Interbellum


Interbellum. Penitentiaire Geneeskunde in het Huis van Bewaring Te LEEUWARDEN in het Interbellum TH.A. VELSINK Inleiding Geschiedenis der Geneeskunde. In het kader van de cursus "Inleiding in de beoefening van de Geschiedenis der Geneeskunde" is als tijdvak het Interbellum (1918-1940) gekozen.

 

Gezien de specifieke belangstelling voor de beoefening der geneeskunde in penitentiaire inrichtingen is gekozen voor het onderwerp "Penitentiaire Geneeskunde in het Huis van Bewaring te Leeuwarden in het Interbellum".

 

De plaats van de Medische Dienst in gevangenissen in het Interbellum

 

Aanvankelijk was de geneeskundige dienst in vele gevangenissen opgedragen aan legerartsen, en als er geen garnizoen in de directe nabijheid was dan verzorgden burgerartsen deze dienst, bijgestaan door een chirurgijn of hulpchirurgijn. Later geschiedt de geneeskundige behandeling door de aan het gesticht verbonden geneesheren, die onder oppertoezicht staan van de Inspecteur van de Geneeskundige Dienst der Landmacht.

 

De Geneeskundige Dienst in gevangenissen in het Interbellum werd geregeld via de Beginselenwet van het Gevangeniswezen en de Gevangenismaatregel van 1886 (art. 22 van het Wetboek van Strafrecht).

 

Het toezicht over het gesticht was in handen van het College van Regenten, welk college een grote macht had, want niets gebeurde in de gevangenis zonder toestemming van de Regenten. Directeuren (voor de grote gestichten) en cipiers (voor de kleine gestichten) moesten zorg dragen voor de rust en orde in het gesticht, daarbij de bevelen van de Regenten stipt opvolgend.

 

De bezetting van de Medische Dienst, arts, chirurgijn en apotheker maakte deel uit van het gevangenispersoneel. Later werd hier aan toegevoegd de psychiater.  In 1925 werd de gevangenismaatregel van 1886 belangrijk gewijzigd en in 1932 kwam er een nieuwe gevangenismaatregel. Deze wijzigingen hielden in dat er voor bepaalde gevangenen afgeweken kon worden van de gestichtsregels.

 

Er kwamen gestichtsraden die het College van Regenten moesten adviseren; ook de geneesheer had zitting in voornoemde gestichtsraad. Ook kwam er een meer gedifferentieerde aanpak in de spreiding der gevangenen, mannen, vrouwen en kinderen, regimes met strengere en minder strenge aanpak, verspreide opnames in gewone en bijzondere strafgevangenissen, Huizen van Bewaring en Hechtenis, Passantenhuizen, Rijkswerkinrichtingen en Openluchtgevangenissen (met o.a. buitenwerk in de bossen en op het land) (Veenhuizen), Rijksopvoedingsgestichten en Tuchtscholen (voor jongens en meisjes apart), Celbarakken(Den_Haag), en Rijksasiels voor psychopathen (Avereest).

 

Later ook meer differentiatie in de gevangenissen zelf, zoals plaatsen voor misdadigers die gemeenschaps ongeschikt zijn bevonden, of verschil in beroeps- of gewoonte misdadiger, en verschil in de duur van de straf, zoals kort en lang gestraften, disciplinair zwaar gestraften en levenslang gestraften, recidivisten, gevangenen met (tijdelijke) dwangarbeid, met goed of onaangepast gedrag en later t.b.s. veroordeelden.

 

Medische voorvallen en handelingen in het Huis van Bewaring te Leeuwarden in het Interbellum. Het is bijzonder moeilijk de algemene activiteiten van de gestichtsarts in het Interbellum in het Huis van Bewaring te Leeuwarden exact te traceren.  Er zijn geen geschreven bronnen gevonden van het directe artspatient contact, noch statussen of ziektegeschiedenissen van individuele patiënten. Waarschijnlijk zijn deze, zo zij ooit hebben bestaan, vanwege privacybescherming vernietigd. Wel worden exceptionele medische gebeurtenissen vermeld in de notulen van het College van Regenten, die in het kader van dit onderzoek geheel zijn nagelezen. Tevens was voor directe informatie nog beschikbaar het Ziekenregister bijgehouden door de gestichtsarts en het Correspondentieboek met de medische jaarverslagen.

