Fritsje zijn levensverhaal


Fritsje is vele malen genoemd als voorbeeld tijdens bijeenkomsten en rondleidingen. Een aantal gevangenen hebben hun levensverhaal opgeschreven en toevertrouwd aan hun begeleiders.  

Het schrift van Fritsje is gegeven aan de toen aanwezige Humanist J.Kroos.
Het schrift werd later overgedragen aan J.Deelstra. 


Fritsje zijn schrift gaat open en zijn verhaal is nog steeds actueel, maar dan alleen in een ander jasje. De gevangenissen zitten vol met dit soort levensverhalen. De namen in Fritsje zijn verhaal zijn gefingeerd. De teksten zijn precies overgenomen uit het schrift van Fritsje. 

Gedicht


Het gedicht werd opgedragen aan Fritsje door de gevangenis humanist Joop Kroos tijdens vertellingen en lezingen.

Janszen

Janszen heeft

zijn been gebroken

Janszen viel over

een steen.


Duizend vrienden

en verwanten

zitten om zijn

ziekbed heen 


Janszen heeft

zijn ziel gebroken

vindt de wereld hard

als steen.


Duizend “vrienden”

en verwanten 

laten Janszen nu…

--alleen. 

Fritsje

Fritsje heeft

zijn been gebroken

Fritsje viel over

een steen.


Duizend vrienden

en verwanten

zitten om zijn

ziekbed heen 


Fritsje heeft

zijn ziel gebroken

vindt de wereld hard

als steen.


Duizend “vrienden”

en verwanten 

laten Fritsje nu…

--alleen.



Frits…denkt in inkt


30-01-1973 Dinsdag Huis van Bewaring C106-20

Ik ben hier 16-1-’73 gekomen, na eerst een week op het Politiebureau te hebben gezeten. Het is 3 voor half 2. en ik heb net het eten weggegooid (niet te vreten) vieze kerrie soep en daarna aardappelen met iets van een plak worst en prei of zoiets. Overigens is het eten wel goed, maar niet op dinsdag (voor mij althans). Ik heb zo straks bezoek gehad van X en mevr. X, nou en daar zit je dan, niet wetend iets te zeggen en toch ben ik anders niet op m’n mondje gevallen. Het valt mij mee dat alles nogal vredig gaat hier. Het personeel is goed voor je op een paar na, die denken dat ze heel wat zijn, dat zijn van die kerels die gaan ervan uit dat ik naar hun pijpen moet dansen, nou ik val liever dood.

 

Wij hebben een brandkast gekraakt in vereniging, en nu zit ik in voorarrest omdat de grote vriend van mij genaamd X. mij als gevaarlijk voor de maatschappij en vluchtgevaarlijk acht, om je rot te lachen. Maar laat ik maar niet aan die kerel denken want dat is zonde van de inkt, om over hem te schrijven. Wat ik ga doen dat weet ik nog niet dat hangt ervan af wat voor straf ik krijg. Het liefst zou ik voorwaardelijk t.b.r. hebben, maar daar zullen ze zich een zorg overmaken wat je krijgt. Ik geloof dat ze je het liefst dood zien. Maar onkruid vergaat niet. Ik vind het niet erg om in de gevangenis te verblijven, maar op sommige opmerkingen is het voor mij moeilijk om me in te houden want op zo’n moment, dan heb ik het niet meer. Als ze b.v. zeggen zo van: dat maken wij wel uit of d’r wordt hier voor je gedacht, het is niet erg dat ze wat zeggen maar de manier waarop, dat was ook zo toen het a.s. adjunct-hoofd bij mij in de cel kwam, komt hij binnen en zegt ie wat een troep is het hier!

 

Nou het was inderdaad een troep maar het is dan net of ik een klap voor m’n kop krijg niet omdat hij dat zegt, alleen de manier waarop, maar kijk hij loopt niet direct weer weg. Hij moet wat inlichtingen hebben en wil wel weten wat voor vlees hij in de kuip heeft, en dan voel je direct hoe hij is. Door de manier waarop hij je observeert en z’n vragen stelt. Je weet waarschijnlijk dat iedereen die in de gevangenis zit een masker op heeft, ook ik, alleen als ik tegenover vreemden sta ben ik erg gereserveerd ook alweer om te zien hoe iemand is. Even tevoren heb ik geschreven dat ik bezoek heb gehad. Nou weet je dat dat erg moeilijk is?

 

Ik weet gewoon niet wat ik moet zeggen, ja je moet ten eerste al alleen zitten, aan de ene kant de visite en dan nog zo’n bewaker erbij, die het allemaal hetzelfde is, schijnbaar, maar toch aardig meeboomd met mijn visite, ik mag dan wel een half uur bezoek hebben, maar als ik bij ze zit dan zie ik ze niet eens en dan dwalen mijn gedachten over een heel stuk van m’n vroegere leven en ik kom altijd tot dezelfde conclusie en dat is: dat ik ben grootgebracht in Leeuwarden, als kleine jongen sliep ik al in een donkere schuilkelder van 4 meter lang, 1 meter breed en dan aflopend op een punt zonder licht of wat dan ook of ik sliep in de schuur waar muizen zaten midden tussen de rotzooi en het gereedschap. Ze hebben me verrot geslagen omdat ik als kleine jongen in m’n nest piste en elke morgen weer. Dat ouwe mens van mij had een matteklopper waar ze altijd mee sloeg, maar toen die kapot was kocht ze een orjange van plastic, nou of ik schreeuwen wilde.

 

Ik deed nooit mee gymnastiek en nooit ging ik mee zwemmen op school omdat ik stonk ja en niet gewoon meer, dat kwam omdat ik van dat ouwe mens een plastic broek aan moest hebben en houden, ja dan moet je maar niet in je nest pissen, maar hij bleef aan! M’n hele kont was spek open en de striemen op m’n rug, nou daar zat je dan in de klas, maar ik moest wel oppassen dat ik niet bewoog, want in die plastic broek zat wel strak elastiek wat gewoon wegrotte, het was altijd net of m’n hele lichaam in brand stond, ik walgde van mezelf en ik stonk nou ammoniak was er niks bij. We hadden thuis een ronde eettafel met 4 stoelen en 3 blauwe gestoffeerde en 1 houten klapstoel. Die was voor mij. Daar kon ik op gaan zitten en na een pak op m’n sodemieter te hebben gehad, en daar zat ik dan ik zei nooit wat, ja wat moest ik zeggen, ik nam het ze niet eens kwalijk want het zou wel zo horen. Dat ging s’morgens altijd hetzelfde.

 

Geef die viezerik een stuk brood en een kop thee, was het altijd tegen m’n zusters. Daar de school aan de overkant was kon ik 1 minuut voor half negen van m’n stoel af naar school en dat ging altijd hetzelfde: nou naar school! viezerik, vieze dweil, nou, en na schooltijd direct thuiskomen, ja wat ja? Ja ma. -O, wat haatte ik dat mens later. – Maar fritsie hoefde in z’n speelkwartier niet thuis te komen om een stukje koek, nee toen begreep ik er nog steeds weinig van, ja de schuld lach toch bij mij? Moest ik maar niet in m’n nest pissen, maar ik kon er verdomme niks aan doen, maar vertel ze dat eens. Vrienden had ik niet, alleen kon ik goed met m’n klompen overweg, en ik sloeg iedereen voor s’n kop met m’n klompen of ik beet ze in hun poten tot ik het bloed in m’n mond had. – Ja m’n vader zei altijd als ze je wat doen klauw je ze de ogen maar uit de kop en bijt hun strot maar door. – Nou en na schooltijd kwart voor 12 tot half twee kon ik weer op m’n houten stoel zitten, als ik b.v. naar de w.c. moest, moest ik dat vragen en dan zei ze houdt het maar in dan kun je vast oefenen voor vannacht, maar ik kwam niet van die stoel af.

