Een in Leeuwarder gedreven koperen kandelaar in de Blokhuispoort.
De Stichting Blokhuispoort is momenteel bezig met het ontzamelen van de collectie er is nauwelijks opslagruimte en het bestuur zocht voor diverse objecten een betere bestemming. In dit geval keerde een kandelaar terug naar de rechtmatige eigenaar: de Sint-Dominicuskerk in Leeuwarden. Bezoekers zullen het kunstwerk daar binnenkort weer in glanzende staat bewonderen. Oorspronkelijk was het een stel, vervaardigd in Leeuwarden omstreeks 1850 door de katholieke familie Wortelaar, een van de vele katholieke koperslagers/ geelgieters in de stad. En gezien de vorm en materiaal gebruik door Jacobus Wortelaar. Hij volgde zijn vader Jan Willem Wortelaar die in 1848 overleed in dit vak op. Een beroep die deze familie al vanuit de late 18de eeuw in de stad uitoefenden.
Zij woonden aan de voorstreek bij de dubbele pijp. Jacobus werd in 1802 te Leeuwarden geboren en trouwde op 24 januari 1838 met Cecilia Tjepkema. Hij overleed in Leeuwarden op 19 juni 1858. De kandelaars werden vervaardigd voor de in 1850 nieuw gebouw parochiekerk van St. Dominicus aan de Speelmanstraat - hoek Bonte Papesteeg. Zij kregen een voorname plaats op de trappen van het altaar. Op een foto uit 1877 gemaakt door de Leeuwarder fotografe Mej. Gerharda Matthijssen, staan ze prominent in beeld. Later kregen ze een hoge plaats op der eindpilaren van de communiebank. Ze verhuisden mee naar het nieuwe kerkgebouw aan de Harlingerstraat, dat in 1937 werd ingewijd. Daar konden ze schitteren met het hoogglanzende messing en het verzilverde koperen drijfwerk.
Omstreeks 1960 werd mogelijk één beschadigd (?) exemplaar verkocht met ander metalen voorwerpen uit de oude kerk voor een fonds om priesteropleidingen te bekostigen. Gezien de zielzorg die de Dominicaanse Orde had voor gedetineerden in de Leeuwarder strafgevangenis en het ontbreken daar van een grote kandelaar voor een Paaskaars, verplaatsten ze de kandelaar naar de Blokhuispoort. In de loop der tijd raakte de herkomst in vergetelheid. Na de sluiting van het huis van bewaring in 2007 maakte de kandelaar een lange reis. Hij verhuisde eerst naar De Marwei (nu PI Leeuwarden) en belandde later in het depot van het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen. Ook daar werd de noodzaak gevoeld om te ontzamelen.
Het object keerde terug naar Leeuwarden. Waar niet echt een plaats voor was, waarbij het object zelfs een tijdelijke plaats kreeg bij de secretaresse thuis. Voor de Dominicuskerk kwam de teruggave niet helemaal onverwacht. Al 25 jaar geleden ontdekte zij dat de kandelaars die ooit in de Sint-Dominicuskerk hadden gestaan, er nog één exemplaar in de Blokhuispoort aanwezig moest zijn. Dat leidde tot verwarring, omdat een ander onderzoek suggereerde dat de kandelaar niet in Leeuwarden was gemaakt. Inmiddels is duidelijk dat dit onjuiste aanname was. De kandelaar hoort wel degelijk bij de Dominicuskerk, sterker nog, ze hoort bij Leeuwarden. De kandelaar is inmiddels uit elkaar gehaald om de staat van de onderdelen te beoordelen. Dat wordt volgens dhr. Jorna van de Dominicuskerk een flinke klus. Gebruiksschade en eerdere, minder vakkundige reparaties hebben hun sporen nagelaten. Maar dat is niet aan de stichting Blokhuispoort te wijten, die hebben er goed opgepast. Hij verwacht dat het kunstwerk uiteindelijk rond Pasen weer in volle glorie te zien zal zijn.
Hans Jorna
Persbericht
Deze zoekgeraakte kandelaar uit Leeuwarden werd jarenlang door gedetineerden gepoetst
vrijdag, 27 februari 2026 (06:57) - Leeuwarder Courant
Een negentiende-eeuwse, ongeveer 1,40-meter hoge koperen kandelaar is na tientallen jaren teruggegeven aan de Sint-Dominicuskerk in Leeuwarden. Het liturgische voorwerp, dat oorspronkelijk deel uitmaakte van een paar kandelaars uit circa 1849 (waarschijnlijk gemaakt door de Leeuwarder familie Wortelaar), belandde na de Tweede Wereldoorlog uit het zicht en werd lange tijd in gevangenissen bewaard en onderhouden.
Het verhaal liep via meerdere locaties: de kandelaars stonden eerst in de oude Dominicuskerk in de Speelmansstraat en verhuisden mee naar het nieuwe kerkgebouw aan de Harlingerstraat ( ingewijd in 1937). Van het tweetal ging er één verloren — na de oorlog waarschijnlijk als oud metaal verkocht om priesteropleidingen te bekostigen — terwijl de overgebleven kandelaar later in de Leeuwarder gevangenis terechtkwam, waar gedetineerden het koperen oppervlak poetsten en het ding dienstdeed als Paaskandelaar. Na sluiting van het huis van bewaring in 2007 ging het object mee naar gevangenis De Marwei, belandde daarna tijdelijk in het depot van het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen, en vond uiteindelijk zijn weg terug naar De Blokhuispoort en zelfs kort naar het privé‑huis van een medewerkster.
Stichting Blokhuispoort, die het gevangenismuseum en rondleidingen beheert, besloot vanwege ruimtegebrek en het proces van ontzamelen de kandelaar aan de rechtmatige eigenaar te restitueren. De beheercommissie van de Sint-Dominicuskerk heeft het voorwerp inmiddels in ontvangst genomen; bezoekers van de kerk zullen het glimmende koper weer kunnen zien zodra het is gerestaureerd.
Historicus/onderzoeker Hans Jorna ontdekte de herkomst al ongeveer 25 jaar geleden aan de hand van oude foto’s van fotografe Gerharda Matthijssen. Huidig onderzoek en inspectie tonen gebruiksschade en ondeskundige reparaties; de onderdelen van koper en messing zijn losgemaakt voor beoordeling. Restauratie wordt als een flinke klus gezien, maar men verwacht dat het kunstwerk na herstel zijn oorspronkelijke uitstraling terugkrijgt.
















Reactie schrijven