 

Een bloemlezing


28 juni 1918. Roggebrood voor gevangenen gedeeltelijk afgekeurd als bedorven.

31 juli 1918. De preventief gedetineerde Wiepkje Elisabeth W, verdacht van brandstichting, op heden bezocht door de Heeren Doctoren G.D. Swaneburg-de Lange van Franeker, Mesdag van Groningen en P.B. Westerhuis van Leeuwarden, ten einde een onderzoek in te stellen naar haar geestvermogens.

 

8 april 1918 Heden voormiddag tussen 6 en 6 1/2 uur heeft de gevangene Hendrik T zich in de strafcel door ophanging van het leven beroofd, welk voorval den directeur werd gerapporteerd des morgens 7 uur door de brigadier G. Rottien.

 

Hij was daar geplaatst wegens het herhaaldelijk schellen; dat schellen geschiedde doorgaans na 9 uur des avonds, dus op den tijd voor de nachtrust bestemd. Ondanks waarschuwingen liet hij niet na telkens onnoodig te schellen. Er was in het minst geen vermoeden dat de man tot zulk een daad zou overgaan.

 

12 mei 1919 De preventief gedetineerde Herman T, toevallijder, beklaagd van landloperij, en Jacob Hendrik M, beklaagd van diefstal in vereeniging bezocht op last van den Heer Officier van Justitie te Leeuwarden door den Geneesheer P.B. Westerhuis. Eerst genoemde werd door den geneesheer krankzinnig verklaard, terwijl de tweede werd bezocht op grond dat hij voorgaf heimwee te hebben.

 

4 september 1919 J. B en T. van der V bezocht ten einde een onderzoek in te stellen naar hunnen geestvermogens.

 

22 november 1919 Militaire wacht postgevat, bestaande uit een onderofficier als commandant en tien soldaten met het doel handelend te kunnen optreden bij voorkomende ongeregeldheden van eene volksmenigte. Er werd in de stad een socialistische vergadering gehouden.

 

26 juni 1920 De preventief gedetineerde H deed hedenmorgen 6 uur een poging tot zelfmoord, welke bij contróle der cellen door de bewaarder L. Duisterhout werd ontdekt en verijdeld.

 

6 december 1920 Ten gevolge van ziekte van gedetineerde L en in verband met de desbetreffende verklaring van Dokter Westerhuis niet op 6, maar op 15 december overgeplaatst naar de Rijksinrichting te Veenhuizen.

 

28 februari 1921 Van den Geneesheer met een verzoek machtiging, aan te vragen de gedetineerde M.S ten koste van het Rijk eene breukoperatie door den Chirurg Mulder te mogen laten ondergaan; machtiging is gevraagd.

 

17 april 1921 Van den Geneesheer van het Rijkskrankzinnigengesticht te Medenblik van 17 april met bericht dat het gedrag van den gedetineerde N. B in dat gesticht zeer gunstig is; wordt besloten dat een eventueel door dien gedetineerde in te dienen request om afslag door het College zal worden gesteund.

 

5 juni 1921 Wordt besloten de uit Medenblik terugkomen gedetineerde B. in de gemeenschap te plaatsen.

 

17 juli 1921 Wordt besloten voor een deel der gevangenen dat het gebruik van tarwebrood is toegestaan.

 

25 september 1921 Van den Geneesheer- psychiater van 20 september met de mededeling dat overbrenging van de gedetineerde R. van der R naar de psycopathenafdeeling noodig is/ wordt goedgekeurd.

 

Van 20 september met het verzoek ontslagen te worden van het inzenden van dergelijke berichten, wordt' besloten te antwoorden dat geen termen worden gevonden aan zijn verzoek te voldoen.

