Roelof Storm


Dagboeken van Roelof Storm 1774-1814

Met betrekking op het BLOKHUIS. Dagverhaal van de voornaamste gebeurtenissen, in bovengenoemde jaren te Leeuwarden voorgevallen, aangetekend door Roelof Storm...’ Aldus de beschrijving in de ‘inventaris’ van het oud-archief van Wopke Eekhoff. Eekhoff merkt tevens op: ’Afschrift van de eigenhandige aantekeningen die schijnbaar meest geringe voorvallen betreffen, doch in die dagen van den hoogsten voorspoed en de meeste kalmte, de latere onlusten voorbereidden’.

 

Van het dagboek van Storm zijn slechts enkele fragmenten overgebleven. Deze maken deel uit van de handschriftencollectie van het Friesch Genootschap (tegenwoordig in het Ryksargyf). Afschriften ervan worden eveneens bewaard in het familiearchief Storm en de ’afschriftencollectie Eekhoff’. Voor deze ‘bronnenuitgave’ is gebruik gemaakt van het door Eekhoff (in 1854) vervaardigde afschrift, dat door W. Dolk in 1961 werd gecollationeerd aan de hand van het origineel. De dagboekfragmenten hebben betrekking op de jaren 1774-1779, 1795-1796 en 1813-1814.

 

74. 18 febr

Is er eenen Palt Palsters, Huisman onder Deinum, gegeselt, gebrandmerkt, 7 jaren gebannen in ’t Tugthuis en daarna voor 10 jaren buiten den lande. Deselve hadde sig sedert verscheidene jaaren schuldig gemaakt aan Zodomi, en veele van sijn knegten en jonge boere Kerels daartoe aangesogt, en die vuligheijd met hun gepleegd; sijnde te gelijk met hem op het Blokhuis gebragt. Twee boere jongens van 17 en 18 jaaren oud en een getrouwde boer van 24 jaren oud. De eerst gemelde sijn 3 jaren buiten den Lande gebannen wegens gepleegde vuiligheden met P. Palsters, en de laa(t)st gemelde, schoon de daad van gepleegde sodomi geconfiteerd had, vrij en frank ontslaagen, omdat het langer dan 5 jaaren geleden was, dat het delict geperpraeteerd was en dus gepraescribeerd (N.B. Volgens informatie heeft het Hoff de praescriptie van dit geval gefundeert op de Wet van de praescriptie van overspel).

 

1795. 9okt

Is een kledermaker met name Feugen op het Blokhuis gebragt, omdat hij eene missive ondertekendt hadt om de Representanten door de gewapende magt te noodsaken om intestemmen tot de Nationale Conventje.

 

1795. 18nov

Heeft de soon van de Commies C. Rosema, die eenige tijdt op het Blokhuis geseeten heeft, om dat hij als posteljon gereist hadt, om al het gewapendt genootschap in de stad te roepen, om Feugen met gewapende magt van het blokhuis te haalen, sijn sentjentje ontfangen, vijff jaaren in het tugthuis en dan nog vijff jaaren buitenlands gebannen, dus samen tien jaar.

 

1796. 26jan 

De nademiddags om half drien sijn der verscheiden espels van de burgers in de wapens gekomen, als meede de Canoniers met het Canon, en der sijn eenige als gecommijteerden na het Landschapshuis gegaan, om de Representanten te noodsaaken om de gevangene van de mulsijpijaliteit, die op het blokhuis saten, te ontslaan, alsmeede die gevulgt waren, vrijheit te verleenen, om vrij weder in te koomen; het welk hun, na lang gewacht te hebben, en in nootsaak sijnde wegens de gewapende magt, het haar is toegestaan, sodat desleve avondts om hallif elliff nog de andere espels sijn gekommandeerdt om in de wapens te komen, en des Nagts om halff Twalif de toetsen sijn ontstooken, en het geheele koor gewapent met Canonnen na het blokhuis gemarscheert, en hebbe doen.

