Religie achter tralies

Religie in de gevangenis

Religie in Friese gevangenissen

Eeuwenlang een dubbele rol: troost en heropvoeding. Vanaf de 17e eeuw werd godsdienstig onderwijs zelfs bewust ingezet om gevangenen te vormen en te disciplineren. Hieronder krijg je een historisch overzicht, gebaseerd op beschikbare bronnen over het Friese gevangeniswezen. Belangrijke elementen komen uit de geschiedenis van correctiehuizen en heropvoeding in Friesland. 

 

1. Vroege periode (1500–1700): kerkers, torens en religieuze orde. In de 16e en 17e eeuw werden gevangenen in Friesland vaak opgesloten in:

  • Kerktorens
  • Stinsen
  • Burchten
  • Blokhuizen

Deze ruimtes waren niet alleen fysiek, maar ook moreel-religieus van karakter. De kerk was letterlijk en figuurlijk dichtbij: torens en kerken fungeerden als tijdelijke cellen. Religie fungeerde hier vooral als:

  • Een middel om orde te bewaren
  • Een moreel kader (“zonde”, “boete”, “berouw”)
  • Een manier om gevangenen tot rust te brengen

Er was nog geen formele geestelijke verzorging, maar wel een vanzelfsprekende religieuze sfeer.

2. De opkomst van correctiehuizen (17e eeuw): heropvoeding door arbeid én godsdienst. In de 17e eeuw ontstaat een belangrijk keerpunt: correctiehuizen. Hier werden gevangenen niet alleen opgesloten, maar heropgevoed door:

  • Arbeid
  • Discipline
  • Godsdienstig onderwijs

Dit was een bewuste strategie: religie moest gevangenen moreel vormen. Het idee was dat misdaad voortkwam uit zedelijk verval, en dat geloof de mens kon “herstellen”. Dit is het begin van georganiseerde religieuze invloed in Friese gevangenissen.

 

3. 18e–19e eeuw: formele regels en geestelijke verzorging. Met de invoering van het Arrêté sur l'organisation des prisons in 1810 (Franse tijd) kwamen er uniforme regels voor gevangenissen. Religie bleef een onderdeel van het regime, vooral via:

  • Verplichte of sterk aangemoedigde kerkdiensten
  • Bezoek van predikanten
  • Bijbel- en catechismusonderwijs

Het doel was morele verbetering én rust in de inrichting. In deze periode zie je dat religie een instrument van orde wordt: een rustige, gelovige gevangene was makkelijker te beheren.

 

4. 19e–20e eeuw: Blokhuispoort als religieuze en morele instelling. De Blokhuispoort (vanaf 1580 in gebruik, huidige gebouw 1870–1877) kende een lange traditie van religieuze aanwezigheid. Hoewel de bronnen vooral de bouw en functie beschrijven, is bekend dat in Nederlandse gevangenissen van deze periode standaard aanwezig waren:

  • Een gevangenispredikant
  • Zondagse diensten
  • Individuele pastorale gesprekken
  • Bijbelstudie als onderdeel van het dagprogramma

De Blokhuispoort vormde daarop geen uitzondering. Het complex was een moreel instituut, niet alleen een strafplek.

 

5. Waarom religie zo’n sterke rol speelde

Door de eeuwen heen vervulde religie in Friese gevangenissen drie functies:

  1. Troost- Gevangenen zochten houvast, vergeving, hoop en betekenis.
  2. Controle- Religie bracht rust, orde en discipline, belangrijk in overvolle, chaotische inrichtingen.
  3. Heropvoeding- Men geloofde dat misdaad een moreel probleem was, en dat geloof de mens kon “verbeteren”.

 

Geloof in de gevangenis in de 21e eeuw

Van verplicht ritueel naar persoonlijke ankerplaats

In de 21e eeuw is religie in Nederlandse gevangenissen niet langer een vanzelfsprekend onderdeel van het regime. De tijd van verplichte zondagsdiensten en één dominante kerk is voorbij. Wat overblijft is iets kleins, maar krachtigs: geloof als keuze.

 

Waar gevangenen vroeger vooral binnen één christelijke traditie terechtkwamen, bestaat de geestelijke verzorging nu uit een breed palet van richtingen — van protestants en katholiek tot islamitisch, joods, boeddhistisch, hindoeïstisch en humanistisch. Dat zie je terug in de samenstelling van de Dienst Geestelijke Verzorging (DGV), die gedetineerden ondersteunt ongeacht hun achtergrond of overtuiging .

