Humanist


Humanistisch raadsvrouw

De humanistisch raadsman of raadsvrouw is een professional die zorg in de vorm van geestelijke begeleiding biedt.

Humanistisch raadslieden werken binnen de zorg, defensie, justitie en/of als vrijgevestigde. Zij richten zich op levensvragen bij patiënten, militairen, gedetineerden of anderen. Humanistisch raadslieden putten uit het humanisme als levensbeschouwing, hebben een ambtsgeheim en een beroepscode en leggen over de inhoud van hun werk verantwoording af aan het Humanistisch Verbond.  Bron DJI


Annemiek H, (Humanistisch raadsvrouw)

Annemiek H, (Humanistisch raadsvrouw)

Vooral in een Huis van Bewaring of in een gevangenis neem je voortdurend afscheid van allerlei mensen: je buurman waar je het goed mee kon vinden en die nu overgeplaatst gaat worden en dan moet je maar afwachten wie er nu weer komt. 

 

Of jij wordt zelf overgeplaatst en dan moet je afscheid nemen van allerlei mensen waar je goed mee om kon gaan of waar je je verhaal kwijt kon. Als medewerker neem je afscheid van mensen en hoop je ze nooit meer hier te zien maar bij sommigen denk je “Tot de volgende keer”.    

 

Er zijn honderden van dit soort verhalen: sommigen grappig, sommigen treurig. Een verhaal is wereldberoemd: de overval op deze inrichting in de 2e wereldoorlog waarbij verzetsstrijders uit hun cel zijn bevrijd. Uit dezelfde periode, namelijk de hongerwinter van 1944 ken ik het verhaal van Toon die 6 weken in de onverwarmde bunker zat, de oude strafcel. Er was ’n stukje spek op zijn cel gevonden en hij weigerde te zeggen van wie hij dat had gekregen.

 

Ik ken verhalen van mensen die hier nog voor de oorlog hebben gezeten. 

De B-vleugel was toen dé strafgevangenis van Nederland waar je alleen maar binnen kwam als je 5 jaar of meer had. En als je slechts 5 jaar had, zeiden ze tegen je: “Laat je klompen maar bij de deur staan want je bent zo weer buiten.”. Het was de tijd dat je één sigaret mocht roken en de lucifer en het peukje moest inleveren. De tijd dat je het eerste jaar geïsoleerd op je cel zat om je zonden te overdenken. Na dat ene jaar kwam je in de gemeenschap en mocht je slapen op de slaapzaal in een hangmat in de ruimte schuin boven de sportzaal . Dan mocht je overdag werken in het schildersbedrijf: de ruimte eronder of in het kleermakersbedrijf: de ruimte naast de recreatiezaal. En die recreatiezaal was toen de kerk waar iedereen in een apart hokje naar de dominee luisterde zodat je niet afgeleid werd.

 

Verhalen, zo ontzettend veel verhalen  Zoals ook wij allemaal ons verhaal hebben…

Wanneer je iemand vraagt: “Wie ben je?” komt die iemand met een verhaal over zijn levensgeschiedenis. Wij mensen vertellen over wat ons overkomen is, wat we meemaken en wat we doen. En we willen allemaal dat iemand luistert. Dat levensverhaal kan soms mooi zijn, soms pijnlijk en soms ’n beetje versierd. 

 

Wij herkennen ons in de verhalen van die ander: we hebben allemaal mooie kanten aan onze levensgeschiedenis, pijnlijke kanten en we versieren allemaal wel eens het verhaal over onszelf. 

 

Geestelijk verzorgers vragen mensen wat de zin van hun leven is. Vaak beginnen ze dan hun levensverhaal te vertellen. Ergens in dat verhaal moet de zin van hun leven liggen: daar gaat het om. Een moeder zal beginnen over haar kinderen, een boer over zijn beesten, een kunstenaar over zijn schilderijen…en een gebouw als je dat zou kunnen vragen over de zin van haar leven? Zou het dan gaan over de mensen die er geweest zijn? En dan niet alleen over de bekende mensen: Dokter O., de bende van Oss, Age M. , maar ook over de onbekende mensen en degenen die het niet meer aan konden, gebroken waren en inmiddels dood zijn door een overdosis, een pistool tegen het hoofd, met de auto tegen een boom.

 

Annemiek H, (Humanistisch raadsvrouw) Lees het hele verhaal