 

1796. 25jan

H. Burgering en Miedema, alsmede Feugen en de boer van de Rijp, die Haarsma doodgeschooten hadt, alle in vrijheit gesteld, en Roosma uit het tugthuis gehaaldt, en sij sijn alle des snagts met slaande Trommels en fluiten na hun huisen gebragt.

 

1796. 11feb

s Morgens om Negen uur sijn de Kieser op ’t Stadhuis vergadert, om daar nieuwe heeren te stemmen; maar, wat gebeurt er, om tien uur vergadert de frandse jagers, om ellif uur wordt er een sterke Commande Jagers na het Stadhuis gebragt, die daar post hebbe gehouden bij de Canonnen, die voor het Stadhuis lagen; daar op is het geheele garnisoen in de wapens verschenen, alle op de lange piep, en om half een is der detasjement Jaagers en Ruiters als mede voetvolk na het Blokhuis gegaan, en hebbe alle de gevangene Representanten daar aft gehaald, alsmede de Auditeur P. Wierdsma en in statje na het Landschapshuis gebragt, en alle de andere, die gevlugt waren, sijn die selve morgen ook weder gekomen, en so wel den eenen als den andere, en sijn weder allen in hunne voorige posten hersteld, als Representanten, so dat de kiesers niet met hun werk doe hebbe kunne voortvaren, nadien na die tijd der geene vakaturen waaren; de Mijlijtairen hebbe de gansche dag op de Lange piep post gehouden en bij aanhoudentheit sterke patroeljes de gansche dag door de stad gereden, en ’s avonds half zes is de wagt opgetrokken, en de mijlijtsje gescheiden 1 dag bij aanhouden gestadig rijdende patroeljes; waarop direkt het Committé van herstel uit elkander is gegaan, den eene hier, den ander daar; dog nadien het hoff weder post vatte, is de supstut op ordre aan veele huisen geweest van ’t so genaamde Committé, dog alles te vergeefs, dien selven avond sijn er weder eenige honderde franse Carmajolen alhier aangekomen, en eenige bij de burgers voor een nagt geinquatierd, en des anderen daags na Harlingen vertrokken.

 

1796. 24feb

Is der patent gekomen, dat alle de Fransen moeten marscheeren, hetwelk so een schrik onder een menigte menschen heeft verwekt, dat meest alle de Representanten op de vlugt sijn gegaan, en buitendien nog alle fatsoenlijke lieden met een getal van vier hondert personen, so dat die dag weder benaud is geweest. Is der weder afgeleesen, dat alle Representanten, die gevlugt sijn, bloot legge om gevat te worden, en aan de geregten order gegeven so sij te weten komen om op het blokhuis te brengen, en degene die de 19 Febrij. buiten de amminestij waren gesloten, sijn alle thans weder hier.

 

1796. 2 aug 

Is der afgeleesen, dat ijder van sijn besit sal verpligt sijn op te bringen de Tagtigste penning, en binnen veertien dagen na dato deses een briefje in te geven, wat ijder denkt te bepalen, en voor de 12 Septbr de betaling, en ijder die suspekt(?) bevonden wordt wegens de aangaaff, is onderhevig, dat sijn boek nagesien wordt, en bij route dies honderd ducatons boete, en nog drievoudig betaalen. sijn de steenen palen en de keetens bij het blokhuis met heerepadje genaamt, weg genomen, omdat bevonden was dat het door prins Willem de IV gemaakt was tot een gedagtenis.

 

1796. 4aug 

Is de wipgalg bij het blokhuis weggebroken, en op deselve dato is ook de galg buiten en al het geregt weggebroken.

 

1796. 17aug 

Is er een man van doccum gegeeseldt en een jaar in ’t tugthuis gebannen, om dat hij geropen hadt: orangje boven. Bron: historisch centrum Leeuwarden