 

Wat geloof vandaag betekent achter de muren

  1. Identiteit in een systeem dat alles gelijkmaakt In een wereld van uniformiteit — dezelfde kleding, dezelfde cel, dezelfde regels — biedt geloof een manier om jezelf te blijven. Niet als instituut, maar als innerlijke ruimte.
  2. Een plek voor schuld, verlies en herstel De 21e eeuw denkt anders over detentie: niet alleen straffen, maar ook werken aan terugkeer. Geestelijke verzorging sluit daarbij aan. Geloof wordt een taal om te praten over fouten, verantwoordelijkheid en hoop.
  3. Diversiteit als realiteit De moderne gevangenis is een miniatuur van de samenleving: multicultureel, multireligieus, soms ook seculier. Daardoor is geloof niet één verhaal meer, maar een mozaïek van persoonlijke betekenissen.
  4. Stilte in een lawaaiige wereld Ironisch genoeg is de gevangenis een van de weinige plekken waar stilte nog bestaat. Voor sommige gedetineerden wordt die stilte een spirituele ruimte — een plek om opnieuw te beginnen.

De verschuiving van macht naar menselijkheid

Waar religie vroeger soms werd gebruikt om te disciplineren, is het nu een vorm van zorg. De geestelijk verzorger is geen morele rechter, maar een gesprekspartner. Niet om te bekeren, maar om te begeleiden.

In de 21e eeuw is God in de gevangenis geen instituut meer. Het is een keuze, een gesprek, een zoektocht. Een manier om mens te blijven in een omgeving die dat soms moeilijk maakt.

 

Geloof achter de muren

In Nederland heeft iedere gedetineerde het recht op geestelijke verzorging. Hij kan daarvoor terecht bij een geestelijk verzorger uit verschillende richtingen, die samenwerken in de Dienst Geestelijke Verzorging (DGV): boeddhistisch, humanistisch, hindoeïstisch, islamitisch, joods, orthodox, katholiek en protestants.

‘Mag ik bij je binnenkomen’ geeft de gedetineerde letterlijk en figuurlijk de ruimte om na te denken of hij de geestelijk verzorger toe wil laten.

 

Een humaan detentieklimaat, waar de mens ertoe doet, waar veiligheid belangrijk is en waar gewerkt wordt aan herstel – van de mens en zijn relaties.

 

Religie in de Friese gevangenissen

In de Friese gevangenissen (van middeleeuwse kerkers tot de Blokhuispoort) klonk eeuwenlang eenzelfde vraag: “Ben ik nog gezien?” Achter dikke muren, in stilte en afzondering, zochten gevangenen houvast. Niet bij de staat, niet bij de bewaker, maar bij iets dat groter was dan hun cel.

 

In de 17e eeuw, toen Friesland zijn eerste correctiehuizen opende, werd religie zelfs onderdeel van het regime. Arbeid, discipline en godsdienst moesten samen de mens “herstellen”. Predikanten liepen door de gangen, Bijbels lagen op de tafels, en op zondag vulde de kapel zich met stemmen die even aan de muren ontsnapten.

Voor bestuurders was geloof een middel tot orde. Voor bewakers was het een manier om rust te bewaren. Maar voor gevangenen was het iets anders: een anker.

 

In de Blokhuispoort, eeuwenlang het hart van het Friese gevangeniswezen werd dat zichtbaar in kleine sporen: een kruisje in een deurpost, een psalm in een schriftje, een gebed dat in stilte werd gefluisterd. Niet als bewijs van vroomheid, maar als poging om mens te blijven in een wereld die je naam soms vergat.

 

Religie bood geen ontsnapping. Maar het bood wél:

  • Troost in eenzaamheid
  • Vergeving waar het recht dat niet kon geven
  • Betekenis in een tijd zonder toekomst
  • Een gevoel dat iemand je zag, zelfs als de samenleving dat niet meer deed

Zo werd geloof in de Friese gevangenissen nooit alleen een leer of een ritueel. Het werd een overlevingsstrategie, een stille metgezel achter slot en grendel.

