Verpleegkundige


In 1989 kwam ik als verpleegkundige op de medische dienst van de Blokhuispoort. Een voor mij totaal vreemde wereld, maar waar ik met veel plezier op terug kijk, een periode wat mij als mens verrijkt heeft mede dankzij het samenhorigheidsgevoel van het personeel en zeker ook door haar" inwoners".  Toen in de 80- er jaren het fenomeen Hiv positief en Aids van zich lieten spreken veranderde de ongedwongen sfeer en kreeg elk spatje bloed een andere lading, met als gevolg dat wij als verpleegkundigen via landelijke cursussen en info materiaal de laagdrempeligheid om vragen te beantwoorden moesten waarborgen voor de Justitiële Instellingen. Elke instelling moest een aanspreekpersoon op de medische dienst hebben die zowel het personeel als de "inwoners" moest geruststellen en daarin binnen het medisch geheim blijven. Dat was soms lastig omdat het personeel uit solidariteit van jou verwachtte hen te informeren.

Tuberculose in de gevangenissen had al een grote impact en nu kwam zoiets ongrijpbaars als Hiv om de hoek kijken. Elke gedetineerde die tijdelijk in ons Huis van Bewaring verbleef werd via een mantoux op tbc gecontroleerd en kreeg bij een positieve uitslag een pillenkuur van een half jaar, dat was duidelijk en zichtbaar.

 

Op het inkomstenspreekuur kon je middels vragen soms een hiv positief persoon eruit pikken, maar dat waren toevalstreffers. Niet elke toekomstige inwoner voelde zich gelijk vertrouwd dit met ons te delen.

 

De betrekkelijke veiligheid binnen de muren was ineens in het geding, terwijl het risico op schurft, luizen of tbc veel hoger was! Aids, een spook dat tussen de muren zweefde, handschoenen, mondkapjes en vragen, heel veel vragen. Het dagelijks gebeuren op de werkvloer met o.a. het legen van de po's (er was toen nog geen wc op cel) riep ineens weerstand op, ik weet nog dat ik een foldertje heb gemaakt "Aids krijg je niet van de deurknop"

 

Protocollen werden geschreven, herschreven voor elke discipline binnen de muren, overal waren in die tijd " inwoners" werkzaam immers. Onze tandarts met mondkapjes en veiligheidsbril en wij maar pleisters trachten te plakken met handschoenen aan, mede door zelf rustig te blijven bleef paniek uit.

 

Onzekerheid en daarmee onderlinge spanning drukten een stempel op de ongedwongen sfeer en het duurde best een tijd voordat d.m.v. voorlichting, preventie men langzaam vergroeide met het fenomeen seropositief. Ik kan mij nog herinneren dat onze gestichtsarts dr. Velsink, mede door overleg op het P.M.T. ( psychosociaal team ) ervoor gezorgd heeft een uitgeprocedeerde met Aids besmette inmate niet uitgezet te krijgen, maar dat deze man in een zorgcentrum in Amsterdam rustig mocht sterven. Daar ben ik nog trots op, zo kan het ook gaan binnen de rechtsgang. Elly