 

4 oktober 1921 Van den Geneesheer Westerhuis van 1 oktober met schrijven van den directeur dezer inrichting betreffende de onvoldoende verpleging van den tuberculoselijders in dit gesticht, en de mogelijke overbrenging van eenigen naar de bijzondere strafgevangenis te Scheveningen.

 

19 november 1921 Van den Geneesheer van de gevangenis te Leeuwarden met voorstel om den gedetineerden A. B. door een tandarts drie kiezen te doen plomberen- goed gekeurd.

 

22 november 1922 Rapport van den Geneesheer van de gevangenis betreffende de gedetineerde A.S. op grond van diens overbrenging naar de gemeenschappelijke afdeling voor tuberculoselijders; de machtiging is verleend en goedkeuring aangevraagd.

 

6 januari 1923 Rapport van den Geneesheer voor een deel der gevangenen wien het gebruik van tarwebrood gedurende het eerste kwartaal is toegestaan.

 

3 mei 1924 Met het verzoek te berichten of is over gegaan tot plaatsing van gedetineerde T. in eene ziekencel, en zoo ja, of de verpleging aldaar voldoende wordt geacht.

 

10 september 1926 Wordt besloten het verzoek van de geneesheer in het bezit te worden gesteld der in de circulaire vermelde boeken, te honoreren.

 

3 januari 1928 Poging tot zelfmoord (ophanging); hiertoe had hij zijne halsdas aan zijn krib bevestigd; zulks ontdekt en onmiddellijk losgemaakt, waardoor zijn plan werd verijdeld.

 

27 januari 1930 De preventief gedetineerde Hendrik S. beweerde op 3 januari 1930 de steel van een ijzeren lepel en de steel van een ijzeren vork te hebben ingeslikt; op last van den Geneesheer heeft hij van drie tot twaalf januari bedrust gehad, en van twaalf januari weer arbeid gericht (enveloppen vouwen); op zeven en twintig januari overgebracht naar Groningen. Tot deze datum is echter niets te voorschijn gekomen.

 

8 mei 1930 Ophanging; hangende aan zijn krib, in een knie lende houding met een laken om de hals.

 

26 januari 1931 Door het vallen van een ladder bij schoon maakwerk van enige meters gevallen en zijn rechtervoet bezeerd.

 

11 februari 1932 In verband met een acute blindedarm ontsteking gezonden naar het Bonifatius Hospitaal te Leeuwarden.

 

16 oktober 1933 Naar het ziekenhuis gezonden, na vaststelling van eene keelontsteking en een pleuritis.

 

9 juni 1935 Is de gedetineerde van der L. naar het ziekenhuis gezonden voor een röntgen onderzoek van de maag, en mogelijke maag operatie.

 

7 mei 1937 De gedetineerde van der V. voor een breuk operatie naar het ziekenhuis getransporteerd.

 

Enige diagnoses betreffende zieke gedetineerden die vermeld staan in het ziekenregister der gemeenschappelijke en cellulaire gevangenen in het Huis van Bewaring te Leeuwarden in het Interbellum. Dikwijls werden de patiënten voor kortere of langere tijd opgenomen op de daarvoor bestemde ziekenzaal in het Huis van Bewaring te Leeuwarden.

 

De ziektes en diagnoses worden meesten tijds vermeld met de datum van aanvang der ziekte en datum van herstel- overlijden of ontslag.

 

Genoemd worden:

ulcus ventriculi gastricimus nervositas haematemesis astma nervosum vulnus scissum (manis sinistris) debilitas simulatio onvoldoende kauwvermogen cryptorchis hernia neuritisch hydrocèle influenza lumbago cystitus blennorrhagica dementia praecox contusio pedis sinistris bronchopneumonia phlegmone neurosis traumatica gastrialgia urethritis chronica appendicitis distorsio cardialgia colica intestinalis tuberculosis cutis rheuma musc. chron. catarrh. ventriculi pleuritis sicca enteritis acuta melancholica infiltraat li. bovenbeen appendicitis chronica ganglion pedis dextrae chorioiditis syphilitica eczema acutum