 

Nooit kreeg ik iets extra’s, ja slaag, die anderen wel nou je moet niet vragen wat er door mij heen ging. Ik praatte nooit met iemand, nee wat was er te praten, alleen als me wat gevraagd werd mocht ik wat zeggen en voor de rest kon ik m’n kop houden. Dat gekke mens liet mij gewoon aan de buurvrouw zien terwijl alle kinderen van mijn school voorbij liepen en zich dood lachten, nou ik ben vernedert door iedereen en dat iedereen waren m’n ouders want aan die anderen had ik zo al een hekel, omdat ze allemaal groter waren dan mij, even groot als mijn ouders en dus waren ze net zo.

 

Ik ben zelfs met dat ouwe mens bij een kinderspecialist geweest, X heette die, en weet je wat die zei, hij zei dat ik een ploertendooier was, maar hij wist niet dat mijn oortjes dat hoorden, ze konden dan wel m’n mond gesnoerd hebben, m’n oren niet. Ik mag wel zeggen dat die kerel geluk heeft gehad omdat ik wraak zou nemen, hij dood en ik levenslang. Maar dat is 2 keer niet doorgegaan en het is voor hem te hopen dat ik het geen 3e keer in m’n hoofd haal. Vernedert tot en met in m’n korte leven ben ik een heel anders gaan denken, niemand vertrouwend of althans weinigen, ik laat me door niemand vernederen, niet op straat, niet in de gevangenis en óók niet door de officier van Justitie. Kijk ik heb voor vreemden een nadeel wat misschien mijn voordeel wel is omdat ik alles zeg, terwijl een ander het denkt.

 

Toen ik van huis afging omdat ik een dief was, ja want ik had een zakje Engelse drop gestolen, ik werd aan m’n haren, van de w.c., waar ik zat te snoepen, gesleurd, want m’n zuster was naar achteren gestuurd om te zien wat ik aan het doen was. Ik hoorde iemand, en ik het haakje op de deur, doe es open zegt ze, ik zeg, nee, meisjes mogen niet bij jongens op de w.c. en in één keer keer hoor ik “die deur open en vlug”, nou daar had je het ouwe mens, nou toen dat haakje van de deur was en ze zagen die zak snoep uit m’n pofbroek steken, was het gauw gebeurd.

 

Nou daar vloog ik door de keuken en de gang, de kamer in toen denk ik nou krijg ik nog meer op m’n donder temeer omdat m’n vader aan tafel zat te eten, maar naar een paar scheldwoorden werd ik niet geslagen, maar toen was ik een vuile dief en weet ik al wat niet meer. Natuurlijk sloegen ze me niet want dit was hun kans om van mij af te komen, en zo ging ik bij m’n moeder achter op de brommer naar het politiebureau. Toen dat na veel poespas gebeurt was duurde het niet zo lang meer of ik moest met m’n moeder en m’n zuster mee naar Groningen, daar was uitverkoop, daar hoorde ik ook bij schijnbaar want ze vertrokken zonder mij weer naar Leeuwarden en ik zat in m’n nieuwe huis dat heette AAborg, achter kleine raampjes zag ik allemaal gezichten van jongens, nou ik wist niet wat me overkwam!

 

1-2-1973 donderdag H.v.B. C106-20 

Zo, we hebben net even buiten gewandeld een half uur zoals gewoonlijk en dan hoor je het ene sterke verhaal na het andere, 10 gulden wordt 1000 en een tik wordt een dreun, want stel je voor dat je voor je soortgenoten onder moest doen!! Vanmorgen waren ze kwaad op mij omdat ik hem gesmeerd was bij de dokter en aangezien er een trap tegen de muur op stond tot aan de dakgoot toe dachten ze dat ik allang weg was, nou had ik daar wel zin in maar dan zou ik nog verder in de rotzooi komen en aangezien ik nog niet veroordeelt ben, heb ik daar nog geen behoefte aan.

 

Je kan hier best lachen af en toe als je alles een beetje op z’n beloop laat, ja want ik kan wel moeilijkheden veroorzaken maar daar heb ik niemand mee, alleen mezelf. Ik lees hier ontzettend veel van stripverhalen tot dikke oorlogsboeken, ja dat is wel hetgeen waar ik de tijd mee dood. Zo het is 5 voor half 4 en m’n advocaat is net weg, een hele jonge, sympathiek iemand, hij heeft mij enige richtlijnen gegeven wat ik dan wel of niet moet doen oftewel mijn wederzijdse hatelijke houding t/o tabak bij te schaven. He dat doet je echt even goed dat er iemand komt die het tenminste voor je opneemt, zij het geroephalve. Ik hoop maar dat deze poespas gauw achter de rug is, en we zullen dan wel zien hoe het allemaal verloopt.

 

Net heb ik een mooie brief gekregen van m’n vriend X, een hele leuke kerel, hij is kunstenaar en schilder. Vanavond hebben wij recreatie gehad, dat stelt niet veel voor, een paar kaartspelen, een paar damborden en een televisie. Nou daar zit je dan tussen een stel eigenwijze, uitgekookte, slimme geraffineerde en stomme kerels. Dit is niet hatelijk bedoelt, alleen wil ik aangeven wat voor lui hier zitten van Jan Lul tot broertje Elite. Het is 7 voor 10 en ik ga slapen.

 

2-2-1973 vrijdag

Het is misschien helemaal niet goed om te schrijven over jezelf en toch doe ik het omdat ik denk in inkt, ik schrijf iets op, leg het weg, en vind het later weer terug om dan te vergelijken met toen en nu want als ik niet schrijf dan moet ik alles in m’n gedachten houden, nou en een leven in gedachten houden is moeilijk. Weet je, ik heb in m’n leventje precies geleerd hoe het niet moet, en als ze een beetje redelijk tegenover mij zijn op de rechtbank zal ik ook echt wel trachten om een beetje in hun straatje te lopen, mocht het toch anders lopen dan moeten ze het maar op hun gemak bekijken wat ze met me doen, eerlijk gezegd interesseert het mij weinig.

 

Alleen zou ik het zielig vinden voor m’n meisje X, en fam. X. Maar ik garandeer je dat als zij hier door dit geval van mij afraakt en dat zie ik best wel gebeuren, dan heeft voor mij het leven afgedaan, dat had het trouwens al, tot dat ik haar ontmoette, verwacht nou geen liefdesverklaring van mij, want wat “houden van” betekent, dat weet bijna niemand. Ik ga er verder vanuit dat ik allang genoeg geleefd heb, d.w.z. genoeg op m’n flikker gehad, genoeg gestolen, genoeg gezopen en genoeg lol en verdriet gehad, alleen is de ergste straf voor mij dat ik leef, volgens naar jullie denken begint mijn leven pas, terwijl het voor mij heeft afgedaan, en dit schrijf ik niet omdat ik nou in de gevangenis zit want doet me weinig, hier te zijn.

 

Je komt hier echt tot jezelf en je kunt op je gemak over alles nadenken en het één tegen het ander opwegen, er zijn weinig mensen die mij kennen en er zijn nog minder die mij begrijpen, ook ik loop in een cirkeltje rond, net als iedereen, alleen is het cirkeltje, waar ik in zit en schijnbaar ook niet meer uitkom, niet gewild bij anderen, tenzij ik me overgeef aan de maatschappij en in diezelfde sleur meega, nou daar bedank ik voor omdat ik mezelf niet beschouw als een massaproduct en het ook nooit zal worden. Je kan wel van mij standpunt uitgaan en dat is dat ik een hele goeie vriend ben en een hele goeie vijand, dat wil zeggen dat ik mensen net zo gemakkelijk de dood in zou kunnen jagen en daartegenover anderen weer uit de rotzooi te halen, zien dat ze alles krijgen wat ze nog nooit gehad hadden.