 

God achter de tralies

Geloof als metgezel in de gevangenis. In de gevangenis krijgt het woord God een andere klank dan buiten de muren. Niet als theologisch begrip, niet als instituut, maar als iets dat mensen vasthouden wanneer alles om hen heen is weggevallen.

Voor veel gevangenen is God geen antwoord, maar een adres: een plek waar angst, schuld, schaamte en hoop naartoe kunnen. In een wereld die strak is gereguleerd, (dagindeling, eten, beweging, stilte) is geloof soms het enige domein dat niemand kan afpakken.

 

Waar ben ik nog mens?

Religie, troost en houvast in de Blokhuispoort

Een verhalend hoofdstuk gebaseerd op archieven, getuigenissen en sporen achtergelaten in de Leeuwarder gevangenis. In de Blokhuispoort, waar de echo van voetstappen eeuwenlang door de gangen trok, leefde een vraag die nooit in de registers werd opgeschreven, maar in elke cel voelbaar was: Ben ik nog mens?

 

De archieven vertellen het niet rechtstreeks. Ze spreken in de taal van administratie: namen, nummers, straffen, datums. Maar tussen die regels door — in de marges, in de stille sporen — duikt een ander verhaal op. Een verhaal van gevangenen die in hun kleinste momenten zochten naar iets dat groter was dan hun muren.

De vroege sporen: psalmen in potlood

 

In de oudste stukken van de Blokhuispoort-archieven vind je geen uitgebreide geloofsverslagen, maar kleine aanwijzingen. Een psalmregel in potlood op een celdeur. Een kruisje gekerfd in de vensterbank. Een naam, gevolgd door één woord: “Vergeef.”

 

Het zijn geen officiële documenten, maar ze zijn misschien wel het meest eerlijk. Ze laten zien dat religie hier niet begon als instituut, maar als fluistering.

 

De 17e en 18e eeuw: geloof als heropvoeding

Toen Friesland zijn correctiehuizen vormde, werd religie onderdeel van het systeem. Predikanten liepen door de gangen met Bijbels onder de arm. Zondagsdiensten waren niet alleen ritueel, maar ook instrument: orde, rust, morele vorming.

 

In de archieven vind je verslagen van gevangenispredikanten die schreven over “gevallen zielen”, “berouwvolle harten”, maar ook over gevangenen die alleen kwamen voor de warmte van de kapel, of voor een moment zonder geschreeuw.

 

Religie was troost, maar ook toezicht. Een zachte hand, maar ook een richtingaanwijzer.

 

De 19e eeuw: de Blokhuispoort als moreel instituut

Met de bouw van het huidige complex (1870–1877) werd religie een vaste pijler van het gevangenisleven. De kapel werd een plek waar gevangenen even geen nummer waren. In de archieven staan lijsten van kerkdiensten, notities van gesprekken, en brieven waarin gevangenen schreven dat ze “voor het eerst sinds jaren weer werden aangesproken als mens”.

 

Sommigen vonden geloof. Anderen vonden alleen stilte. Maar stilte was soms al genoeg.

 

De 20e eeuw: geloof als overlevingsstrategie

In de 20e eeuw veranderde de wereld, maar de behoefte bleef. In brieven uit de jaren ’50 en ’60 lees je hoe gevangenen schreven over angst, schaamte, verlies en hoe ze in religie een plek vonden om dat te dragen.

 

Een gevangene noteerde in 1963: “Ik weet niet of God bestaat, maar ik praat met Hem omdat niemand anders luistert.”

Een ander schreef: “De kapel is de enige plek waar ik niet bang ben.”

 

Religie was geen dogma. Het was een anker.

De Blokhuispoort als spiegel van de mens. Door de eeuwen heen was religie in de Blokhuispoort nooit één ding. Het was:

  • Een fluistering in een cel
  • Een psalm in een koude gang
  • Een preek die meer troostte dan overtuigde
  • Een ritueel dat orde bracht
  • Een gesprek dat iemand overeind hield
  • Een poging om betekenis te vinden in een wereld die betekenisloos leek

Religie was geen antwoord. Het was een manier om de vraag vol te houden. En vandaag?

De Blokhuispoort is geen gevangenis meer. Maar wie door de oude cellen loopt, voelt nog steeds de echo van die vraag: “Ben ik nog mens?”

