Brieven van John Bowring 1829


Brieven van John Bowring 1829

Brieven van John Bowring, Leeuwarden 3 Oktober 1829

Het bestuur der gevangenhuizen in Holland berust in handen van Regenten door den Koning aangesteld die belast zijn met de zorg voor het inwendige. Zij vergaderen gewoonlijk eenmaal in de veertien dagen om kennis te nemen van hetgeen ingekomen is en alles nauwkeurig na te gaan. Zij zijn zes in getal en één hunner is belast met het vaste toezicht. 

 

De gevangenen worden door de militaire macht naar de gevangenis gebracht na vooraf ingevolge het over hen gevelde vonnis aan den lijve te zijn gestraft. 

 

De gevangenhuizen staan onder het opperbestuur van den Minister van Binnenlandse Zaken aan wie over alle voorkomende zaken wordt bericht.

Met den Minister van Justitie komen de Regenten alleen dan in aanraking wanneer er voorstellen te doen zijn omtrent afslag van straf voor de gevangenen of iets wat daartoe betrekking heeft Ik had mijn verlangen te kennen gegeven om het Tuchthuis in deze stad te bezichtigen waarvan ik veel had horen spreken en de Burgemeester de Baron Burmania Rengers de Heer Bouricius en de Heer de Wal Secretaris der Regenten boden zich aan om mij te vergezellen.

 

Met nauwkeurigheid beantwoordden zij iedere vraag die ik deed en ik vind mij verplicht hulde te doen aan hunne grote beleefdheid te mijwaarts n aan de uitstekende orde in hun bestuur. Het was op deze plaats dat de eerste pogingen ter verbetering van het lot der gevangenen met een gewenst gevolg bekroond veerden. De Voortreffelijke WH Suringar wiens naam nog bij het nageslacht in zegening zal blijven verenigde zich met de Heeren Warnsinck van Amsterdam en Nierstrasz van Rotterdam welke laatste reeds rust van zijnen arbeid met het doel om den toestand der gevangenen in hun Vaderland te verbeteren. Op deze plaats althans bleef de arbeid van Suringar niet zonder vrucht en ik vind mij verplicht getuigenis te geven van de bereidwilligheid der Heeren Regenten om te voldoen aan de wenken en voorslagen van het Genootschap voor gevangenen en van de eensgezindheid die onder beiden heerst terwijl zich tevens ieder wacht om den werkkring van den anderen te overschrijden

 

De policie der gevangenis wordt gehandhaafd door twaalf opzieners en twee oppertoezichthouders die onder de bevelen staan van een Kommandant en dienst adjunct. Een militaire wacht van vierentwintig man bewaakt het. Julius Vitringa Conion heeft als Regent der Gevangenissen in vroegere jaren met zeldzame ijver gearbeid en vele nuttige verbeteringen ingevoerd. En ook bij en na het ontslag voor hen nuttig te huis om in geval van nood de beambten bij te staan en zo wordt er met dit kleine getal van veertien personen en ene opzichteres een uitmuntende orde bewaard. Het is slechts eenmaal voorgevallen dat er nu enige jaren geleden een opstand onder de gevangenen plaats had die terstond door den adjunct werd gestuit waarop de belhamels aanstonds in afzonderlijke bewaarplaatsen twee duistere holen werden geworpen in welke de Kommandant de misdadigers voor den tijd van vierentwintig uren doch niet langer zonder appel tot de Regenten mag opsluiten.

 

Men zal zich herinneren dat John Howard een zeer gunstig bericht gaf omtrent den toestand van deze gevangenis doch sindsdien tijd is er nog zeer veel verbeterd op zijne reis hierheen ontkwam Howard ter nauwer nood een geweldigen dood. Het was in die dagen toen de volkshaat tegen de Engelsen op het hoogst geklommen was dat hij de Zuiderzee overstak te gelijk met enige Hollandsche matrozen die in Engeland gevangen geweest waren. Toen deze ontdekten dat er een Engelsman aan boord was stelden zij voor om hem in zee te werpen maar enige beter denkende mensen verhinderden de uitvoering van dit plan en Howard bleef gespaard om zijnen geest van menslievendheid mede te delen aan het Hollandsche volk en zich een roemrijke naam te verwerven onder de voorstanders der menselijkheid wier gebied met den voortgang der eeuwen steeds zal toenemen.

 

Het gevangenhuis te Leeuwarden is waarlijk een der opmerkenswaardigste voorwerpen in Holland. Het zit vol van veroordeelde misdadigers waaronder velen van de ergste soort meest allen door brandmerk of openbare schavotstraf geschandvlekt. Men wees mij zevenentwintig mannen die in drie slaapkamers waren verdeeld wier gevangenisstraf door de opeenhoping hunner misdaden tezamen genomen vijf honderd vijftig jaar beliep. Het getal der gevangenen bedraagt thans ongeveer vijfhonderd en vijftig. De verhouding van de vrouwen tot de mannen staat als één tot vier en een half. Het tuchthuiswerk bestaat in het vervaardigen van wollen dekens de vachten komen geheel ruig in het huid en de ganse bewerking behalve het vollen wordt er hier aan verricht. Ongeveer vijfhonderd stuks worden er in het jaar afgeleverd die meestal bij de land en zeemacht verbruikt worden. Tot het spinnen gebruikt men de lichtste gevangenen waarvan ik er zes en zestig in ene werkzaal vond bewaakt door ene enkelen opziener gewapend met een sabel en in militaire kleding zo zijn zij allen dit toezicht had men voldoende bevonden.