 

Ik krijg net een fles mondspoeling van de verpleger, niet inslikken zegt hij nee, zegt de bewaker want dan ga je dood en ik zeg was dat maar waar, en hij kijkt mij aan zo van, meen je dat?, ik zeg tegen hem de enige straf in mijn leven is het feit dat ik leef. De gevangenis zegt mij weinig, het is dikwijls vaak rotter voor de mensen die er buiten zitten en zich zorgen over je maken en misschien allemaal goede plannen voor je maken en je van alle kanten helpen of althans willen helpen en als je er dan uit komt en je gaat de andere kant uit dan zij, dan is dat een enorme teleurstelling voor ze, en daarom ben ik van mening om met iedereen te kappen, niet om ze te kwellen maar ze een zorg minder te geven. Er zijn hier buiten mensen die van mij houden en ik weet dat het voor hun veel zwaarder is dan voor mij.

 

Weet je toen ik in die tehuizen zat ben ik werkelijk voor galg en rat opgegroeid, dat wil niet zeggen dat die mensen hun bedoeling slecht was, door ons op te vangen, welnee ze meenden het waarschijnlijk allemaal heel goed met ons, maar dat was niet wederzijds in de meeste gevallen. Toen ik in Groningen zat had ik zeer beperkte vrijheden, ik kwam daar toen ik een jaar of elf, twaalf was voor drie weken observatie noemden ze dat, nou ja die drie weken zijn een beetje uitgelopen en toen ik 18 was mocht ik kiezen tussen een tehuis voor werkende jongeren of naar m’n ouderlijk huis, heb ik het laatste gekozen en dat was m’n grootste fout die ik in m’n leven heb gemaakt, en zo moest ik na jaren weer in een bepaalt patroontje lopen en meedoen, maar dat was gewoon een sof, oftewel dat daar de sneeuwbal is gaan rollen, die dan ook met de dag groter werd, wat zeg ik met de dag; want nu had ik geen ruggensteun meer en je kan niks meer uithalen omdat je vrij was en ik heb vaak heimwee gehad naar die tehuizen waar je dat wel kon, want je zat immers toch al in een tehuis en als de politie je adres moest hebben lieten ze je direct weer lopen omdat ze ons soort als afdeling hopeloos beschouwden.

 

Kijk en wat ik mij weleens afvraag is als ik 400,000 gulden steel krijg ik misschien anderhalf jaar straf maar heb ik van die jaren die ik gezeten heb voor louwe noppes niet wat te goed? Nee daar moet je maar niet op bouwen omdat de gedupeerde altijd gedupeerd blijft zoals iemand die bestolen is of iemand de ze ogen hebben uitgestoken, maar je kan ook niet alles hebben. Misschien is het je al opgevallen dat ik niet iets bepaalds schrijf, wat ik doe is een soort van vergelijking maken met vroeger en nou en ik laat de rest van de tijd schieten, dan kom ik tot de conclusie dat ik het hier duizendmaal beter heb dan in m’n ouderlijke huis. Het klinkt waarschijnlijk ongeloofwaardig, maar hoe meer ik het bekijk hoe meer ik het met mezelf eens wordt. Aan de ene kant zeg ik dat ik eruit wil en wel zo gauw mogelijk en wil daarbij alles doen om eruit te komen, maar dan denk ik weer dat ik niet weet of ik dat wel wil!

 

Of ik dat wel zeker weet voor mezelf want wat wil ik als ik nou los kom op dit moment? Ik weet het niet maar als ik over een half jaar vrijkom? Dan ook niet, kijk en dit is nou het resultaat dat er voor je gedacht is, dat alles voor je gedaan werd en wordt. Nou zoals ik het schrijf kan ik niet vertellen, want als ik praat dan wil ik zoveel zeggen dat ik alles door elkaar haal. Ook ik heb wel idealen die wel haalbaar zijn als ik dat echt wil en wat ik wil is een paard met alles d’r op en d’r aan, een goeie getrainde hond en dan zwerven hier en daar, een beetje werken en steeds verder.

 

Ook zou ik graag een vast meisje net als X en dan gewoon samen leven zonder te trouwen en toch lief en leed delen, maar dit zie ik niet zo zitten op dit moment. Ik zal zodra ik veroordeelt ben en alle banden heb gekapt, elke kans om weg te komen aangrijpen en een flinke kerel die me vind, maar laten we eerst maar afwachten hoe alles loopt. Zo, ik heb net m’n eten op en heb net een briefje gekregen van m’n lieve achternichtje die een brommer ongeluk heeft gehad, en dus moet ik maar even terug schrijven, vind je ook niet? Ja!

 

3-2-1973 H.v.B.

Het is vandaag niet zo’n leuke dag als anders, dat komt door de muziek op de radio, want als er zulke muziek (trieste) voor is, heb ik het idee dat het rotweer is. Trouwens ik heb aangevraagd of wij op zaal mogen wonen, nou dat zullen ze even bekijken zegt het adjunct-hoofd en de brigadier. Het adjunct-hoofd zag er goed gekleed uit, hij kon wel op een receptie gaan. Ik vroeg of hij naar een feestje ging, nee zegt hij maar het is weekend en dan mag je toch wel goed gekleed gaan. Ik heb hem gezegd dat ik lang niet zo agressief meer ben en dat komt omdat ik schrijf, dat lucht lekker op, weet je het is 9 voor 2.

 

4-2-1973 Zondag

We zijn net naar de kerk geweest en de pater heeft z’n best weer gedaan, alhoewel ik er weinig van weet, het zingen, het bidden, dat gaat allemaal op zo’n vreemde toon. Ook het brood breken en zo, nou gaat m’n kameraad wel op communie dat brood aannemen, maar dat doe ik niet of liever gezegd dat kan ik niet doen omdat ik niet katholiek ben. Ik ben afgelopen nacht erg beroerd geweest, overgeven en zo en daarna heb ik gedroomd dat ik moest voorkomen, dat ging allemaal heel gemoedelijk en gewoon zoals altijd totdat de hamer gevallen was en ik veroordeelt ja, toen liep ik heel langzaam naar de officier (X) en begon heel langzaam tegen hem te praten en steeds luider en ik werd steeds kwaaier en toen pak ik de microfoon standaard en die sloeg ik boven op z’n kop en ik bleef maar slaan, en niemand deed iets.

 

Iedereen zat in de zaal, familie, kennissen, X, fam. X en iedereen bleef gewoon zitten en niemand zei of deed iets en toen werd ik nog veel kwader en toen! Schrok ik wakker. Maar dan kun je zien hoe diep mijn haat zit geworteld tegen die kerel. En zit ik in de kerk en dan zeggen ze “Heb uw naaste lief”, nou ik kan dat niet t.o. de officier. Ik zou hem het liefst heel langzaam uit elkaar snijden. Trouwens ik ben niet de enige die hem haat, iedereen hier,X niet, die is heel anders, die praat rustig en doet gewoon en daar hebben wij respect voor, maar niet voor die andere X. Ik zou mijn droom werkelijkheid kunnen maken, niet liever dan dat. Maar die kerel is zich wel degelijk bewust van zijn machtspositie, en zal dan ook niet aarzelen om je een opdonder te geven, ja in straf dan want met z’n handen durft die gast toch niks. Ik zie er wel moeilijkheden van komen, als ik voor moet.

 

Voordat ik niks meer schrijf, kan, zal ik een paar dingen opschrijven: Heer X; bent U niet die mij aansprak met “Heil Hitler”? Bent U niet die man, die denkt dat ik eerbare huismoeders of althans één aankruip? Bent U niet die man die door geloofsovertuiging jongens laat hangen? Deze man waar aan deze vragen zijn gesteld, die man haat ik uit de grond van m’n hart en velen met mij, velen houden hun mond omdat ze bang zijn zichzelf in hun vingers te snijden.

