Terechtstelling


Een goed verlopen executie

Een goed verlopen executie kreeg dus publieke goedkeuring. Op die wijze moet het gejuich rondom het schavot dan ook geïnterpreteerd worden wanneer het slagzwaard viel. De openbare terechtstellingen waren wrede taferelen die veel bekijks trokken. De lijfstraffen waren niet mals; het afsnijden van oren, brandmerken en geselen waren inderdaad gangbare straffen. 

Executies van de levensstraffen gebeurden in het openbaar op een daartoe bestaand of van te voren opgericht schavot voor het stadhuis of op het marktplein, in ieder geval op een plaats waar veel mensen de terechtstelling bij konden wonen en er lering uit trekken.

 

De man die in naam van de overheid belast was met de voltrekking van het vonnis was de "meester van den scherpen zwaarde "ofwel scherprechter", in de volksmond werd hij kortweg de beul genoemd. Een scherprechter werd door het stadsbestuur benoemd en ontving ook zijn salaris van de stad. Erg geliefd was een beul niet, soms moest hij beschermd worden tegen volkshaat en sommige steden kenden verordeningen om hem hiertegen te beschermen. De laatste scherprechter van ons land was een zekere Dirk Jansen, tevens laarzenmaker in Amsterdam. Dirk Jansen kwam uit een befaamde scherprechtersfamilie: zijn oom Gerardus Jansen was stadsscherprechter van Amsterdam en ook zijn broer was beul.

 

Toen zijn oom Gerardus in 1826 stierf solliciteerde Dirk naar de open post maar omdat hij pas 25 jaar oud was vond men hem kennelijk nog te jong om als zelfstandig scherprechter op te treden. Toch assisteerde hij al vanaf zijn 1 8e jaar bij executies! Jacobus Ras, scherprechter van Overijssel werd benoemd te Amsterdam. Toen deze Ras in 1837 stierf dong Dirk Janssen opnieuw naar deze baan en nu met succes. Bij Koninklijk Besluit werd in 1851 bepaald dat er in Nederland slechts twee scherprechters zouden zijn: één in Amsterdam en één in Arnhem. Toen de beul te Arnhem ontslagen werd in 1854 was Dirk Jansen Nederlands enige scherprechter. Veel doodstraffen heeft Jansen evenwel niet hoeven te voltrekken, het zullen er nog geen tien zijn geweest. De laatste executie die scherprechter Dirk Jansen moest verrichten was op 31 oktober 1860 toen hij Joannes Nathan in Maastricht op moest hangen. Joannes had zijn schoonmoeder, ene weduwe Driesen vermoord en was daarom ter dood veroordeeld.

 

Om half tien op die dag verliet Joannes Nathan het gevangenishuis van Maastricht, naast hem liep een geestelijke, voor hem Dirk Jansen en achter hem een beulsknecht. Gendarmes zorgden voor de bewaking. De terechtstelling was geen publieke vermakelijkheid zoals dat in de middeleeuwen het geval was: Nathan liep door doodstille straten, in de huizen waren de gordijnen gesloten, kinderen werden binnen gehouden. Ook voor het stadhuis waar het grote sombere schavot was opgesteld viel een beklemmende stilte toen de droeve stoet naderde. Naast het schavot was een vertrek ingericht waar de veroordeelde zijn laatste geestelijke bijstand ontving.

 

Toen het tien uur sloeg beklom Nathan, vergezeld van de geestelijke, het schavot op. De beulsknecht ontdeed Nathan van zijn schoenen waarna Dirk Jansen hem de strop om de hals legde en op het valluik liet plaatsnemen. Enkele ogenblikken later deed de scherprechter het luik kantelen en was de laatste openbare terechtstelling in ons land voorbij. Hoewel Jansen dit zelf nog niet wist hoefde hij nimmermeer het grote zwarte schavot te beklimmen, wel werd ook na 1860 verschillende malen de doodstraf uitgesproken, door de Koning werd echter steeds gratie verleend. Bron: M. Veld.