 

In de overige werkzalen was het getal der gevangenen verschillend en liep van zes en dertig tot honderd. Dezen spinnen, weven, kaarden, persen, pakken, enz. Het aantal zieken onder de mannen bevond ik zes op ieder honderd onder de vrouwen ongeveer dertien doch er waren geen ziekten van een ontrustende aard een of twee vrouwen lagen in het kraambed. Men verhaalde mij dat naar een ruwe berekening twee derden der gevangenen konden lezen en schrijven naderhand verkreeg ik hieromtrent een nauwkeurige opgave die ik in het slot van dezen brief zal mededeelde.

 

Tweemaal worden de gevangenen gespijsd ieder krijgt een pond brood per dag s morgens eten zij soep en s namiddag om vier ure aardappels met vleesnat In de gevangenis is ene plaats waar de gevangenen een gedeelte hunner verdiensten kunnen besteden aan versnaperingen zoals brood kaas boter sterken drank dit maar eenmaal daags tabak en dergelijke. De betaling geschiedt in penningen die alleen in het gesticht gangbaar zijn in welke munt de gevangenen een gedeelte hunner verdiensten ontvangen. Van deze verdiensten komen zeven tienden aan het huis zoo het zware gevangenen zijn zes tienden wanneer de gevangenen alleen tot opsluiting zijn veroordeeld en vijf tienden wanneer zij wegens misdaden van geringer aangelegenheid worden gestraft. De winst op de waren die in het huis aan de gevangenen worden verkocht overschrijdt naar men mij verzekerde geen 15 per cent Ieder gevangene kost den Staat dagelijks 13 cents. De voornaamste gebreken die ik hier waarnam bestonden in gebrek aan onderwijs aan afscheiding en aan een volledig toezicht. Men zou er met veel voordeel scholen kunnen oprichten en schoon een gevangenis meer een leerschool is van boze streken dan van goede zeden en kon men er ten minste eens de proef van nemen al diende zij ook alleen daartoe om de gevangenen zoo weinig mogelijk ledig te doen zijn wanneer men mensen ziel met gedachten vervult die niet schadelijk zijn dan doet men reeds iets ter zijner verbetering. 

 

De afscheiding der gevangenen in verschillende klassen wordt bezwaarlijk gemaakt door de wijze. Van arbeiden die men hier heeft ingevoerd en misschien is zij hier ook min noodzakelijk daar geen jonge lieden onder de achttien jaar in dit huis worden gebracht. Doch voor een gedurig toezicht zou men door invoering van het Panoptisch stelsel kunnen zorgen met alle hoop op een goeden uitslag en zonder dat daaruit een nadeel zou kunnen ontstaan. De arbeid in deze gevangenis is niet zo zwaar dat men er het denkbeeld van straf aan hechten kan. Het gehele fabriekswezen is onder het toezicht van een opziener Directeur van den arbeid wiens bestuur mij in alle delen bewonderenswaardig voorkwam.

 

De Kommandant verhaalde mij dat hij om zijner nieuwsgierigheid te voldoen voor enige dagen een opgave gevraagd had van den invoer van een bepaalde hoeveelheid ruwe wol en van den uitvoer dezelfde hoeveelheid nadat zij bewerkt was en dat men hem de verlangde rekeningen terstond had gegeven met alle bijzonderheden der verwerking van stuk tot stuk. Een groot gedeelte der Nederlandsche landmacht wordt met de voortbrengselen der gevangenhuizen gekleed. Door de vriendelijkheid der Regenten verkreeg ik de volgende opgaven die te belangrijker zijn omdat zij een officieel gezag bezitten.

 

Van de 455 mannelijke misdadigers zaten er 341 voor de eerste maal gevangen en van de honderd vrouwelijke 86 voor de eerste maal. Van deze laatsten zaten er 25 om diefstal twee om moord een dezer met welke ik gesproken heb had haren man omgebracht doch de Koning is zoo zeer tegen het voltrokken der doodstraf dat hij haar Vonnis in een achtjarige gevangenisstraf had veranderd een wegens vervalsing een wegens meineed en een wegens valse munt. Van deze 100 waren er 51 tot enkele gevangenis en 4 tot zware arbeid veroordeeld. Van de mannen waren 189 veroordeeld tot enkele gevangenisstraf en 269 tot zware arbeid. De misdaden van dezen waren als volgt wegen diefstal zaten er 38 wegens valsheid, 19 wegens verwondingen en verminkingen 15 wegens weerspannigheden, 11 wegens inbreuk op de zedelijkheid, 5 wegens verkrachting, 5 wegens vergiftiging, 4 wegens meineed, 3 wegens bedrieglijke bankbreuk, 1 wegens bigamie, 1 wegens het verwonden van een vader, 1 wegens het vernielen van eigendommen, 1 wegens moord. t Van het gehele getal der gevangenen konden 384 lezen en schrijven en velen zelfs uitmuntend wel. Uit deze kiest me de klerken tot het schrijfwerk dat er in het huis te verrichten valt en aan welke men dan enige meerdere vrijheid geeft.

 

Download
Brieven van John Bowring
Brieven_van_John_Bowring.pdf
Adobe Acrobat document 18.1 MB

Bron: uit het boek Brieven van John Bowring, geschreven op eene reize door Holland, Friesland en Groningen: Google Books