 

Maar laat ik je vertellen dat ik niet mijn mond dichthoudt voor een officier o, nee laat ik krijgen wat ik krijg en ik neem het zoals het komt, maar ik zal de rechtszaal opgelucht verlaten, misschien tussen de parket wachten, maar dan heb ik m’n zegje gedaan, en ik zou iedereen hier een groot plezier doen om hem op z’n stoel te timmeren maar daar denk ik nog niet aan op dit moment, maar mezelf kennende weet ik nog niet wat ik doe als ik voor ze sta want altijd als ik daar kom dan is er iets in mij wat mij aanzet tot haat en geweld, en daar geef ik mij dan aan over, en dan zeg en doe ik alles wat er in mij opkomt. Wat recht is moet recht blijfen maar dan wel op een Humane manier. En door de juiste mensen, ik kan niet begrijpen dat Vrouwe Justitia zulke waardeloze, eigengereide, bevooroordeelde rotkerels voor zich laat werken.

 

Onze grootte vriend wijlen Blokstra

Wij ontmoeten hem op de Nieuwburen in Leeuwarden, hij zal zo in de 70 zijn geweest, hij was in ieder geval gepensioneerd. Maar aangezien hij nogal krap zat wat geld betrof, hield hij er een handeltje op na van ouwe plastic emmertjes tot kachels en wat andere mensen weggooiden, daar stond hij mee op de markt, ouwe roetige messen, ouwe kleren, stukjes cocos mat, kortom wat hij daar aan de man bracht, was voor ons een klein stukje “Asland” maar deze man had iets wat velen missen en dat is een goed hart en een oprechte mening.

 

Altijd stond hij op de markt, slecht onderhouden en gekleed, hij zag er erbarmelijk uit en toch zat hier iets in die man. Als er iemand kwam die iets bekeek, b.v. een oud vrouwtje, weinig geld en zo weet je wel en hij zag dat dan zei hij altijd “och moeke as jou gien geld hewwe, dan krij jou het so wel met hoor!” en dat zei hij altijd, desondanks was hij toch handelaar. Ik had hem een knaak gegeven voor een pilsje want alhoewel hij al meer had gehad dan goed voor hem was, gaf ik het hem en de ouwe man was zo blij als een kind. Hij was niet meer naar het café gegaan en zo liep hij met ons mee, wij woonden een eindje verder in een smal straatje, binnengekomen bekeek hij alles es even, tot alle tevredenheid, zakte hij op een stoel neer, en wij gaven hem een pilsje en nog een paar en hij de grootste verhalen, ja hij kon altijd mooi vertellen.

 

Hij zei o.a. altijd over de maatschappij dat die verrot was en dat je moest maan huilen met de wolven in het bos of zeggen “aap wat heb je mooie jongen”. Ik zal aannemen dat je weet wat dat wil zeggen. Hij vond deze wereld niks en hij verafschuwde geweld, maar hij was ervan overtuigd dat hij gauw in de hemel zou, bij de God waar iedereen hetzelfde is, en als hij daarover sprak dan was het of hij deze wereld in wezen al had verlaten. Hij had ook een schip waar hij zo wijs mee was dat hij altijd de foto liet zien waar hij op z’n schip stond. Alhoewel het schip verrot was kon hij het toch niet missen, hij ging altijd vissen, fuikjes zetten en zo.

 

Verder woonde hij in een tamelijk ruim huis alleen met z’n hond Frits en sliep altijd met een pistool onder z’n kussen en dan zei hij altijd, ja deze man laat zich niet voor een paar centen de kop in slaan want ik schiet ze meteen dood. Hij was graag aan het woord en als je wat nodig had dan zei je het maar. Hij is overleden aan longontsteking in het Bonifatius Hospitaal. Hij was nog niet koud dood of de aasgieren hadden reeds beslag gelegd op de man’s bezittingen, hij had een dochter, die alles heeft weg laten halen door iemand die zich zijn compagnon noemde. Ik heb veel van deze oude man geleerd, en hoop dat hij in de hemel, waar hij altijd van droomde, is gekomen.

 

“Blokstra rust zacht” F.D en F.W

Weet je zulke mensen als deze Blokstra zijn zeldzaam, niet omdat hij nou dood is, maar gewoon het feit dat hij je nam zoals je was, zelfs mijn vrienden hadden respect voor hem. Ik hielp hem altijd met opladen van z’n handel als het rotweer was, en z’n z.g. compagnon er vandoor was gegaan. Dat was m’n tweede vriend die dood was gegaan, de eerste was mijn voormalige baas in Amersfoort, daar werkte ik in een bloemenwinkel, “Bloemsierkunst X” genoemd naar eigen naam, dit was een hele sjieke zaak, en het liep prima. Mijn baas moest naar het ziekenhuis, dat moest hij allang maar dat bleef er altijd maar bij, maar toen ging het toch door, voor hij ging had hij mij gevraagd of ik een stopcontact wilde aanleggen bij zijn wastafel opdat hij zich eindelijk gewoon kon scheren.

 

Nooit heeft hij er gebruik van mogen maken, twee dagen voor hij stierf had ik nog een heleboel fruit en etenswaren gebracht. En zo raakte ik weer een vriend kwijt. Op de bezoekdag in de aula zaten wij met z’n allen bij elkaar, alleen de baas ontbrak nog, maar die lag in de kist in dezelfde zaal, dat je zulks niet wil weten lijkt mij logisch, en toen iedereen bij de kist langsliep kwam ik als laatste en als gehypnotiseerd bleef ik naar hem staren, en kon gewoon niet meer verder lopen, als stond ik daar te wachten tot m’n baas z’n ogen zou openen, maar ik wist maar al te goed wat die paars blauwe kleur op zijn gelaat wilde zeggen – dood –

 

Vreemd he, dat ik dit over m’n vrienden schrijf, als men dit zou lezen dan zal het commentaar gewoon in de volksmond worden gegeven als, over een dode niks dan goeds, maar zo is het bij mij niet, denk ik of krijg ik de indruk dat iemand mij niet ligt of accepteert zoals ik ben, en denk ik bij mezelf flikker maar in elkaar, dan zal ik dat niet terug nemen als hij of zij diezelfde dag nog zouden sterven. Het is 7 voor half zeven, dit vind ik één van de mooiste tijden, zo van 6 voor 6 of 2 voor 2. Afgelopen middag hebben wij recreatie gehad, die jongens hebben onderling een dam en klaverjas wedstrijd gehouden. Ach, je moet toch een beetje improviseren om het elkaar een beetje leefbaar en gezellig te maken zolang je d’r in zit.

 

Verder heb ik nog even met Dhr. X (Dir.) gesproken en heb hem gevraagd hoe hij er bij is gekomen om in dit werk te gaan, nou zegt hij ik zou eerst bij de politie gaan maar daar ben ik afgekeurd op mijn ogen, nou en toen had hij er wel belang bij om in het sociale werk te gaan tot het moment dat men hem goedkeurde voor directielid, hij zal wel grinniken als hij dit over zichzelf leest, want ik heb hem aangeboden dit schrift te laten lezen, om zich een beetje idee van mij en mijn leven te geven. Ook over dat voorkomen, het is niet dat ik wil wat ik zeg, “zoals van” ik grijp de officier” in de raadzaal” nee het is alleen maar de situatie dat heb ik ook tegen Dir. X gezegd, het begint met de weg daarheen (rechtszaal) wel dan klopt mijn hart al sneller dan een poosje naar het abattoir beneden (cel zonder vleeshaken), waar die witte tegeltjes op je afvliegen en dan aan het kettinkje naar de rechtszaal. Nou en daar plof ik dan, en is m’n hart net een wekker die afloopt.

 

5-2-1973

Zo ik heb eerst weer eens een paar briefen geschreven, want ik vind het leuk om post te krijgen en weer terug te schrijven, ik schrijf zelfs mensen die ik een jaar of langer niet gezien heb. Soms dan zit ik te schrijven zonder dat ik weet wat ik ga schrijven gek he? M’n pen was leeg, maar ik heb alweer een ander geleend, die moet ik inleveren als ik klaar ben, nou dat kan nog wel even duren. Weet je ik zou nou best zin hebben in een pilsje, maar dat hebben ze hier niet. Ik geloof dat ik vandaag niet zoveel inspiratie heb om te schrijven, alhoewel ik je wel een verhaaltje kan schrijven b.v. over een baco, ja als ik het woord baco hoor dan dwalen mijn gedachten even terug naar een tehuis waar ik gezeten heb. Dat tehuis was in Amersfoort “Ortthuis” van de maatschappij Zandbergen.