 

Doodsoorzaken van gevangenen die in het Huis van Bewaring.

haemorrhois hernia inguinalis directa hernia inguinalis duplex constipathio alvi combustio pedis dextri vulnus scissum oculi dextri hydrops genupyelitis dysenteria nephrolithiasis lymphadenitis tuberculosa strumanephritis chronica psychosis hallucinationis dementia paranoida glaucoma chronica schizofreni prostatitis chronica varicocèle dementia paralytica diabetesulcus duodeni hyperthensis fistula polymyalgia osteoom corpora aliena in de maag aggravatie adamantinoom tuberc. cyste in de rug diarrhoea herpes zoster rheumatismus musc. ac. furunculosis osteitis tub. bronchitis catarrhalis psychopathia

 

In het Interbellum overleden

tuberculosis pulmonum ophanging apoplexia cerebri hartverlamming maagkanker suikerziekte

Voorbeeld uit het Correspondentieboek van het Huis van Bewaring te Leeuwarden van een jaarverslag uit het lnterbellum. Jaarlijksch Verslag van het Huis van Bewaring te Leeuwarden over het jaar 1923 geschreven door dokter Woltring

 

1. Gebouwen

a) De gevangenis voldoet aan hare bestemming b) Twee vertrekken zijn ingericht voor het verplegen der zieken

 

2. Bevolking

a) Het gemiddeld aantal gevangenen was 169 b) Het totaal aantal ziektedagen was 2953 c) De verhouding van het totaal aantal ziektedagen tot het totaal aantal verblijfdagen was 1:20 d) Oorzaken van buitengewone ziekten kwamen niet voor

 

3. Gezondheidstoestand

a) Deze was gunstig b) Acht zenuwlijders werden uit de cellulaire afdeling ter observatie naar de psychophatenafdeling dezer gevangenis overgebracht. Zes zenuwlijders werden als hersteld van deze afdeling overgebracht naar de gemeenschappelijke werk en verblijfzalen. Een zenuwlijder werd naar het krankzinnigenge sticht te Woensel overgebracht. Verder werden nog tien cellulaire veroordeeelden voor andere ziekten naar de gemeenschappellijke ziekenzalen overgebracht. Een lijder werd wegens tumor albus op de tuberculose afdeling verpleegd. c) Sterfgevallen kwamen niet voor.

 

4. Verpleging

a) De verpleging van gezonden was voldoende. b) De zieken werden verpleegd door een speciaal daarvooraangestelde bewaarder die daarin wordt bijgestaan door afwisselend bewaarderspersoneel c) De cellulaire gevangenen worden in hunne cellen of zoo nodig in de bestaande ziekencellen of op de gemeenschappelijke ziekenzalen verpleegd. Van deze gemeenschappelijke ziekenzalen zijn er drie bestemd voor gewone zieken (waarvan een voor lijders aan tuberculose) en drie voor de zenuw en zielszieken. Bovendien zijn er op de zieken afdeling twee isoleercellen voor onrustige patienten. Op het platdak is eene ruimte afgebakend voor de openlucht behandeling der tuberculoselijders.

 

5. Oppassing

a) Die der gezonden is voldoende b) Die der zieken eveneens

 

6. Beweging

Bij gunstig weder genieten de gevangenen per dag minstens driekwart uur de buitenlucht

 

7. Bezigheden of arbeid der gevangenen

De werkzaamheden der gevangenen bestaan uit: Weven, spoelen, zakken plakken, kleren maken, schoonmaken, enveloppen vouwen, kartonnen dozen maken, wasserij, werk in linnenkamer en huishoudelijke diensten.

 

8. Luchtverversching

(ventilatie) Deze is overal voldoende

 

9. Verwarming

Deze is voldoende; zij geschiedt door heetwater geleiding

 

10. Kleeding

Deze is wat stof en vorm aangaat voldoende; de zieken hebben boven de gewone kleeding nog een kapotjas, die bij het luchten kan worden gedragen.

