|
Misdaad en straf zijn twee begrippen die door de jaren heen onlosmakelijk met
elkaar zijn verbonden. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus (55-105) beschrijft
in zijn "cermam,Ca1' de straffen die in gebruik waren bij de Germaanse volkeren
die eertijds in stamverband ons land bewoonden: Overlopers naar de vijand en
verraders werden opgehangen aan een dorre, bladerloze boom, verachtelijke dieren,
honden en wolven, werden naast het slachtoffer gehangen om tot uitdrukking te
brengen dat ook hij verachtelijk was.
Schanddaden moesten verborgen blijven en daarom werden ontuchtelingen in een
moeras geworpen, over het dode lichaam gooide men takken en biezen. De opkomst
van de steden en heerlijkheden deed een bijzonder wreed strafstelsel ontstaan om
de mensen er van te weerhouden strafbare daden te doen, de lijf- en
levensstraffen deden hun intrede.
Eenheid in het strafstelsel bestond niet, bij gebrek aan landelijke wetboeken
strafte de rechter dan ook: "soe dat behoort in een land van goede justitie".
Een verdachte moest bekennen, desnoods op de pijnbank zodat het kwaad vergolden
kon worden. Ernstige misdaden werden gestraft met een van de doodstraffen:
Onthoofding - Ophanging - Radbraken - Levende Begraving -Worging - Verbranding -
Verdrinking -Verstikking in een ketel
Het ophangen aan de galg was min of meer de straf voor de gewone man,
aanzienelijken, hoge militairen en mensen van adel werden onthoofd.
Ongetwijfeld was onthoofding de mildste van alle doodstrafvormen als het
tenminste maar niet gebeurde door de scherprechter van Haarlem, Evert jansz.,
die zo onhandig met het beulszwaard stuntelde dat hij zijn slachtoffers
onnoemelijk veel leed berokkende.
De ergste doodstrafvorm waartoe iemand veroordeeld kon worden was radbraken: aan
handen en voeten op het radbraakkruis vastgebonden werd de veroordeelde
letterlijk door de beul kapotgeslagen. Veelal onthoofde de scherprechter het
slachtoffer nadien en zette het hoofd op een ijzeren pin op het radbraakkruis.
Vrouwen werden aan een paal gewurgd waarbij de wurging soms op bevel van de
rechters onderbroken werd, direct daarna moest de executie doorgaan. Verbranding
aan een staak gebeurde met heksen en ketters* waarbij heksen "tot asse" verbrand
werden omdat men het risico niet wilde lopen dat het dode lichaam van een heks
met hekserij door zou gaan.
De terechtstelling van ketters werd veelal beëindigd als de slachtoffers door
rookverstikking om het leven waren gekomen. Niet alleen heksen en ketters werden
eertijds vervolgd, ook een groot aantal homofielen zijn in vroeger jaren om "de
sonde van sodomie" om het leven gebracht. Werden de terechtstellingen van
homofielen aanvankelijk geheim gehouden, later gebeurden deze meer en meer in
het openbaar.
In het Groningse Niekerk werden op 21 september 1731 op een weiland van jonker
de Mepsche 21 mensen, beschuldigd van homofilie, gewurgd aan een paal. Van drie
veroordeelden werd door de Groningse beul Anthony Snyder eerst het gezicht
geblakerd omdat deze drie de zonde wel heel erg hadden bedreven. Eigenlijk had
de beul zijn afschuwelijke werk 22 maal moeten doen doch een der beschuldigden,
Sicco Arends, was reeds in de kerker overleden en zijn lichaam hing al enige
dagen aan de galg te Zuidhorn. Na de executie werden de lichamen verbrand op een
grote hoop turf, takkebossen en pek*. Ook het lichaam van Sicco Arends.
*Ketters= afvalligen van het Rooms-Katholieke geloof *Pek= bep. zwarte
harsachtige stof
Verdrinking was ook een straf die voornamelijk aan vrouwen toebedacht was. De
stadhouder Schenk van Toutenburg liet in 1 535 een aantal vrouwelijke
Wederdopers die het Oldeklooster in Hartwerd mee bezet hadden in de Leeuwarder
stadsgrachten verdrinken. Valsemunters werden tot de ketelstraf veroordeeld, in
een grote ketel met een gloeiend hete vloeistof werden ze gestikt.
Het Crimineel Wetboek voor het Koninkrijk Holland deed vele wrede
doodstrafvormen in 1809 verdwijnen, dit wetboek bepaalde dat de doodstraf
slechts op twee manieren ten uitvoer mocht worden gebracht: door middel van de
strop (ophanging voor mannen en verwurging voor vrouwen) of door onthoofding.
De latere, voor ons land van kracht zijnde Code Pénal schreef één executiewijze
voor en wel onthoofding door middel van de guillotine*.
*Guillotine of valbijl; onthoofdingwerktuig in de dagen van het schrikbewind
(1792), op voorstel van de geneesheer Guillotin ingevoerd.
Na de bevrijding der Fransen werd de galg weer in ere hersteld totdat in 1870 de
doodstraf werd afgeschaft.
Bron: M. Veld. werkstuk over
gevangeniswezen. Galgenvelden Galgenlappers
Lijfstraffen Geweld Protesten Vermogen Strafrecht Straffen
Terechtstelling
Geschiedenis
Levensstraffen |