 

Wij hadden twee groepen in dat tehuis, de vossen, dat waren de jongsten en dan waren er nog de pioniers, die waren ouder. Toen ik daar kwam, had ik in Hilversum gezeten, maar daar was ik op staande voet weggehaald omdat ik een leidster had afgetuigd met een stuk bezemsteel, maar daar over later. Aangekomen in het ‘Ortthuis’, werd ik bij de “vossen” ingedeeld, nou daar was ik natuurlijk op tegen, eerlijk gezegd was ik overal op tegen, kom ik daar en het was net etenstijd, maar ik dacht er niet over om te eten, moet je niet eten D? vroeg een groepsleider (X) nee, ik hoef jullie vreten niet, nou dat was mijn visitekaartje al en toen ze me het toetje inscheppen mij ook gaven en ik er niet eens naar taalde werd X kwaad en zei dat ik het op moest eten, maar ik denk verrek maar, toen hij op stond en naar mij toe kwam heb ik hem het bord pap recht voor z’n kop gegooid en toen smeerde ik hem weer naar Hilversum, nou en daar weer aangekomen belden ze de hoogste directeur en die stuurde de onderdirecteur om mij weer op te halen, toen hij kwam weigerde ik vierkant om mee te gaan, tot na veel poespas en moeilijkheden zei ik, ik ga wel mee maar dan moet m’n fiets ook mee, en zo kwam het dat mijn ouwe brikkie achter in z’n mooie Mercedes mocht, alhoewel hij goed de smoor in had en ik ook, stapten we samen in de wagen waar we weer ruzie kregen omdat ik niet de veiligheidsgordel om wilde nou en ik kreeg weer m’n zin natuurlijk en zo was ik weer in Amersfoort.

 

Onderling hadden we daar altijd ruzie en natuurlijk werd ik weer het lievelingetje van het hoofd van het huis zoals gewoonlijk. Toen vond ik dat niet meer dan normaal, dat ik meer kon en mocht dan de anderen, ook toen drong ik mij altijd op de voorgrond. Het leek in die tijd wel of dat iedereen mij graag mocht, maar dat was niet zo, ik sloeg iemand voor een knaak voor z’n kop ja want ik kreeg maar 1,35 zakgeld in de week. Dus was een knaak een heleboel. In die tijd was ik ook al een goed werktuig ja want dat ben ik nu nog, alleen word ik nu door anderen gebruikt.

 

Ik geloof wel dat ik een rotzak was in die tijd, alhoewel ik helemaal geen kwaaie jongen was, nou denk je misschien dat ik mezelf tegen spreek, maar dat is niet zo, het is, of ik mag je of ik mag je niet, nou en zo is het altijd geweest en zo zal het ook wel altijd blijven. Toen ik eenmaal bij de “pioniers” kwam toen werd het wat moeilijker voor mij omdat de meeste groter en ouder waren dan mij, niet dat ik bang voor ze was want als ze mij iets zouden doen dan ging ik gewoon even naar het hoofd van het huis, maar ik had me daar bijzonder vlug ingeburgerd en alhoewel ze groter en ouder waren dan mij, namen ze me toch heel goed op en zo ging het dat ik een beetje mee deed met stelen, ik stal alles wat los en vast zat en zo kreeg ik vrienden, wel niet direct van het beste soort, maar daar heb ik me nooit druk over gemaakt, soort zoekt soort of niet. Nou we hebben daar wat afgejat, ik stal een hele stapel leren portefeuilles en deelde die buiten uit.

 

En zo werd onze vriendenkring steeds groter. Niet omdat ik ze allemaal zo aardig vond, maar ik kocht ze gewoon en dat vond ik leuk omdat op het laatst niemand meer tegen mij was en dat buitte ik uit om hun te bestelen, ik gaf ze een kwarts en ik stal een gulden terug. Zitten we een keer aan tafel, zoals gewoonlijk zat Douma met z’n jas aan aan tafel, maar daar werd al niet eens meer wat van gezegd. Toen we het eten op hadden kregen wij allemaal een “Banaan”, maar ik stal één meer en stopte die in m’n jaszak, maar X (leider) had ze geteld en dat wist ik niet, hij gaat aan tafel zitten en vraagt wie van jullie heeft die banaan, “niemand antwoord,

 

hij kijkt es naar de jongens en ik zit natuurlijk weer te lachen zoals gewoonlijk en hij vraagt mij, ik zeg nee kerel, ik heb hem niet en je kon aan mij wel merken dat ik loog, en dus komt hij naar mij toe en zegt geef nou maar, en ik weer ach kerel flikker op ik heb hem niet, toen werd hij vuurrood en ik lachte hem uit, toen pakt hij me bij de jas, wel ik sprong overeind en wil er vandoor, maar hij was me even voor, en zo vlogen we samen de gang op en daar gingen we op de vuist, ik natuurlijk schelden en schreeuwen als een idioot en ja daar kwam het hoofd van het huis (X) en die houdt die vent van mij af, ik smeer hem meteen de trappen op naar m’n kamer, daar aangekomen zie ik in de spiegel en zie bloed op m’n gezicht, ja maar toen werd ik driftig, ren naar m’n gereedschapskist, pak m’n baco en vlieg met een gang naar beneden, en bij de laatste trap sprong ik, en sloeg in een klap de baco boven op z’n kop.

 

Toen was ik de pisang door een gestolen banaan die inmiddels al aan smots was. En ik moest voor straf naar een kamp toe “Overberg” heet dat, nou X bracht mij er zelf naar toe, en hup daar vloog ik de cel in, 14 dagen zwaar. Maar wie komt er de volgende dag? Ja hoor, van Neuren met vreterij, sigaretten en schrijfpapier. Elke dag weer. Later toen ik daar weg was heb ik de Boer een sleutelhanger gegeven als aandenken, een mini-baco-.

 

Zo nou zal ik dhr. D eens even een paar vraagjes stellen:

F – D waarom leef je zo als je je nu doet? -

D – Nou dat kan ik moeilijk zeggen maar ik zal het proberen, maar ik kan uit jou vraag niet veel wijs worden, ik bedoel, vind je dat ik slecht of goed ben? –

F – Nee, ik vind niks, wat ik wil weten is hoe je ertoe bent gekomen om weer buiten je boekje bent gegaan terwijl alles zo goed ging! -

D – Ja, voor de buitenkant leek alles rozengeur en maneschijn, maar vergeet het maar. Het is gewoon moeilijk voor mij om de jongens iets te weigeren, en aangezien ik zelf zonder werk zat en ook wel wat geld kon gebruiken ben ik meegegaan. –

F – Dus als ik het zo begrijp kwam het idee niet van jou af? –

D – Nee, het idee kwam niet van mij af. Maar dat maakt niks uit ik heb meegedaan en dus net zo strafbaar als die anderen. –

F – Welke anderen bedoel je? – 

D – Dat doet er niet toe wie die anderen zijn, het waren in ieder geval goeie kennissen van mij. – 

F – Jullie hebben een brandkast gekraakt, is het niet? –

D – Nou en wat zou dat, wat wij hebben gedaan is geen hals misdrijf ok. we hebben gestolen, maar wij slaan geen ouwe mensen de kop in voor een paar dubbeltjes. – 

F – Wil je daar mee zeggen dat je het weer zou doen of denk je er nu anders over? – 

D – Nee, daar wil ik niks mee zeggen en wat ik hierna doe dat hangt er helemaal vanaf wat voor straf ik krijg! En ik denk nergens verder over na. - 

F – Heb je ook verkering of een vriendin? –

D – Wat heeft dat ermee te maken, en wat kan jou het schelen of ik een meisje heb. –