 

11. Ligging

De gevangenen slapen in ijzeren kribben, geplaatst in alcoven, ze zijn voorzien van een stroomatras en dito hoofdkussen, een wollen en een katoenen (molton) deken. Bij toenemende koude ontvangen zij nog een extra deken.

 

12. Voeding

a) De voeding der gezonden is voldoende b) De voeding der zieken wordt geregeld door den Geneesheer met inachtneming der daarvoor bestaande bepalingen.

 

13. Reinheid

a) De gevangenen ontvangen eenmaal in de veertien dagen een heel of een stortbad, wat bij afwisseling plaats heeft. Het baden der zieken geschiedt zoo dikwijls de geneesheer dit noodig acht. b) De bovenkleeding der gevangenen wordt een a twee keer per jaar gereinigd. De reiniging der onderkleeding geschiedt wekelijks door middel van stoomverhit water. c) De reiniging der localen is goed.

 

14. Uitoefening van den Geneeskundige Dienst

De zieken worden dagelijks tusschen negen en twaalf uur en zoo noodig meermalen daags bezocht. De Geneesheer psychiater bezoekt bovendien geregeld de zenuw en zielszieken.

 

15. Uitoefening van den dienst in de Apotheek

Deze geschiedt in de garnizoensapotheek.

Aan het eind van het jaarverslag doet dokter Woltring nog een bestelling.

Aan het College van Regenten over de gevangenissen te Leeuwarden.

 

Ondergeteekende verzoekt hiermede beleefd om door bemiddeling van uw College te mogen ontvangen uit het Rijksmagazijn van geneesmiddelen te Amsterdam de volgende benoodigdheden voor den Geneeskundige Dienst in de gevangenissen onder uw beheer. 

4 urinale glazen voor mannen, 1 tinnen ronde heetwaterkruik, 2 maximaal thermometers, 2 badthermometers, 12 reageerbuisjes, 1 groote ijsblaas, 2 kleine ijsblaasjes, 1 luchtkussen, 8 rechte naalden voor onderhuidse injectiespuitjes, 2 hard gummie oogverbandjes, 12 veiligheidsspelden, 1 elastieken neussonde voor kunstmatige voeding no. 17

 

De schrijver

De schrijver is in augustus 1971 afgestudeerd aan de R.U te Groningen in de geneeskunde. Hij is sinds 1-1-1973 werkzaam als huisarts in de stad Leeuwarden. Na aanvankelijk een aantal jaren te hebben waargenomen is hij, naast de huisartsenpraktijk vanaf 1-8-1979 werkzaam als gestichtsarts in het Huis van Bewaring "De Blokhuispoort" en vanaf 1-8-1989 tevens als gevangenisarts in de Penitentiaire Inrichting "De Marwei" beiden te Leeuwarden.

 

Het is goed om zich in het stof te werpen wanneer men een fout heeft begaan, maar het is niet goed om er in te blijven liggen.

 

Wij trachten onze ondeugden te verbergen achter het masker van de tegenovergestelde deugden.

Iemands vrijheid is niet groter dan zijn fantasie. De deugdzaamste mens is hij, die zich ermee tevreden stelt deugdzaam te zijn zonder te trachten het ook te schijnen.

 

Spijt gaapt wijd en is't leste altijd.

Rechtvaardigheid is een kostbare zaak; daarom is zij ook duur.

Onze gebreken blijven ons altijd trouw, onze goede eigenschappen maken elk ogenblik kleine slippertjes.

Het is niet nodig een dief te vervolgen; hij vangt zichzelf. Een mager verdrag is beter dan een vet vonnis.

 

Geschiedenis is de totale som van de dingen die vermeden hadden kunnen worden.

Om bij de bron te komen, moet men tegen de stroom inzwemmen. De stok brengt vrede.

Het is veel eenvoudiger kritiek te leveren dan om het bij het rechte eind te hebben.

Drukfouten vallen de lezer dikwijls meer op dan denkfouten.

Wat met een pen geschreven is, kun je met geen bijl meer weghakken.

Bron: archief "De Blokhuispoort"