 

De sporen van geloof,  klein, kwetsbaar, soms nauwelijks zichtbaar herinneren ons eraan dat achter elke deur iemand zat die zocht naar houvast. Niet naar een dogma. Maar naar een reden om morgen op te staan.

 

Citaten uit het gevang

  • De eed: "Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig."
  • In de 19e eeuw volgden vele landen (onder andere Nederland en België) het voorbeeld van de Pennsylvania Quakers: door gedetineerden in eenzame opsluiting te houden zouden ze slechts contact hebben met God en tot inkeer komen. Een variant was het Auburnsysteem, waarin gedetineerden samen werkten, doch onder strikte zwijgplicht. Het resultaat van deze systemen was dat een kwart van de gevangenen door de opsluiting krankzinnig werd.
  • E.H.J. de Lyon, onschuldig veroordeeld tot 20 jaar door de Marine te Colombo. God is mijn getuige. Moge God recht doen geschieden en de boeven die deze wereld beheersen ter verantwoording roepen. 18 november 1949 
  • "Jongens geduld bewaren, God is ons hopelijk nabij." 
  • Gerlof de Wolf: Dat we nog lang en gelukkig in een nieuw herrezen Nederland in ware harmonie en vrede mogen leven voor God en Vaderland. Direct na de bevrijding schreef hij zijn herinneringen aan deze moedige daad op. Hij eindigde zijn verhaal met het volgende voor hem kenmerkende gedicht. 

Geef Gode alleen de eer

Gedenk niet meer aan bakker Wolf

En ook niet aan zijn knecht

Gedenk uw Heiland meer  

Hij was het die het deed

Wij waren enkel instrument

Hij gaf ons ook de Vree

Vergeet dat nimmermeer 

  • Fritsje: Hij vond deze wereld niks en hij verafschuwde geweld, maar hij was ervan overtuigd dat hij gauw in de hemel zou, bij de God waar iedereen hetzelfde is, en als hij daarover sprak dan was het of hij deze wereld in wezen al had verlaten. 
  • Ijje Wiekstra: Moeder vertelde mij dat het allemaal Gods werk was en als ik later groot was zou ik alles veel beter begrijpen, maar als ik dan maar steeds verder vroeg, want ik was niet zo gauw bevredigd, dan ging moeder even bij mij zitten en dan vertelde zij mij van de goede God en de Engelen met vleugelen, waarbij ik dan een en al gehoor was. Moeder riep ik dan wanneer gaan wij eens naar de hemel. Want ik wil alles zien, ook hoe die engelen vliegen net zoals onze duiven. Wie zou toen hebben gedacht dat ik vijfentwintig jaar later als hulpeloze gevangene, in een hoek mijner cel in vertwijfeling zou neerknielen roepende tot God, welke ik in mijn leeftijd van achttien tot dertig jaar zo vervloekt heb en bespot. Het lezen van allerlei duistere lectuur heeft hoofdzakelijk mijn geloof ondermijnd, en nu smeek ik dezelfde God om behoudenis en vraag ik ootmoedig om teruggave van mijn kinderlijk geloof, hetwel mijn moeder mij geleerd heeft. Moeder was nooit bang. Zij had een vast vertrouwen op God. Als het waarheid is wat de bijbel zegt en ik hoop het weer te geloven, ach hoe hoop ik dan dat zij de weg naar de Hemel heeft gevonden. 
  • De martelares Elisabeth Dirks,
    Heren: "Wat vindt u dan van het huis van God? Ziet u onze kerk niet als het huis van God?"
    Elizabeth: "Nee, mijn heren, want er staat geschreven: 'Gij zijt de tempel van de levende God, zoals God heeft gezegd: Ik zal in hen wonen en in hen wandelen. 2 Corinthiërs 6:16
    De Sententie werd vervolgens op 27 maart 1549 aan Elizabeth overgedragen; ze werd ter dood veroordeeld om verdronken te worden in een zak. Alzo heeft ze haar lichaam aan God opgedragen.
  • Pater Gerard H. Bergsma: En juist Jezus heeft laten zien dat Gods liefde voor iedereen is, ongeacht de fouten of misstappen: je kunt bij God steeds terecht. Door Hem word je nooit vergeten.
  • Bertram Bol:

STEUN EN KRACHT GEEFT

In dit pand, waar tijd door schuld is verkregen

wordt iedere afleiding gevoeld als een zegen,

want al staat zoveel ons hier tegen

simpel genoegen zit in Gods mysterieuze wegen.