F – Dat kan mij wel zeker wat schelen, ik bedoel als hierbuiten iemand is die van jou houdt, vind je het daar dan niet rot voor? –

D- Ach vent, ja ok. Ik heb een vriendin en daar vind ik het rot voor en ik denk er hard over na om met iedereen te kappen die mij lief is. – 

F – Waarom zou je dat doen, ben je gek? – 

D – Nee, ik ben om de donder niet gek, maar ik denk tenminste nog aan anderen, want wat heeft een meisje aan mij als ik hier zit? En dan die andere mensen die mij van alle kanten willen helpen, nee, ik kan volgens mij niet die mensen aan een lijntje houden. – 

F – Je hoeft niemand aan een lijntje te houden, laat ze jou maar aan het lijntje houden, jou meisje bij voorbaat, want ik geloof wel dat ze een grootte invloed op jou heeft of zie ik dat verkeert? – 

D – Wat jij ziet kan me geen zier schelen en waar maak je je eigen druk over? Je zit al net zo te kletsen dan al die vervelende psychologen en psychdinges en meer. – 

F – Ben je altijd zo opsternaat? – 

D – Jonge, luister es even, dat je me vragen wil stellen ok. en je krijgt ook duidelijke antwoorden maar zit niet zo slap te swetsen. – 

F – Ik geloof niet dat ik zit te zwetsen, maar eerder heb ik de indruk dat jij een beetje lichtelijk geïriteerd bent. Is het niet? –

D – Eerlijk gezegd ja, omdat als je dit allemaal zo vraagt op de man af dan is m’n eerste reactie “waar bemoei je je mee, omdat ik mij gewoon niet bloot wil geven, dat wil niemand hier, en als je over mijn meisje begint dan raak je een kwetsbare plek, dus daar moet je afblijven”. – 

F – Nou dat valt me toch ergens van je tegen, ik dacht dat wij elkaar al langer kenden dan vandaag, en ik ben open tegen jou, maar als dat niet wederzijds is kan ik beter ophouden en zal ik maar beter niks meer vragen. – 

D – Jonge, vat het nou even niet verkeerd op want die fout maken ze wel eens meer en dan krijg je een scheve verhouding weet je, stel jezelf eens in mijn plaats, dan denk je net zo. –

F – Goed laten we of althans ik een beetje op m’n vragen letten. – 

D – Dat hoef je niet te doen, je moet alleen maar op je toon letten want je kunt iemand voor hufter uitmaken en iemand voor hufter uitmaken, het is alleen maar de manier waarop. – 

F – Mooi, en wat vind jij van de toekomst? Ik bedoel voorzicht te willen weten wat voor plannen jij hebt. – 

D – Mijn plannen? Weet ik veel, alles wat ik wil is, als je dat tenminste onder plannen kunt rekenen, gewoon goed op dit moment maar als ik een goeie duw krijg dan pas ik, en als ik pas dan bedoel ik dat ik met alles en iedereen kap. Niet omdat ik van ze af wil, maar ik wil niet hebben dat er iemand zich ook maar de geringste zorg over mij maakt. Het is wel een beetje moeilijk voor mij om jou dit alles te vertellen, maar toch kan ik beter met jou praten dan met anderen die denken dat ze heel wat zijn, als ik met jou praat krijg ik tenminste niet een klap voor m’n kop omdat alles wat ik zeg, weer tegen mij wordt gebruikt of omgedraaid, ach laat ook maar. – 

F – Nou het is nu etenstijd en we praten nog wel eens, eet smakelijk en tot kijk ok.? – 

D – Ja, bedankt en tot kijk. –

 

6-2-1973

Ik heb net bezoek gehad van mevr. X en X. Weet je, ik heb geprobeerd om een beetje uit te leggen hoe ik tegenover alles sta, maar dat kan ik gewoon niet goed over brengen, het is dat ze me niet begrijpen of niet willen begrijpen of het is dat ik geen duidelijke dingen naar voren kan brengen. Ik kan wel uit elkaar ploffen als ik voel dat mijn woorden geen grond voelen, mijn woorden gaan hun voorbij, want zoals ik spreek is het niet en ik word dan ook meteen overgetroeft.

 

Het leven is net een spelletje kaart of ben je nog zo’n goed of slecht mens, als je geen goeie kaarten hebt ben je verloren. En ze willen graag dat ik ga studeren, dat wil ik zelf ook wel maar daar zitten mij teveel nadelen aan verbonden zoals het er nu voor staat. 1e wie zal dat betalen? 2e stel dat iemand voor mij betaald, dan heb ik weer verplichtingen tegenover anderen. 3e neem es aan dat ik, hier begin te studeren, terwijl ik nog niet veroordeeld ben, dan kunnen de heren zeggen ach studeert Douma? Mooi zo, dan zullen wij hem daarbij helpen in de cel, heeft hij meer tijd dan erbuiten en krijg ik een mooie duw of niet? 4e Als ik een goeie duw krijg dan is het afgelopen met alles, dan pas ik!! voorgoed.

 

Ik geloof ook wel waarom mevr. X mij niet begrijpt gewoon omdat dat we ergens hetzelfde zijn, zij wil mij helpen op haar manier en ik hielp die jongens op mijn manier, zij wil het beste voor mij en ik wilde het beste voor de jongens. Maar ik ben een sufferd geweest door te zeggen dat wij uit elkaar zijn gegaan. We zullen eerst maar eens afwachten hoe alles loopt en dan ga ik goed of slecht. Maar wat voor verschil zit er tussen goed en slecht? Loop je in het straatje van wat ze noemen hoge heren je hele leven ja en amen zeggen en daarbij elke dag naar je baas ’s avond’s lekker vroeg naar bed en zo tot je 65e en dan langzaam wachten tot je dood bent, nou daar bedank ik voor.

 

Ik ben een vrijbuiter en ik wens dat te blijven, lekker ongebonden leven. Maar zij kunnen zich niet indenken hoe ik leef, hoe ik denk en daar zijn ze ook nog blij om, weet je hoe dat komt? omdat ze in een speciaal patroon zijn gekneed en daar niet meer uitkomen, alles wat eromheen zit deugt niet. Mijn vriend word veroordeelt dat hij mij hierin gesleept heeft door mijn kennissen. Ik word veroordeelt door zijn vader dat ik hem er altijd bijsleep, nee zo is het niet, wij hebben het samen gedaan zoals zoveel dat wij samen gedaan hebben en dus zijn we samen schuldig, en niet hij en niet ik – samen!- En dat mijn vriend meer zaakjes heeft gedaan waar ik niet bij ben geweest, is alleen maar geweest dat ik niet in de stad was omdat ik nogal graag zwerf.

 

Kijk terwijl hij hier wat uitvreet, steel ik twee auto’s in Holland, is wat hij uitvreet mijn schuld, en wat ik uitvreet zijn schuld, nee, nee en nog eens nee! Hij wil ook echt wel goed, hij heeft een doel nodig en steun en ik idem dito. Hij heeft een meisje, ik heb een meisje en wij hebben een stempel op ons kop. Vroeger was het dag Frits, nu zeggen ze och, daar heb je hem ook weer. Nou zoals het er nu voor staat kan de hele wereld in mekaar donderen, misschien denk ik daar straks weer heel anders over, dan kan best want ik ben nogal wispelturig, zo wil ik dit en zo wil ik dat. En zal ik je nog es wat vertellen: zolang ik mij kan herinneren heb ik nog nooit hoeven denken of iets beslissen.

 

Vroeger bij mij thuis had ik niks te zeggen, alles werd voor mij gedaan, er werd voor mij gesproken, er werd voor mij gedacht en zij maakten uit wat er met mij gebeurde. In de tehuizen was het net zo, als ik maar meeliep in het rijtje zorgden zij wel voor de rest. En de gevangenis net zo, je hebt niks te zeggen, je hebt niks uit te maken, niks te regelen, dat doen wij wel voor je zeggen ze dan. Maar dat geeft niet, ze hebben succes gehad en ik ben het resultaat, is het niet geweldig, het is dat ik zelf nog moet eten anders deden ze dat ook nog voor mij, nou voor mij hoeft het allemaal niet meer, ik hoop alleen nog gauw te sterven en liever vandaag dan morgen.

