Transport


Gedetineerdenvervoer

Sinds 1813 was er bewaakt vervoer van gevangenen. Nederland kwam onder het Franse bewind vandaan en ging als zelfstandig Koninkrijk verder. Zo kwamen parketwachters bij de politie die belast werden met het vervoer van gevangenen. In 1818 kwam er een scheiding tussen Justitie en Politie. Er werden toen vier justitiemedewerkers belast met de taak om gevangenen te vervoeren.

 

Het vervoer van gevangenen werd doorgaans met paard en wagen gedaan en zelfs per trekschuit. Vele paupers die naar de koloniën in Veenhuizen werden gezonden kwamen daar per trekschuit aan. Er was een trekschuit van Assen die naar Veenhuizen voer tot het jaar 1918. Er kwam steeds meer gemotoriseerd verkeer en de trekschuit werd overbodig. In 1924 kwam de omnibus, dit was een bus die door paarden werd getrokken. Deze paardenbus werd al snel opgevolgd door een autobus. De goederen van gevangenen werd nog wel per stoomschip vervoerd.

 

Na de Tweede Wereldoorlog werd de  Justitiële Auto Dienst opgericht om de gevangenen te vervoeren. De JAD had op vaste tijden busritten langs de verschillende gevangenissen door het gehele land die meerdere dagen duurde. In Veenhuizen was de nachtstop waar de gevangenen konden overnachten in De Rode Pannen, een cellenblok waar ook gedetineerden voor straf zaten. De transportleiders overnachten in hotel De Witte Brug bij Assen. De tweede route was de zuidelijke route en daar was een nachtstop in Doetinchem of Zutphen.

 

Parketauto

De parketpolitie is verantwoordelijkheid voor de veiligheid tijdens een zitting. De parketpolitie begeleidt bijvoorbeeld de verdachte van het cellencomplex naar de rechtszaal. Ook heeft de parketpolitie de zogenaamde executiediensten. Met deze diensten is de parketpolitie bezig om veroordeelde personen op te sporen en naar de gevangenis of een Huis van bewaring te brengen. De dienst was ook belast met het vervoeren van gevangenen tussen rechtbank en Huis van bewaring. Een bekende term in het cellenblok was "parketwagen achterdeur". Bij de achterdeur van het Huis van bewaring stond de parketwagen en deze moest dan worden opgehaald door een dienstdoende bewaarder.

 

Justitiële Auto Dienst

De JAD had tussen 1956 en 1970 verschillende taken. Vervoer van gedetineerden en verpleegden, van vracht ten behoeve van de gevangenisarbeid, personenvervoer en stukkenvervoer

 

Naamswijzigingen

In 1971 ging de Justitiële Auto Dienst over in de Afdeling Delinquenten Vervoer (ADV) en in 1991 werd die afdeling veranderd in de Dienst Beveiligd Vervoer (DBV).

 

DV&O

Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) is een landelijke organisatie die onder de Dienst Justitiële Inrichtingen, DJI, valt. Zij verzorgt vanaf 1 februari 1997 het vervoer van arrestanten, gedetineerden en vreemdelingen en hun goederen. Het wagenpark van DV&O varieert tegenwoordig, van personenauto's tot hypermoderne cellenbussen voor 28 personen. Het wagenpark is zo uitgebreid dat voor iedere klus een speciaal voertuig kan worden ingezet. 

 

Vrachtdienst  

De vrachtdienst van DV&O zorgt voor het vervoer van de bezittingen van gedetineerden bij overplaatsingen. Materialen voor werkplaatsen en dossiers van ministeries worden op de juiste plaats bezorgd.

 

Speciaal vervoer

Extra Beveiligd Vervoer (EBV). Sinds 2016 is het EBV als afdeling verbonden aan de divisie Specialistische Taken. Deze mensen hebben een speciale opleiding om gevangenen te vervoeren die extra begeleiding nodig hebben. Je kunt dan denken aan ontvluchting, agressief gedrag maar ook begeleiding bij een begrafenis.


Vervoer in beeld




Boeken over het vervoer