van inspecteur Bakker. Bakker blijft onbewogen. Grundmann slaat het dossier dicht. Hij staat op, loopt naar de schoorsteenmantel en gaat naast de klok staan. U ziet meneer Bakker, wij hadden die schietpartij van gisteren niet nodig om er achter te komen dat U nauwe betrekkingen met de heren van het verzet onderhoud. Er is nog veel meer in het dossier, maar dat komt later wel aan de orde. De klok staat op 9 uur 37. Grundmann U heeft nog drie minuten. Hij steekt een sigaret op en biedt Bakker er een aan sigaret? Bakker, dank U. Grundmann verstandig. We moesten eigenlijk allemaal het voorbeeld volgen van de Fürer. Bakker,ik rook anders graag.

Grundmann nog steeds superieur vriendelijk, ik heb begrip voor Uw loyaliteit tegen over Uw vrienden, meneer Bakker, zelfs bewondering. Maar U gaat te ver dat U daar zes mensenlevens aan opoffert. Wij hebben genoeg gegevens om Piet Kramer en zijn trawanten binnen enkele dagen in te rekenen. Bakker wat wilt U dan van mij?. Grundmann nu heftiger, in deze provincie ben ik verantwoordelijk voor rust en orde, meneer Bakker!. Na een schanddaad als die van gisteren zijn maar twee dingen mogelijk, de arrestatie van de daders of als dat niet kan represaille!, Stilte de klok staat op 9 uur 40. Grundmans telefoon rinkelt hij neemt hem op Grundmann hier. Hij antwoord niet onmiddellijk . Hij kijkt Bakker strak aan. Bakker ik weet niet wie Piet Kramer is zijn adres ken ik niet. Grundmann in de telefoon sprekend Erschiesen!.

Hoofdstuk: | 1 | 2 | 3 | 4 | 5(bron spanvis.nl)

Meer over dit hoofdstuk: Archief gevangenis, Bestemming, Gebroeders Hogerhuis, Dienstkleding, Macht van het lijden, Gevangene 1113, Dir.A.B.R.Jansen, Post uit Friesland, Sporttoernooi 1956, Archieven gevangenissen, Inventaris, IJje Wijkstra, Dir, H.S.Born, Ontsnapte boeven, Bestemming, Wolter van der Berg, Langs de Nederlandse strafgestichten, Hogerhuiszaak, Kneppelfreed, Geheim register, Huishoudelijk reglement, De overval 8 december 1944, Plichtsverzuim, Bijzondere strafgevangenis Leeuwarden, Verbouwing, Jaarverslag 1969/1970, 11000 jaar gevangenisstraf, Brief IJje Wijkstra Vrouwen, Johannes Muller