 

In ieder geval ben ik toch blij dat mijn soort nog wordt opgewaardeerd door deskundigen omdat wij nachtdravers zijn en niet onbehouwen wilden die overdag hun meestal brutale en gevaarlijke slag slaan b.v. bankroof, overval op mensen en meestal gewapend zijn en zo meer risico nemen dan wij en dus niet alleen gevaarlijk voor zichzelf maar ook voor anderen en ik denk hier speciaal bij aan kinderen.

 

Sinds ik bezoek heb gehad tril ik als een ouwe kerel, gek hé, maar dat komt omdat ik het niet leuk vind als ze komen want dat is een soort kwelling voor mij omdat ze bij mij zijn en toch noch apart zitten, dat is hetzelfde gevoel als eenzaamheid, terwijl je tussen honderden mensen zit. Ik hoop maar dat ze volgende week de kinderen van X meenemen, nou maar die houden ze niet bij mij weg o, nee kinderen geven vaak meer troost en hoop dan wat of wie maar op de wereld.

 

7-2-1973 Woensdag

Ik heb slecht geslapen en ik heb barstende koppijn maar dat zal ook wel weer overgaan. Stel je voor dat dit een dagboek voor moest stellen dan had je elke dag niet meer dan een halve bladzijde nodig, en het zou trouwens ook gaan vervelen en dan is er geen lol aan. Post heb ik nog niet gehad deze week, maar misschien krijg ik vanavond die wel. Het is elke dag hetzelfde, opstaan, wassen, bed opmaken, eten, lezen, schrijven en slapen. Dus kan ik je beter weer een verhaaltje vertellen, of straks maar als ik koffie heb gehad dan ben ik helderder. 9 uur, radionieuwsdienst, het is allemaal moord en doodslag, bankovervallen, ontvoeringen en wij zitten in de bak voor een stomme brandkast, snap je dat nou? Is denken goed voor een mens of niet?

 

Nee, ik geloof het niet hoe meer je denkt hoe meer pijn in je kop krijgt, dan is het net af en toe of je kop word opgeblazen en maar niet ploffen, wil zo’n spanningsgevoel is dat, ach laat ook maar want hoe kun je een gevoel op papier zetten. O ja, ik zou je een verhaaltje vertellen he? Nou dat zou ik al na de koffie vanmorgen maar het is nu inmiddels al kwart voor drie.

 

Dit verhaal gaat over iemand, een zekere X, X X, die kwam solliciteren of nee werken in Hilversum bij ons Huis “Zandhof” toevallig zat ik boven op de hoogste verdieping, waar onze slaapzaal was, wel zit ik daar rustig in de vensterbank, komt er een vent om het huis lopen, die ik nog nooit gezien had, en ik denk wat moet die gozer hier, en voor ik verder dacht gooide ik m’n bed op de grond, alles onderste boven en trapte de beugels van de spiraal af en liet het spiraal buiten het raam hangen totdat hij ver genoeg genaderd was en liet hem los toen hij er onder liep, nou en ik een sprint naar beneden alle trappen af, zaal door en daar stond ik oog in oog met hem, ik zeg dat was mis hé, en ik had de grootste lol.

 

Zo zegt ie deed jij dat? Ik zeg ja en ik lachte nog steeds tot het moment dat hij me bij diezelfde trappen, waar ik net afgekomen was, weer op sloeg en niet gewoon, wat was die man kwaad, kun je je niet voorstellen en juist die man werd later een van m’n beste vrienden, gek hé? Ik ben later nog vaak bij hem thuis geweest in Utrecht, kun je zien hoe een schat ik vroeger was. Verder heeft m’n kameraad F.W. het hier erg moeilijk en de dagen gaan voor hem er langzaam voorbij. Nou eerlijk gezegd kan ik er vrij goed tegen omdat ik gewoon ga slapen of schrijven en dan heb ik nog het gemak dat ik me dingen voor ogen kan halen die er helemaal niet zijn.

 

8-2-1973 Donderdag Zelfde golflengte

Gisteravond kreeg ik een lange brief van X, daar stond in dat ze ruzie had gehad, nou dat vond ik helemaal niet zo leuk, temeer omdat het een goeie kennis van mij was, n.l. men. O. Als het een of andere vreemde was geweest had ik hem wel op z’n smoel kunnen laten slaan maar dat kan ik moeilijk doen laten temeer omdat hij mij altijd heeft geholpen moreel, financieel, enz.

 

Ik heb net een brief geschreven aan m’n ex-voogd vriend, over hoe de zaken er voorstaan met mij. Dat is een verhaal op zich, maar dat kan ik zelfs hier niet in schrijven, maar als het zou en is dan zal iedereen het weten. Ach, laat ook maar. Het is alleen maar omdat ik bang ben, niet voor anderen, maar voor mezelf, ja ik weet dat het stom klinkt maar ik en mezelf zijn twee hele verschillende jongens. Ik heb een hele poos nagedacht en ik ben overal flauw van, ik ben nou 21 jaar en in april wordt ik tweeëntwintig. 22 jaar rotzooi en ellende, o.k. ik ben zelf ook niet vrij te pleiten omdat ik veel uitgehaald heb, dus zie mij maar niet voor zielig aan want dat ben ik om de donder niet. Het is alleen dat ik De boot heb gemist, dat is alles, in het begin heb ik al geschreven dat ze me beter op de kachel hadden kunnen spuiten, dan had het inderdaad met een sisser afgelopen.

 

Maar waar ik nou terecht kom, God mag het weten, maar ik weet het niet. Je denkt misschien dat ik aan het doorslaan ben, nou vergeet dat maar, al begint het er aardig op te lijken. Maar als het waar is wat ze zeggen dat gebeden uitkomen, nou dan kan ik deze gevangenis tussen 6 planken verlaten en liever vandaag dan morgen want ik ben de hele wereld zat. Ik die niet het recht heb om eigen rechter te zijn veroordeel de wereld. Aan de andere kant van deze wereld vermoorden ze duizenden mensen, sterven duizenden van de honger en aan deze kant spelen ze maar mooi weer zonder dat die hufters beseffen dat het morgen hier kan zijn, ja wij worden geacht Hollanders te zijn maar wij zijn gewoon sprekende Amerikanen.

 

Amerikanen die eerst een land (Vietnam) in stront gooien voor miljoenen en nog eens miljoenen verspillen, en nou het z.g. afgelopen is komen ze hier en overal geld vragen om het weer op te bouwen. Dan kunnen ze het weer in elkaar donderen. Wij die tussen twee wereldmachten inzitten blijven maar tegen hun opkijken, die het meeste geld en goed bezitten en iedereen wil steeds meer, krijgt meer, neemt meer, maar er zijn maar weinigen die het krijgen omdat ze het echt nodig hebben, en zo word de rijke steeds rijker en de armen steeds armer, nou dan ga je goed. Ik ben geen Kapitalist, geen Communist en geen Socialist, wat ik wel ben is mezelf, geld en goed interesseert me niet, alhoewel als je geld bezit in deze rotmaatschappij dan heb je de sleutel voor alle deuren.

 

Maar ik wil arm zijn met de armen omdat de rijken een grote klap krijgen als deze machtige welvaart in elkaar dondert. Nou zul je zeggen, laat hem kletsen, hij heeft toch niks anders te doen in de gevangenis, dat zie je dan wel verkeerd omdat ik hier mezelf kan zijn en alles rustig kan overdenken en het zou voor velen erg goed zijn als ze eens een paar weekjes hier kwamen logeren, dan gingen ze alles anders zien omdat ze hierbuiten in een carrousel ronddraaien die zo akelig hard gaat dat ze niks meer zien en daarbij zou ik niet graag diegene die niks willen zien de kost geven omdat die een plaat voor hun kop hebben en ook wel zullen houden.