EENZAAMHEID.

Vragend met gesloten ogen

geeft zelfs God geen antwoord meer,

als een bewijs van de positie

waarin ik alweer verkeer.

  • Gevangene 1113: Men vraagt ook naar de „godsdienst" en hierop kan het best met „geen" geantwoord worden. In de huizen van bewaring is het kerkgaan vrij, maar als men straks na de veroordeling naar een gevangenis verhuist en in de vergezellende papieren staat niet „G.G." (geen godsdienst), dan móét de gedetineerde in de eerste maanden elke zondag naar de kerk. Een weigering wordt gestraft. De G.G.'s mógen ook naar de kerk, maar zij zijn daartoe niet verplicht. 
  • De Directeur van de Bijz. Strafgevangenis, A.B.R. Jansen. Dat Gods zegen op dit werk moge rusten. 
  • Pater Pfeil: Het wonder van het Kind Mogen allen, die dit Kerstnummer lezen, bidden: "Laat mij heden, Lieve Heer, eenvoudig tot U spreken en liever nog: laat mij stil en eenvoudig naar U zien, o Kindje in de kribbe. Laat mijn hart stil zijn bij U, in de stal, waar ons heil begon. Laat mij aanschouwen het Licht der wereld verdoken in de grot. Laat mij afleggen alle kommer en zorg, alle gewichtigheid en alle bezwaren. Doe mij verliezen alle valse berusting in de middelmatigheid van ons leven. Laat mij altijd opnieuw geloven in het wonder, dat de hard geworden korst van ons dagelijks leven doorbreekt. Laat mij zelf, zoals Gij ons hebt geboden, weer kind worden, o Kind. Laat mij klein zijn, al is het slechts voor deze éne Kerstnacht, eenvoudig als een kind, dat gelooft in het goede, dat rusten en zich vermeien wil in Uw goedheid, zonder te vragen en zonder te twijfelen. Ja, breek in ons de weerstand, smelt in ons de hardheid, maak soepel en sterk tegelijk ons willen, opdat wij de volle zegen van Uw komst aanvaarden. "Was rein wat besmeurd is, besprenkel met Uw dauw wat verdord is en genees wat in ons gekwetst werd". Genees nu de boze littekens van verbittering, de nog steeds niet geheelde wonden van haat en hoogmoed. "Maak lenig wat stijf is en warm wat koud is. Breng terug tot de rechte weg alles in ons wat van U afweek". Wij willen geloven, Heer, dat "bij God alles mogelijk is". Als wij geloven, dat God mens werd, dat een Kind in een stal het heil van de wereld is, dan is ook het wonder in onze harten mogelijk, dan zijt Gij bij machte uit deze stenen, kinderen van Abraham te verwekken. Het wonder is: dat wij recht op U afgaan, dat wij eerlijk leven, zoals hij leeft, die gelooft in de hemelen, Vader en het goddelijk Kind! Weg alle zonden en weg alle zorgen! Wie voor 't Kind in de kribbe knielt, verliest alle berekening en eigenbaat. O Liefde, maak ons eenvoudig in ons vertrouwen". 
  • Gevangenispredikant D. J. Klein Onstenk: "De jongens hebben me nog nooit te zwaar gevonden". 
  • 2e Kerstdag 1948: Mijnheer de Directeur, Gij zult vreemd opzien, bij het ontvangen van dit pakje sigaretten. Wij twee oude dames, 71 en 63 jaar, luisterden naar de uitzending, waarin wij uw zangkoor beluisterden. Wat een ontroering, toen de omroeper zei, dat daar een jongen van 23 jaar levenslange gevangenisstraf moet ondergaan en dat hij in volle overgave meezong in het koor. Nu is onze vraag, is het mogelijk en is het geoorloofd, dat deze jongen, die toch ook een kind van de Hemelse Vader is, en ook door Hem eenmaal vergeven zal worden, wanneer hij opgeroepen zal worden om verantwoording te doen voor zijn daden, hem al is het maar 1 sigaret te doen genieten. Dat God U sterkte in deze moeilijke taak, welke gij bekleedt. Twee mensen, die mede leven. Wij leven in de gedachte ook deze mens met Kerstmis bedacht te hebben. Wij blijven hem gedenken in gebed, doch breng hem onze groeten over.