 

Wel het heeft ook geen zin om hierover verder te praten, en ik ben ergens blij dat ik mij tot het uitschot van deze maatschappij mag rekenen omdat ik er niet van houdt om iemand stroop om z’n smoel te smeren. Ik ben van mening dat je maar beter alles kunt zeggen wat je denkt, maar dat mag in ons vrij landje ook niet want dan nek je jezelf. Één voorbeeldje: jij wordt ergens van verdacht, ze pakken je op, dan word er gezegd nou kerel wees maar eerlijk en speel maar open kaart, dat mag, maar nou kom je voor de officier.

 

Hij mag alles tegen je zeggen, hij mag jou groeten met Heil Hitler, hij mag jou vrienden etters vinden, hij mag jongens de bak in sturen door geloofsovertuiging omdat meneer ‘Geref’ is en geen Paters wenst te ontvangen die zich rot gewerkt heeft voor een jongen en dan met een kluitje het riet in wordt gestuurd, maar jij mag niet zeggen dat je hem een grote klootzak vind, nee dat mag niet, o ja, als je wilt weten over wie ik het heb: iemand die zich X noemt. Weet je, soms kun je tussen de mensen eenzamer zijn dan dat je alleen bent. Eenzaam of alleen is hetzelfde als dag en nacht.

 

9-2-1973 Vrijdag

Zo we hebben net even gelucht, de vogeltjes beginnen alweer te zingen en zijn al weer bezig om nestjes te bouwen, dus het word tijd dat wij weer langzaam aanstalten maken om naar buiten te gaan, vind je ook niet? De tijd gaat hier wel snel om, tenminste zolang je nog niet zo veroordeelt bent want anders dan zit je naar een bepaalde datum uit te zien en nou leef je maar een eind weg. Het is markt vandaag, maar daar zal ik voorlopig wel niet meer over slenteren denk ik. Maar ik kan daar toch zijn zonder dat ik er ben.

 

Het is nu 9 voor 9 en ik weet dat er weer een heleboel mensen over de markt lopen. Af en toe vraag ik mij wel eens af waar ze allemaal vandaan komen. Ik hoop maar dat ik weer wat post krijg en niet met ruzie en ellende erin, maar gewoon leuke post. Er is mij net gevraagd of ik wil werken in de boekbinderij, nou dat moeten we maar doen, vind je ook niet? Lekker werken, geld verdienen, dan kan je als je eruit komt lekker alles weer teruggeven als je vrijkomt. Ja, dat vind ik wel zo’n stomme instelling, dat je moet werken met het idee dat je het voor lauwe noppes doet, daar moet ik maar eens met de directie over praten want dat kan zo niet?

 

Mensen zijn de stomste, wreedste en de rotste diere die onze lieve heer heeft geschapen, vind je niet? En de netste mensen zijn de gluiperigste, gemeenste mensen en bekleden vaak ook nog een dermate hoge functie dat ze ook nog beschermt worden, die vuile tering honden. Het zal eens tijd worden dat onze lieve Heer hier wat aan doet (als Hij bestaat) want Hij houdt er een vreemd stel kostgangers op na. Ja, als je zegt wat je denkt dan ben je de pineut, nou voor mij kunnen ze allemaal naar de hel lopen met hun poespas. Het zal tijd worden dat er gewone, nuchter denkende mensen aan de macht komen. We hebben vanmiddag een conferentie gehad.

 

Ik heb gevraagd naar onderricht, wat betreft juridische wegen. De Pater was aanwezig en de Humanist ook, en door deze vraag zijn wij tenslotte terecht gekomen op het eigenlijk gevoel wat in ieder mens zit, maar het merendeel liet zich niet horen, maar ik weet dat er toch iets is achter gebleven bij iedereen die aanwezig was. Ik heb de spits een beetje afgebeten, en de Humanist met de Pater hebben het overgenomen omdat ik niet verder kon doorbreien omdat het ander een probleem “ik” dreigde te worden. Alles, wat we hebben besproken staat al in dit schrift beschreven in zijn totaliteit dan. Wel ik ben nog een hele tijd aan het na praten geweest met de Humanist, hij mag mij wel en dat is wederzijds.

 

Al met al ben ik erachter gekomen hoe veel ik de officier X haat en ik ben er zeker van dat er moeilijkheden van komen als ik hem zie in de rechtszaal; ik heb m’n advocaat geschreven of ik niet bij verstek veroordeelt kan worden. Maar als dat niet kan, dan moet het maar komen zoals het komt. Ik zal officier X ook een brief schrijven of ik niet bij verstek kan worden veroordeelt, met die man kan je tenminste praten.

 

Die blaft de jongens niet af, alsof het honden zijn, ook hij is aanklager, maar hij is menselijker. Dit zeg ik niet om hem een veer in z’n kont te duwen, maar het is gewoon een feit. Ik ken jongens die liever een half jaar van hem hebben dan 3 maanden van X, dus ik ben niet de enige. Alleen zijn durven niks te zeggen, bang zich in de vingers te snijden, wel laat mij mezelf dan een in de vingers snijden. Door hem wel eens te vertellen hoe er over hem gedacht wordt of dat wat ik denk, en ik hoop daarbij dat ik mezelf kan inhouden om hem niet voor z’n smoel te slaan.

 

10-2-1973

Ik heb ontzettend slecht geslapen zoals gewoonlijk en toen ik vanmorgen wakker werd stond een bewaarder op mij te voeteren, en dreigde dat ik geen recreatie meer zou krijgen enz., nou dat maakt op mij geen indruk, omdat ik niet eens meer ga, maar omdat ik geen moeilijkheden wens met de bewaarders zeg ik nooit wat terug. Ik heb vannacht alleen maar gepraktiseerd hoe ik mij zou gedragen in de rechtszaal, ik heb op alle mogelijke manieren geprobeerd om daar voor de heren te staan. Maar ik ben er niet achter gekomen wat voor houding ik aan moet nemen.

 

Verder geloof ik dat ik heel langzaam aan het kapot gaan ben, maar liever vandaag dan morgen. Je denkt natuurlijk dat dit wartaal is hé? nou dat is het niet. Ik heb officier X ook een brief gestuurd en heb gevraagd of ik niet bij verstek kan worden veroordeelt, en ik heb ook gevraagd of hij een gesprek wil hebben met de Humanist, verder stond er in dat ik grootte moeilijkheden zag als ik weer geconfronteerd wordt met de man die ik uit de grond van m’n hart haat, “X ”.

 

Dus dan weet je dit ook en dan heb ik nog een vraag die aldoor mijn hele leven vliegt het ene woordje, waarom? Iedereen verklaart mij voor gek omdat ik iedereen wil helpen, alles wil geven wat in mijn bereik ligt, ook ik heb voor veel mensen gestolen en ook ik heb mijn deel daarvan wel gehad, maar ik geef het net zo gemakkelijk weer aan anderen dan dat ik het steel. Nou als ik binnenkort niet gek wordt, dan word ik het nooit meer.

 

11-2-1973 Zondag

Het is vandaag stralend mooi weer buiten. Vanmorgen zijn we naar de Kath. Kerk geweest, er zaten maar 4 jongens bij elkaar en het koortje zat zoals gewoonlijk boven te giechelen, en de Pater brak weer het brood en hij dronk weer wat. Ik heb wel een half uur naar een stel tortelduiven die een nest aan het bouwen zijn, en dan die grootte zeevogels, die alle andere dieren bij het weggegooide voedsel wegjagen. Wat ze hier weggooien, daar vermoorden mensen elkaar voor in de gebieden waar nood is, en bij ons is het min of meer vanzelfsprekend dat als het je maar even niet aanstaat, dan maar gewoon wegdonderd, ook ik, daar begint dit schrift dan ook mee, maar in ieder geval verhongeren de vogels hier niet.